Hou op over die medicalisering

De diagnoses worden alleen maar verzwaard als de behandeling van psychische klachten ‘luxe’ is, menen Evelien Tonkens en Nienke van Sambeek.

Illustratie Arcadio

Om de kostenstijging in de gezondheidszorg aan banden te leggen, wordt vaak een oud strijdpunt van de patiëntenbeweging van stal gehaald: de strijd tegen medicalisering. De minister en het College voor Zorgverzekering lopen hierin voorop. Hun betoog kreeg in deze krant steun van psychiater René Kahn. De psychiatrie is onderdeel geworden van „het zompige landschap van de GGZ” waarin zelfs huwelijksproblemen behandeld worden. Dat moet afgelopen zijn, vindt hij. De psychiatrie moet zich beperken tot echte medische ziekten.

Het is een ironische wending in de geschiedenis dat uitgerekend een psychiater en de overheid strijden tegen medicalisering. In de jaren ‘60 en ‘70 was het andersom: het verwijt van medicalisering, gericht tegen overheid en psychiaters, kwam van patiënten. Zij wezen medische diag-noses af omdat die van hulp en pillen afhankelijk maakten en de echte problemen – zoals onderdrukking in een slecht huwelijk of discriminatie op de arbeidsmarkt – niet oplosten. Nu vindt de staat dat zulke problemen niet als medisch gezien moeten worden. Ze horen bij het leven en moeten in eigen kring worden opgelost.

Vorig jaar werd daarom de ‘aanpassingsstoornis’ al uit het pakket geschrapt. Dit betekent dat de mensen die psychische problemen ontwikkelen ten gevolge van ontwrichtende gebeurtenissen zoals een scheiding of seksueel misbruik geen recht meer hebben op vergoede GGZ. Ook de behandeling van opvoedings-, relatie- en andere ‘luxeproblemen’ wordt niet meer vergoed.

De bezuinigingsvoorstellen op de GGZ van het College voor Zorgverzekeringen borduren voort op deze anti-medicaliseringslijn. Het CVZ wil een grens trekken tussen psychische klachten en stoornissen. Alleen mensen met een ‘echte ziekte’ hebben recht op toegang tot de geneeskundige GGZ.

De kans is groot dat de regering dit voorstel overneemt. De kosten moeten omlaag en dus moeten we luxezorg schrappen, lijkt de dominante gedachte te zijn. Dan doet de psychiater ook weer echt medisch-specialistisch werk in plaats zich te verlagen tot te duur betaald maatschappelijk werk, aldus Kahn .

Maar de strijd van Kahn en de overheid tegen medicalisering leidt niet tot lagere kosten. Anti-medicalisering leidt eerder tot verschuiving en intensivering van medische diagnoses. Patiënten verlangen erkenning van hun klachten en willen toegang tot zorg. Dit verhoogt bij professionals de druk om psychische problemen als stoornis te omschrijven.

Geconfronteerd met mensen met ernstige psychische klachten, staan zij voor de keuze om deze naar huis te sturen of van een psychiatrisch label te voorzien. Beide oplossingen zijn duur en in strijd met de professionele ethiek.

Neem Stanley, een onrustig kind dat opgroeit in een pedagogisch zwak gezin en een scheiding heeft meegemaakt. De relatief goedkope opvoedkundige ondersteuning bij scheidingsverwerking mag straks niet meer geboden worden. Stanley kan alleen nog bij de jeugd GGZ terecht wanneer hij gediagnosticeerd wordt met bijvoorbeeld ADHD. Als de hulpverlener geen stoornis vaststelt, krijgt Stanley geen toegang tot specialistische zorg en is de kans groot dat zijn klachten verergeren totdat dat jeugdzorg moet ingrijpen. In beide gevallen zullen de kosten hoger zijn dan wanneer Stanley in een vroeg stadium was geholpen.

De prijs van de strijd tegen medicalisering van de overheid en mensen als Kahn is tweeledig: ten eerste wordt medicalisering versterkt. Ten tweede blijven mensen met serieuze psychische problemen in de kou staan, met grote kans dat hun problemen verergeren en ingrijpen duurder wordt. Het onderscheid tussen psychische klachten en stoornissen is arbitrair en schadelijk voor cliënt en samenleving. Kahn wil deze grens duidelijker trekken, om de status van de psychiater als medisch specialist te herstellen.

Of problemen psychiatrisch zijn of niet is niet relevant. Relevant is of er professionele hulp bij nodig is. GGZ is echte, vakkundige en broodnodige hulp, ook als er geen pillen bij geslikt worden en de behandeling wordt uitgevoerd door een psycholoog of sociaal-psychiatrisch verpleegkundige.

Wij onderschrijven het belang van kostenbeteugeling van de GGZ, maar de kostenstijging is niet zo dramatisch als voorgesteld. De GGZ-kosten zijn tussen 2000 en 2010 met 7 procent gestegen, waarvan slechts 4 procent door meer behandelingen. Een van de oorzaken van de kostenstijging is dat marktwerking zorginstellingen aanspoort tot maximale productie en onmiddellijke (vaak premature) diagnose.

Wie de kosten van de zorg wil beteugelen, moet instellingen meer financiële en beleidsmatige zekerheid bieden en financiering van (basis) GGZ loskoppelen van psychiatrische classificaties. Dit houdt de zorg toegankelijk en beperkt overdiagnoses van psychiatrische problematiek en daarmee de doorstroom naar duurdere vormen van zorg.

Evelien Tonkens is toezichthouder in de GGZ en bijzonder hoogleraar aan de UvA. Nienke van Sambeek werkt als psycholoog in de jeugd GGZ.