PvdA praat over waarden, maar éigenlijk over de VVD

PvdA-leden discussieerden gisteren voor het eerst over de nieuwe koers. Dat mag best knetteren, vond voorzitter Spekman.

Waarden. Daar moest het over gaan, gisteravond in café Forum in Enschede. „Juist midden in een diepe economische crisis kun je politici niet alleen maar de maat nemen met de CPB-cijfers en het begrotingstekort”, zei Monika Sie, directeur van Wiardi Beckman Stichting (WBS), de PvdA-denktank.

Wat van waarde is, zo heet het onlangs verschenen manifest waarin de PvdA-koers voor de komende jaren is vastgelegd. Die resolutie, geschreven door partijvoorzitter Spekman op basis van een onderzoeksproject van de WBS, wordt eind april voorgelegd aan het partijcongres. In Enschede konden de PvdA-leden voor het eerst met elkaar discussiëren over die nieuwe koers. En dat mocht best knetteren, vond Spekman. „We kunnen onze meningsverschillen beter uitknokken in het openbaar. Daar wordt de partij beter van.”

De kern van Spekmans verhaal is dit: sociaal-economisch moet de PvdA naar links, en op sociaal-cultureel gebied moet er afscheid genomen worden van het individualisme. „Van ik naar ons”, zo noemt hij de omslag die hij bepleit.

Wat dat betekent voor de politieke praktijk? Nou, bijvoorbeeld dat er een einde komt aan slechte, flexibele arbeidscontracten. En aan het overal oprukkende efficiency-denken, „een ziekte in ons land”. Als voorbeeld noemden Spekman en Sie een schoonmaakster op een basisschool die nog maar negentig seconden de tijd krijgt om een klaslokaal te ontdoen van kauwgom, papiersnippers en hondepoep. En de kleine plattelandscholen die bedreigd worden in hun voortbestaan omdat bestuurders enkel nog denken in leerlingenaantallen.

De aanwezigen in Enschede – een man of zestig, vrijwel allemaal de vijftig gepasseerd – spraken hun waardering uit voor het initiatief van Spekman en Sie. Eindelijk weer eens „een stip aan horizon”, zoals een lid het verwoordde. Toch dook in de discussie vrijwel meteen de onvermijdelijke vraag op: hoe denkt de PvdA deze nieuwe, linkse waarden te gaan verwezenlijken in de regeringscoalitie met de VVD? „Ik voel een enorme kloof tussen deze warme, inspirerende woorden en de huidige politieke situatie”, zei een lid. „Als de PvdA de bewindslieden wil gaan houden aan deze nieuwe waarden, dan gaat dat een spagaat opleveren die niet zou misstaan op de Olympische Spelen”, zei een ander.

Een sluitend antwoord had Spekman niet. Hij sprak vooral over „een agenda voor de toekomst” en de „dure plicht om met ideeën te blijven komen”. Maar het grootste deel van de discussie ging toch over het beleid van Rutte II. De lokale fractievoorzitter riep Spekman op hoge toon ter verantwoording over de bezuinigingen op de sociale werkplaatsen. „Ja”, antwoordde de partijvoorzitter, „maar jij zei net dat je vóór flexibele arbeid bent.”

„Dat zei ik niet.”

„Wel. Jij zei net” – Spekman las voor uit zijn aantekeningen – „dat we niet op eigen houtje kunnen afstappen van het flexibele Angelsaksische model.”

„De partijvoorzitter doet me een beetje denken aan de dominee vroeger”, mengde een ander lid zich in de discussie. „Die zei altijd, geconfronteerd met de realiteit: ja, maar God is wel liefde.”

Daar was Spekman het niet mee eens. Aan het eind van de avond hield hij de aanwezige leden een spiegel voor: „In plaats van te klagen over het kabinet, zouden PvdA’ers ook eens moeten kijken naar hun eigen mentaliteit. Niet mopperen op een ander, maar de schouders eronder zetten.”