Talloze misdrijven blijven onbekend

◯ Waar ◯ Grotendeels waar ◯ Half waar ◯ Grotendeels  onwaar ◯ Onwaar

De aanleiding

Zaterdag pakte De Telegraaf uit met een artikel over lijkschouwing. ‘Talloze moorden blijven onbekend’ was de kop op de voorpagina. Jaarlijks blijven ‘zeker tientallen, maar mogelijk zelfs honderden misdrijven’ volgens de krant onopgemerkt. Verdachte sterfgevallen zouden niet als zodanig worden herkend waardoor forensische sectie uitblijft.

Aanleiding voor het artikel was de ‘schrikbarende’ daling van het aantal autopsies dat het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) de afgelopen jaren verrichtte: 617 in 2005 tegen 340 vorig jaar. De krant citeert de particulier forensische pathologen Frank van der Goot en Danny Spendlove. Volgens hen zijn er „door beoordelingsfouten van politie en schouwartsen” te weinig secties. „Gevolg is dat tientallen moorden, doodslagen maar ook gevallen van dood door schuld niet worden ontdekt.”

We bekijken of door deze ‘beoordelingsfouten’ vele misdrijven onbekend blijven.

Waar is het op gebaseerd?

Het aantal secties door het NFI is inderdaad gedaald, blijkt uit cijfers van het instituut. Dat aantal ligt tussen de 400 and 450 met vorig jaar een uitschieter naar beneden: 340. Een verklaring voor de daling heeft het NFI niet, anders dan dat misdaad „fluctueert”. Zo was dit jaar het aantal autopsies in januari en februari (75) alweer hoger dan in dezelfde periode vorig jaar (69). Verder zijn er geen capaciteitsproblemen of bezuinigingen, benadrukt de woordvoerder. Ze verwijst naar het Openbaar Ministerie (OM). „Die maakt de afweging om een lichaam bij het NFI aan te bieden.”

Ook het OM heeft geen andere verklaring dan „schommelende misdaadcijfers”, zegt de woordvoerder. De mogelijkheid dat justitie meer opdrachten geeft aan – onlangs opgerichte – particuliere forensische bureaus, wuift het OM weg. „Wij doen vrijwel alleen zaken met het NFI.” Zowel het OM als het NFI kan de conclusie van De Telegraaf dat ‘zeker tientallen misdrijven onopgemerkt blijven’ niet onderschrijven: „Je weet niet wat je niet weet.”

Frank van der Goot, de in het artikel geciteerde forensisch patholoog, staat wel achter die uitspraak. Hij werd door De Telegraaf gebeld naar aanleiding van het dalend aantal secties. Hij is er zeker van dat „honderden” misdrijven door beoordelingsfouten van de arts onopgemerkt blijven.

Dat aantal baseert hij op logica: er gaan circa 140.000 mensen per jaar dood in Nederland. Daarvan worden er 130.000 – vluchtig – bekeken door een arts, zonder enige kennis van lijkschouwing. 10.000 lichamen worden bekeken door een gemeentelijk lijkschouwer. Die stuurt circa 4.000 lichamen door voor klinische sectie in een ziekenhuis om de doodsoorzaak te achterhalen als er geen verdenking is van een misdrijf. Bij verdachte omstandigheden gaan lichamen voor gerechtelijke sectie naar het NFI – vorig jaar 340 keer. Dat gebeurt alleen als de lijkschouwer vermoedens heeft van onnatuurlijk overlijden (ongeluk, zelfmoord, misdrijf) én als de Officier van Justitie voldoende bewijs ziet voor onderzoek.

„Kortom”, zegt Van der Goot. „het overgrote deel gaat ongezien het graf in.” Vermoord zal niet iedereen zijn. Maar ook ‘nalatigheid’ of ‘dood door schuld’ is een mogelijkheid. „Denk aan verpleeghuizen waar ouderen overlijden door verwaarlozing of verkeerde medicatie.”

En, klopt het?

De uitspraak van Van der Goot is een breed gedragen opvatting onder traumadeskundigen, lijkschouwers en pathologen. Dat blijkt uit publicaties in vakblad Medisch Contact en gesprekken met AMC-traumachirurg Carel Goslings, forensisch geneeskundige Kees Das en Wilma Duijst, voorzitter van de beroepsvereniging van schouwartsen. Ze herkennen zich in het verhaal: omdat sectie zo weinig plaatsvindt – steeds minder en ook minder vaak dan in veel andere landen – kunnen verdachte omstandigheden onopgemerkt blijven.

Het basisprobleem: artsen weten niet hoe ze moeten kijken naar een dood lichaam omdat schouwen niet in de opleiding zit. Duijst: „In de praktijk schrijven ze dan ‘hartstilstand’ op zonder echt te kijken”. Familieleden, gechoqueerd door het (plotseling) overlijden, durven de arts niet altijd tegen te spreken. En mensen gaan sowieso liever uit van natuurlijk dan van onnatuurlijk overlijden.

Als de lijkschouwer er al bij wordt gehaald, komt het lang niet altijd tot een autopsie bij het forensisch instituut. Van de 57 zaken in Amsterdam waarbij de lijkschouwer in 2005 autopsie adviseerde, nam de Officier van Justitie het advies in 40 gevallen over. Das: „Als het OM geen forensisch bewijs voor een misdrijf heeft, is de neiging al gauw ‘laat maar’. Terwijl de lijkschouwer in zulke gevallen vaak wel twijfels heeft. Van een sectie bij het NFI, in principe weinig werk, komt het dan niet.”

Zeker tientallen, maar mogelijk zelfs honderden misdrijven blijven volgens De Telegraaf onopgemerkt omdat forensische sectie uitblijft. Er is inderdaad veel kritiek op het schouwen in Nederland: het gebeurt weinig en adviezen van schouwartsen worden lang niet altijd door het Openbaar Ministerie overgenomen. Desondanks weten we niet of en hoeveel misdrijven daardoor onopgemerkt blijven. We beoordelen de bewering daarom als ongefundeerd.