brieven

Ik maak me zorgen of mijn kinderen het redden

Het artikel over het generatiegevoel (NRC Handelsblad, 2 maart) draaft door. Volgens van Tom-Jan Meeus is het probleem dat jongeren en ouderen elkaar niet kennen. Protesteren ouderen dan uit egoïstisch eigenbelang? Als ik als oudere maar niet gekort wordt…? En reageren ze zo omdat ze de jongere generatie niet kennen? Veel ouderen hebben kinderen en kleinkinderen. Ik maak me zorgen of mijn kinderen het wel redden. Of ze hun baan houden, hun hypotheek kunnen betalen. Ik maak me zorgen over mijn intelligente kleinkinderen, kunnen die straks nog gaan studeren, is er nog werk voor hen… Bijna alle ouderen zijn verbonden met jongere generaties. Ouderen willen best inleveren als duidelijk is dat dat bijdraagt aan de toekomst van de samenleving. Maar het kabinet opereert als inspiratieloze boekhouder. Zonder een aansprekende visie snijdt men in de voorzieningen, worden de lasten verhoogd. De geldkranen voor de verzorgingsstaat gaan dicht, de geldkranen voor de banken gaan open. De regering wekt geen vertrouwen dat het goed komt. Logisch dat ouderen zich ook zorgen maken over hun toekomst.

Peter Maas

Groesbeek

Paardenvlees was taaie ju

Twee aanvullingen op de woordhoek van Ewoud Sanders (NRC Handelsblad, 4 maart). Voor 1960 woonde ik nog thuis in West-Vlaanderen. Als wij aan tafel taai vlees voorgezet kregen, riep mijn vader (1913) geërgerd uit: „dát is taaie ju!” Ik heb toen nooit het verband gelegd met vlees van een oud paard. Als kinderen begrepen we gewoon dat dit wel minderwaardige kost moest zijn, een misselijke streek van de slager die het vlees (aan huis) geleverd had.

Ook met de sociale status van het eten van paardenvlees was er iets. Wij wisten dat er milieus waren waarin paardenvlees niet gegeten werd. Mijn moeder beweerde dat paardenvlees in „een aantal opzichten” gezonder was dan rundvlees en misschien was het wel goedkoper. Maar in het Vlaanderen van toen kleefde er wel degelijk een smet aan. Zie hiervoor de korte roman van Ward Ruyslinck De Paardevleeseters. Ik heb dat boek niet meer, maar mij is bijgebleven dat de hoofdfiguren, een paardenvleesetende familie, stilletjes gediscrimineerd worden en hierdoor sociaal ten onder gaan.

Erik Wittevrongel

Schilde, België

Germanen aten het ook al

Ewoud Sanders denkt dat het taboe op het eten van paardenvlees in de negentiende eeuw is ontstaan. Volgens mij is het veel ouder. De heidense Germanen hadden de gewoonte om paarden te offeren aan hun goden. Bij de offermaaltijd werd het paardenvlees gegeten. De kerk, die toen nog heel jong was, wilde een einde maken aan dit heidense gebruik en verbood het eten van paardenvlees.

Ook de sentimenten spelen een rol. Eeuwenlang ontleenden mannen hun status aan het berijden van paarden. Zij hielden van hun rijdieren en wilden het vlees ervan niet eten. Maar in de talloze Europese oorlogen sneuvelden paarden net zo talrijk als mensen, en omdat de soldaten weinig te eten hadden, aten ze het vlees van dode paarden. Dat heeft niet bijgedragen aan de status van paardenvlees. De uitdrukking ‘je hebt paardenvlees gegeten’ als de kinderen wild waren, heb ik geleerd van mijn vrouw, die afkomstig is uit Vianen.

Ramon du Pré

Hoorn

Gasbevingen zijn in de kleine velden begonnen

De NAM gaat bij Veendam naar gas boren en beweert dat door gaswinning daar geen aardbevingen kunnen voorkomen want dat zou alleen in grote velden gebeuren en niet in kleine (NRC Handelsblad, 26 februari). De NAM vergeet dat de eerste aardbevingen door gaswinning in het kleine Eleveld plaats vonden. Het verband met gaswinning werd door de NAM jarenlang ontkend. Overigens zou vermindering van de gasproductie in het Noorden kunnen worden opgevangen door in Utrecht exploratie naar schaliegas toe te staan zodat er in de toekomst geen energietekort ontstaat. Kunnen de randstedelingen ook ervaren wat het betekent om voor eigen energie te zorgen.

J.G.J. van Lith

Rolde