Broedplaatsen voor zakelijke vrijdenkers

De creatieve industrie is een bijna onzichtbare, ondergrondse sector met een wijdvertakt netwerk van freelancers en zelfstandigen. „We fixen het zelf wel.”

Zet een architect, een grafisch ontwerper en een modeontwerpster bij elkaar. Wat voor bedrijf krijg je dan? Euhh, een multifunctioneel ontwerpbureau?

Mis. Het juiste antwoord ligt op de vijfde verdieping van het oude Volkskrantgebouw in Amsterdam – een broedplaats voor starters in de culturele en creatieve sector. Drie jonge ondernemers werken daar aan de verkoop van winterlaarzen, gebaseerd op de Valenki, een traditionele Russische laars van schapenwol – bij veertig graden onder nul heb je nog warme voeten. Ze worden met de hand gemaakt in een fabriek ten noorden van Moskou en moeten in Nederland uitgroeien tot een trendy merk.

Het driemansteam bestaat uit modeontwerpster en styliste Ellis Biemans (29), grafisch ontwerper en muziekproducer Erjee Vroling (30) en architect en websiteontwerper Jasper Eustace (35). Ze werken als zzp’er in hun eigen vakgebied, en hebben daarnaast samen een bedrijf opgericht, Slovz.

Slovz is de merknaam waaronder zij de robuuste laarzen verkopen. Het merk begint langzaam bekendheid te krijgen, de ondernemers zitten nog in de opstartfase. Het is een mooie, creatieve samenwerking: hun kantoortjes staan vol met de Russische laarzen, én met een dj-draaitafel, draaiplaten, kleding, paspoppen en een tekentafel.

De creatieve industrie – het is een bijna onzichtbare, ondergrondse sector, met een wijdvertakt netwerk van freelancers en zelfstandigen. Een wereld waarin je van experimenterende zolderkamerstudent kunt uitgroeien tot een rijke techneut. De ondernemers zijn jong, hoogopgeleid, ambitieus, flexibel en hardwerkend – innovatieve vrijdenkers, niet gehinderd door hiërarchische bedrijfsstructuren.

De sector heeft de afgelopen vijftien jaar een flinke opmars gemaakt, zo bleek recentelijk uit onderzoek van Arjan van den Born, dat hij presenteerde bij zijn oratie als bijzonder hoogleraar creatief ondernemerschap aan de Universiteit van Tilburg.

De creatieve industrie is in Nederland een krachtige banenmotor. Het aantal voltijdbanen steeg van 250.000 in 1996 naar bijna 370.000 in 2010, zo staat in het onderzoek. In dezelfde periode groeide de hoeveelheid ondernemingen van zo’n 50.000 naar 125.000.

De creatieve industrie is in de afgelopen jaren grotendeels een ‘freelance industrie’ geworden: 26 procent van alle creatieve ondernemers werkt als zzp’er, tegenover 12 procent in 1996. Meer dan in de rest van de economie is er in de creatieve industrie sprake van schaalverkleining. De omvang van bedrijven daalde van gemiddeld ruim vijf medewerkers in 1996 naar minder dan drie in 2010. Van den Born spreekt van een „revolutie”. „Het wordt steeds meer een netwerkeconomie waar iedereen in projecten werkt.”

Zoals in de voormalige graansilo in Rotterdam-Zuid, waar ooit de roemruchte nachtclub Now&Wow zat. De grote stalen deuren, oude krappe liften en betonnen vloeren geven het imposante gebouw een industriële uitstraling. In 2008 vestigde zich hier de Creative Factory, een organisatie die jonge ondernemers begeleidt bij het opzetten van hun bedrijf en werkruimte biedt – voor zo’n 200 euro per persoon.

Op de zesde verdieping zitten zo’n vijf bedrijfjes (van de in totaal zeventig). Dit is de ‘webverdieping’, met voornamelijk webdesigners en webontwikkelaars. Ze zijn allemaal rond de dertig jaar oud en werken veel samen. Zoals zzp’ers Mario Kerkhof (31) en Lindsey Tates (26). Hij bouwt WordPress-websites (een publicatieplatform), zij doet webdesign.

Ze hebben een werkplek pal naast elkaar, en doen meer dan de helft van hun projecten samen. „Je krijgt hier een ontzettende vibe om te gaan werken”, zegt Tates. „Ik ben niet meer die persoon die thuis websites ontwerpt. Ik word veel serieuzer genomen nu ik hier zit.” Mei vorig jaar trok ze in het gebouw, en sindsdien heeft ze meer opdrachten.

Dat laatste geldt voor alle ondernemers op deze verdieping. Door het ‘broedplaatseffect’ raken ze bij veel meer projecten betrokken dan toen ze vanuit huis werkten. „Dit is een win-winsituatie. Je stapt zo bij elkaar binnen, je spart even en kijkt hoe je het aanpakt”, zegt webontwikkelaar Leroy de Rouwe (27).

Het saamhorigheidsgevoel onder de zelfstandigen is groot. „We zijn allemaal jong en beginnen net. Je loopt tegen dezelfde dingen aan, zoals het regelen van de administratie en afsluiten van verzekeringen. We zijn meer collega’s dan concurrenten, we gunnen elkaar opdrachten.”

Zzp’ers zijn aan de winnende hand, zegt De Rouwe. „We zijn specialisten, daarmee onderscheiden we ons op de markt.” En als zelfstandige heb je geen last van een logge organisatie, hiërarchie en regeltjes, zoals bij grote bedrijven, zegt Laurens Boex (31).

Samen met Jasper van Orden (30) runt hij Rodesk, specialist in user experience design van websites en apps. Boex: „Wij kunnen sneller, efficiënter en goedkoper werken dan grote bureaus. Ons doel is niet groot worden, maar creatief blijven.”

Werken voor een baas, daar moet niemand op deze verdieping aan denken. „De vrijheid, het ondernemerschap, zelf opdrachten aannemen en tot een succes maken: die voldoening is zo groot”, zegt webontwikkelaar Joan Lindhout (27).

Tates denkt er net zo over. Tot twee weken terug werkte zij freelance twee dagen per week als grafisch vormgever bij een groot bedrijf, maar dat heeft ze opgezegd. „Ik werk veel liever voor mezelf, dan kan ik mijn eigen regels bepalen.”

Er is een aantal redenen voor de stijging van de werkgelegenheid in de creatieve industrie. Ten eerste heeft de sector de afgelopen vijftien jaar een sterke ontwikkeling doorgemaakt, door de opkomst van ICT, nieuwe media, games en internet. De sector kent lage toetredingsdrempels en staat daardoor open voor nieuwe ondernemers. En in de afgelopen vijf jaar zijn er door het hele land veel creatieve broedplaatsen ontstaan, wat de groei en samenwerking van ondernemingen kan bevorderen.

De kracht van de creatieve zelfstandigen is dat zij een „enorme passie” voor hun vak hebben, zegt Van den Born. „De innovatiedrang is groot. Daar kunnen grote bedrijven veel van leren.” Voor veel creatieve bedrijfjes is het financieel niet makkelijk; het is geen sector waarin veel geld wordt verdiend, zegt de hoogleraar. „Daardoor worden ze gedwongen te vernieuwen.”

Nadeel van creatieve zzp’ers is dat het ze soms ontbreekt aan slagkracht. Van den Born: „Er zijn er niet veel die de stap maken naar het midden- en kleinbedrijf. Het blijft te vaak bij de zolderkamer.”

En de zelfstandigen worden moeilijk gevonden door de grote bedrijen, zegt Edwin Bouwers, voorzitter van FNV Kiem, de vakvereniging voor de creatieve industrie. „De grote bedrijven zitten op industrieterreinen, creatieve ondernemers in broedplaatsen en op zolderkamers. Ze ontmoeten elkaar niet genoeg.” En als ze elkaar zien, spreken ze elkaars taal niet. „Het zijn twee verschillende werelden.”

Dat het wel mogelijk is een kleine, creatieve onderneming te laten doorgroeien, bewijst Vincent van Geel (30) van gameontwikkelaar ISOTX. Op zijn veertiende rolde hij de gamewereld in met het veranderen van bestaande spellen, in 2007 begon hij met twee Amerikaanse partners, en nu heeft hij samen met hen een bedrijf van dertig werknemers.

„De game-industrie groeit sneller dan je zelf kunt bijhouden. De hele markt is in zo’n vier jaar tijd ontploft”, zegt Van Geel. ISOTX heeft een kantoor in het pand van de Dutch Game Garden, de gamehotspot van Nederland met zo’n veertig bedrijven.

De rol van zzp’ers is belangrijk in de game-industrie, vertelt Van Geel. Er werken veel zelfstandigen die allemaal hun eigen specialisme hebben. Zo heeft hij geen ‘karakterbouwers’ in huis: iemand die levensechte mensen ontwerpt in 3D. Daar huurt hij specialisten voor in.

ISOTX werkt in totaal met twaalf zzp’ers. „Een zelfstandige wil afwisseling en veel verschillende projecten. In de gamewereld gaat het steeds meer richting het filmstudiomodel: een tijdelijk contract voor één game.”

Terug naar de Russische winterlaarzen. De hippe posters ‘Slovz. Russian handmade’ hangen in de gangen. Jasper Eustace vertelt dat ze alles vanuit hun eigen netwerk geproduceerd hebben. Zo zijn de modellen op de posters bekenden. En bij de ontwikkeling van de flyers, dozen voor de laarzen en website hebben ook bevriende ondernemers geholpen.

Dat is de kern van de creatieve industrie anno 2013: we fixen het zelf wel.