Column

Niet lang geleden, in ’n land heel dichtbij...

De Duitse bondskanselier Angela Merkel is op dit moment ongetwijfeld een van de sterkste politici in de eurozone. Wat is haar geheim? Een begroting die dit jaar richting evenwicht gaat. Een staatsschuld die daalt. Een economie die, ondanks alles, nog steeds groeit. Een werkloosheid die in Europees opzicht bescheiden is. De loonkosten per eenheid product die sinds de invoering van de euro minder dan de helft zijn gestegen ten opzichte van die van de andere eurolanden.

Je zou zeggen dat Merkel twee uitstekende termijnen achter de rug heeft sinds ze in november 2005 aan de macht kwam. In werkelijkheid gaat de eer voor het allergrootste deel naar haar voorganger, de sociaal-democraat Gerhard Schröder. Die voerde tussen 2002 en 2004 een reeks vergaande hervormingen door in de economie en de arbeidsmarkt, onder leiding van de toenmalige personeelschef van het Volkswagen-concern, Peter Hartz. De ingrepen kwamen in vier golven. Toen de laatste eenmaal was doorgevoerd, in 2004, verloor Schröder het jaar daarop de verkiezingen. Hoe teleurgesteld hij was ligt nog vers in het geheugen van de Duitse televisiekijker; een bijtende, cynische Schröder die niet in staat was zijn gevoelens te onderdrukken.

Eén van de resultaten van ‘Hartz-4’ was een werkloosheidsuitkering die drastisch werd gesnoeid. Een jaar nog maar was er een uitkering, op 60 procent van het laatstverdiende loon, daarna volgde de afgrond naar de bijstand.

In Nederland wordt nu door kabinet, werkgevers en werknemers gekeken naar, onder meer, een nieuwe WW-regeling. In het regeerakkoord staat in wezen het Duitse voorstel: één jaar, en dan naar bijstandsniveau – zij het dat in het tweede jaar het eigen vermogen (het huis) nog niet hoeft te worden aangesproken. Of het voorstel er in deze vorm komt is nog maar de vraag. De WW-uitkering kan bijvoorbeeld niet los worden gezien van veranderingen in het ontslagrecht. En ook hoogte en duur van de uitkering zelf hebben een precaire verhouding. Nederland heeft een van de langste uitkeringsduren van alle industrielanden (de OESO komt op gemiddeld 38 maanden), en een van de hoogste uitkeringspercentages. Deze combinatie mag gerust de meest luxe van alle industrielanden worden genoemd. Langdurig en genereus, zoals nu, wordt onbetaalbaar. Een sprong naar kortdurend en mager, conform het huidige voorstel in het regeerakkoord, is maatschappelijk zeer lastig te verkopen. Maar wie weet kan het. Wellicht zou een verwijzing naar Duitsland helpen, want de Hartz-hervormingen zijn alweer bijna negen jaar geleden en raken makkelijk in de vergetelheid. We weten niet meer zo goed waarom Duitsland op dit moment economisch zo sterk presteert. Voor je het weet wordt dat beschouwd als een natuurverschijnsel, in plaats van het gevolg van bewust beleid.

Nederland blikt intussen nog steeds terug naar het Akkoord van Wassenaar van dertig jaar geleden. Maar vergeleken bij Hartz was dat toch echt bescheiden. De les van de Duitsers is dat je een, zij het strenge, verzorgingsstaat kunt handhaven terwijl je aan concurrentiekracht wint. Er is wel een nadeel: de volgende verkiezingen win je er, net als Schröder, misschien niet mee. De dankbaarheid komt pas later.

De redacteuren Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze wisselcolumn over economische ontwikkelingen.