Turend naar de razende geschiedenis

Op het retrospectief in het Parijse Musée du Luxembourg is schilder Marc Chagall chroniqueur van een barbaarse eeuw in Europa.

Het is een van de meer ingetogen doeken op de overzichtstentoonstelling van het werk van Marc Chagall in het Parijse Musée du Luxembourg. We zien de schilder en zijn vrouw vanuit een huiselijke omgeving door een raam kijken. Er vliegen geen boerderijdieren door de lucht, bijbelse symboliek is op het eerste gezicht niet te ontwaren en de meetkundige verhoudingen lijken prima in orde. Buiten zien we slechts een diepgroen berkenbos, dotjes wilde bloemen en een hoekig grasperk. Binnen is een veilige omgeving met theekopje en bloemvaas van waaruit de kunstenaar de ontwikkelingen gadeslaat.

Het schilderij Vue de la fenêtre à Zaolchie, près de Vitebsk (1915), toont Chagall vanuit zijn eigen wereld turend naar de buiten voorbijrazende geschiedenis, zou je kunnen zeggen. Zo willen de samenstellers van de tentoonstelling Entre guerre et paix (tussen oorlog en vrede, een verwijzing naar Tolstoj) hem althans graag presenteren: Chagall als chroniqueur van een barbaarse eeuw in Europa.

Chagall was 97 jaar oud toen hij in 1985 in Frankrijk overleed: zijn werkzame leven bestrijkt bijna de hele twintigste eeuw. Zijn omzwervingen van Vitebsk, in wat nu Wit-Rusland heet, naar Parijs, Berlijn, Moskou, New York en weer terug naar Parijs, waren consequenties van de geschiedenis.

Vitebsk en het verdwenen Oost-Europese joodse plattelandsleven waarin hij groot werd, bleven altijd dichtbij. Chagall, geboren als Movsja Zacharovitsj Sjagal, verliet Rusland in 1910 om zich in Parijs aan de moderne schilderkunst te laven en kwam er in 1914 langer terug dan hem lief was. Hij miste zijn verloofde, schreef hij, en accepteerde een uitnodiging om te exposeren in galerie Der Sturm in Berlijn teneinde van daaruit door te kunnen reizen naar het oosten en met haar te trouwen.

Dat de Eerste Wereldoorlog op uitbreken stond en garnizoensstad Vitebsk achter het oostfront kwam te liggen, had hij zich niet gerealiseerd. Hij wilde drie maanden blijven, trouwen en zijn lief meenemen naar Parijs. Het werden acht Russische jaren – met een revolutie bovendien.

Wat aan zijn raam voorbijging, tekende hij. Het Musée du Luxembourg toont onder de noemer ‘La Russie en temps de guerre’ (Rusland in tijden van oorlog) behalve huiselijke taferelen met vrouw Bella en dochter Ida een flink aantal inkttekeningen en schilderijen van soldaten – gewond of saluerend en marcherend – en van plaatselijke joodse karakters.

Tamelijk sobere werken zijn dat, ver van het meer bekende kunst-en-vliegwerk boordevol joodse, christelijke en Chagalliaanse dialectiek waarover bibliotheken zijn volgeschreven. Die meer surrealistische werken ontbreken overigens ook niet, en worden op de tentoonstelling vooral dominant in de latere tijdsvakken (‘Tussen twee oorlogen in Parijs’, ‘In ballingschap in de Verenigde Staten’ en ‘Na de oorlog en terug in Frankrijk’).

In 1922 keert Chagall met vrouw en kind terug naar Frankrijk. Kunsthandelaar Ambroise Vollard had hem uitgenodigd om Dode zielen van Gogol, de Fabels van Fontaine en de Bijbel te illustreren. Maar Vitebsk blijft in zijn geschilderde dromen opduiken, zoals in het uit een particuliere collectie afkomstige bijzondere Haan-man boven Vitebsk (1925). Kort nadat de kunstenaar naar het Beloofde Land afreist om voor de bijbeltekeningen inspiratie op te doen, wordt een nieuwe emigratie onafwendbaar.

In Duitsland zijn enkele werken van de uitgesproken joodse kunstenaar als ‘Entartete Kunst’ tentoongesteld en in zijn tweede vaderland blijkt de ‘vrije zone’ in het zuiden een eufemisme als het Vichy-bewind ook daar antisemitische wetten invoert. In New York, waar zoveel joodse kunstenaars waren geland, zet hij zijn geschilderd commentaar op de wereldgebeurtenissen voort.

Misschien wel dankzij zijn verschillende periodes van ballingschap bleef hij zo dichtbij zijn Russische plattelandsafkomst en trok hij zich, bovendien, van stroming noch richting al te veel aan, schrijft Julia Garimorth-Foray, de vrouw van de vlak voor deze nieuwe expositie overleden curator en Chagall-duider Jean-Michel Foray, in een inleiding. „Hij leende enkele vormen van de avant-gardistische bewegingen (kubisme, suprematisme, surrealisme), vertoont soms gelijkenis, maar blijft altijd onafhankelijk.”

Juist Chagalls onafhankelijkheid maakt deze grote overzichtstentoonstelling eigenlijk meer dan een beeldend ooggetuigenverslag van de twintigste eeuw. Het is veeleer een autobiografie, van een van de meer eigenzinnige en populaire kunstenaars van die tijd.

‘Chagall: Entre guerre et paix’. T/m 21/7, Musée du Luxembourg in Parijs. Tot 20/5 in Musée National Marc Chagall in Nice: ‘Marc Chagall, d’une guerre l’autre’.