De volkse oliekoning is dood

Redacteur Zuid-Amerika

Hugo Chávez Frias, de president van Venezuela, is gisteravond overleden aan de gevolgen van kanker. Hij gaat de geschiedenis in als de meest geliefde én meest gehate president die het land ooit had. Van alle hedendaagse linkse leiders in Latijns-Amerika heeft hij de grootste omwenteling tot stand gebracht. Venezuela vóór en na Chávez zijn twee radicaal verschillende landen.

In het straatbeeld is zijn erfenis onuitwisbaar. Tijdens zijn 14-jarige presidentschap liet hij scholen, ziekenhuizen en bibliotheken bouwen voor de onderklasse, hele stadswijken verrezen met gratis appartementen. Misschien stoppen zijn miljoenen aanhangers ooit met het bijwerken van de muurschilderingen van hem, maar ze zullen geen afstand nemen van het gevoel van eigenwaarde dat hij hun gaf. Tot zijn komst werden ze afgewezen, genegeerd en gediscrimineerd. Chávez was hun verlosser.

In de ogen van de elite is Chávez een megalomane populist, de man die democratie en economie opofferde en zijn populariteit kocht met oliedollars. Toch hebben ook zijn grootste critici zijn aandacht voor de armen overgenomen. De oligarchie van de oude olie-elite van Venezuela is vervangen door de macht van de massa.

Staatsgreep

Chávez werd in 1954 geboren in een arm gezin op het platteland. Hij droomde ervan werper te worden bij een Amerikaans honkbalteam en verzamelde boeken en plaatjes van Latijns-Amerikaanse militaire helden. Zijn favoriet was Simón Bolívar, de Venezolaanse revolutionair die een groot deel van Zuid-Amerika onafhankelijk maakte.

Op zijn zeventiende werd hij cadet aan de Militaire Academie. Al snel werd hij gegrepen door colleges over linkse, nationalistische Latijns-Amerikaanse leiders. In de jaren 80 was hij betrokken bij de oprichting van twee geheime genootschappen die Marxisme en nationalisme vermengden en dat ‘Bolivarianisme’ doopten.

Op 27 februari 1989 braken rellen uit in de sloppenwijken van Caracas. Het leger kreeg opdracht om te schieten, er vielen vielen minstens 300 doden. Chávez lag in het ziekenhuis met waterpokken en hoefde niet te schieten op zijn landgenoten. Verafschuwd besloot de toenmalige luitenant dat de tijd was aangebroken voor een staatsgreep.

De coup, drie jaar later, liep uit op een fiasco. Het plan was uitgelekt. Chávez, gekleed in uniform, verscheen op televisie. Hij zou de overgebleven coupplegers bevelen zich over te geven. Eenmaal live richtte hij zich tot het volk: de machtsovername was „voor dit moment” mislukt, nieuwe kansen zouden komen.

Chávez, inmiddels beroemd, zat twee jaar vast. Toen president Pérez werd afgezet wegens fraude, kwam hij vrij. Hij sloot zich aan bij een linkse partij en reisde door Latijns-Amerika om steun te vergaren. In Cuba ontmoette hij Fidel Castro, een ‘vader’ die hem sterk zou beïnvloeden.

Naar links galopperen

In Venezuela groeiden armoede en geweld. Als buitenstaander won Chávez de presidentsverkiezingen van 1998. Met zijn vurige betogen bereikte hij een grote, verwaarloosde kiezersgroep: de massa’s in de sloppen.

De veranderingen kwamen direct. Hij liet de grondwet herschrijven, zodat het hele volk werd vertegenwoordigd. Hij doopte het land om tot ‘de Bolivariaanse Republiek van Venezuela’. Het paard op het nationale wapen galoppeerde voortaan naar links in plaats van rechts. Toch voerde Chávez in zijn beginjaren een gematigd beleid. Hij bleef de adviezen van het IMF volgen – ondanks zijn tirades tegen het ‘imperialistische neoliberalisme’.

Tegelijkertijd gebruikte hij de enorme olierijkdom van Venezuela om het leven van de armen te verbeteren. Chávez wist hoe hij de emoties van het volk moest bespelen. In zijn radio- en televisieprogramma Aló Presidente danste en zong hij met aanhangers en omhelsde zieken. Zijn scheldpartijen tegen buitenlandse ‘vijanden’, zoals George W. Bush, haalde het wereldnieuws.

De hogere klasse van Venezuela gruwde van dit populisme. Velen vertrokken naar de VS. Ook bij staatsolieconcern PDVSA groeide de weerstand. De oliewinst werd verkwanseld aan ondoordachte megaprojecten, vond de leiding. Toen Chávez de PDVSA-top ontsloeg kwam het tot een uitbarsting. Een massademonstratie in april 2002 mondde uit in een coup door oppositieleden. Chávez weigerde af te treden, en werd er alleen maar radicaler door. Hij ging over op het ‘Socialisme van de 21ste eeuw’. Hij vergrootte het leger en richtte gewapende burgermilities op. Na een grondwetwijziging kon hij oneindig worden herkozen.

Als leider van een van de grootste olieproducenten ter wereld kon Chávez zijn populariteit verstevigen met hoge ambtenarensalarissen, projecten voor de armen en investeringen in wegen en bruggen. Ook in het buitenland kocht hij invloed. Bondgenoten kregen goedkope Venezolaanse olie.

Chávez provoceerde Amerika met zijn vriendschap met Iran, Libië en Cuba, maar de VS bleven olie kopen van Venezuela. Meer dan een socialist was Chávez een grondstofnationalist: een leider die de rijkdommen van zijn land inzette voor trots en onafhankelijkheid – en daarvoor werd aanbeden.

Yo soy Chávez

De persoonlijkheidscultus werd alleen maar sterker toen Chávez in juni 2011 bevestigde dat er een kwaadaardig gezwel uit zijn bekken was verwijderd. Er werd voor hem gebeden in de kerken van Caracas. Aanhangers droegen T-shirts met ‘Yo soy Chávez’ – ‘Ik ben Chávez’. Vorig jaar oktober werd hij opnieuw herkozen, drie maanden nadat hij zich genezen had verklaard. Dat hij nauwelijks op campagne kon, werd verhuld door honderden rode kraampjes met muziek, socialistische propaganda en kartonnen replica’s van de president.

Hoe groot zijn macht was geworden bleek toen hij binnen twee maanden na de verkiezingen moest toegeven dat zijn kanker terug was. De oppositie eiste nieuwe verkiezingen. Maar de socialisten, die het parlement en het Hooggerechtshof domineren, stelden zijn inauguratie uit voor onbepaalde tijd. Venezuela werd geregeerd door een aan bed gekluisterde president.

Nu is hij dood, maar er staat er al een mini-Chávez klaar: vicepresident Nicolás Maduro. De voormalig buschauffeur en vakbondsman heeft zijn vurige uitvallen en liefde voor trainingspakken overgenomen. Hij zegt de erfenis van Chávez te bewaken. Maar de socialistische revolutie vertoont barsten: de economie stagneert, het geweld neemt toe.

Als het model instort worden de armen, zoals vaker in Venezuela, het sterkst geraakt. Maar waarschijnlijk geven ze hun held Chávez niet de schuld. De volkse oliekoning kan zijn plaats innemen naast Bolívar in het pantheon van onsterfelijke Latijns-Amerikaanse leiders.