De publieksdoorbraak van een ‘vergeten’ meesterwerk is een feit

De roman Stoner (1965) van John Williams (1922-1994) staat deze week fier bovenaan de bestsellerlijst van het CPNB. De grote doorbraak liet even op zich wachten.

“Soms, heel soms, krijg je als uitgever een boek in handen, out of the blue, een boek dat je wegblaast, dat je verbijstert, dat je in je diepste wezen raakt, en doet beseffen waarom het nobele beroep van uitgever het mooiste vak op de wereld is. Een boek, dus, waarvan je na lezing denkt: dit moet iedereen lezen.”

Het zijn de eerste paar regels van de brief die Oscar van Gelderen vorig jaar juli aan boekhandelaren in den lande verzond. Van Gelderen, uitgever bij Lebowksi Publishers, was er van overtuigd dat hij met Stoner, een roman over het teleurstellende leven van een universiteitsdocent, literair goud in handen had. Nu moest hij alleen de mensen daar nog van zien te overtuigen. Te beginnen met de boekhandelaren.  De slotregels van de brief:

“Het is door critici alom geprezen als zijnde een ‘perfect’ boek, en als u de eindeloze rij lezersreacties op amazon.com over Stoner doorscrolt, zult u zien dat de Amerikaanse critici en lezers elkaar gevonden hebben – nu zijn wij, Nederlandse lezers, aan de beurt.”

Van Gelderen werd in 2010 door een bevriende Amerikaanse uitgever getipt over Stoner. Vier jaar ervoor, in 2006, was het boek opnieuw uitgegeven in de VS in de New York Review Books Classics-reeks. Het sloeg niet op grote schaal aan, maar onder fijnproevers was het boek zeer populair. Van Gelderen: “Redacteuren van uitgeverijen waren er dol op, zo werd me verteld. Ik heb het gelezen en meteen de rechten gekocht om het Nederland uit te brengen. Dat kostte me 2500 dollar.”

Van Gelderens verwachting dat het boek bij de kritiek aan zou slaan kwam uit. Zo wijdde Auke Hulst in oktober vorig jaar in deze krant een groot stuk aan Stoner.

“Er zijn momenten van onachtzaamheid die een leven kunnen vergallen. En er zijn kleine overwinningen, genoegens en diverse vormen van liefde die dat leven alsnog de moeite waard kunnen maken. Dat toont Stoner, de roman van John Williams (1922-1994) die, hoewel uit 1965, nu pas in vertaling verschijnt. Het is een spectaculair onspectaculaire roman over het leven van een weinig opmerkelijke man, vormgegeven in bijna perfecte en precieze taal, met een ingetogen wijsheid die de ziel raakt.”

Hulst gaf vijf ballen aan Stoner:

“In een notendop klinkt Stoner – secuur en met het juiste gevoel voor de ingetogen toon vertaald – als niets bijzonders, en dat verklaart mogelijk waarom het boek lang ongezien is gebleven. Maar vergis u niet: het is het leven. Niets meer, niets minder.”

Van Gelderen was verguld met de lof en de ballen. “Maar daarmee is nog helemaal niet zeker of zo’n boek ook aanslaat bij het publiek. Er komen zo vaak boeken op de markt die door journalisten omarmd worden maar in de winkel niets doen.”

Het vuurtje begon daarna heel langzaam te branden. Stoner dook op in de eindejaarslijstjes van de kranten en tijdschriften, maar succesvol werd het volgens Van Gelderen door heel andere factoren. “Tweeten en retweeten. Mensen begonnen er over te praten. Ouderwetse mond-tot-mondreclame. BN’ers gingen het aanprijzen, de boekhandelaren die aanschoven bij De Wereld Draait Door prezen het aan.” Arnon Grunberg wijdde er een Voetnoot aan in de Volkskrant. Slotzinnen:

“Na het lezen van Stoner dacht ik: ik ben mijn tijd aan het verdoen, ik moet leraar worden. Als u een boek wilt lezen dat uw leven gaat veranderen, lees dan Stoner.”

Stoner is nu aan de 12e druk toe, en er worden er volgens Van Gelderen ’1000 a 2000’ per dag van verkocht. “Het gaat nu vanzelf, het loopt. Als je de eerste 10.000 maar hebt verkocht.”

In september verschijnt bij Lebowski de volgende vertaling van een boek van Williams: Butcher’s Crossing.