Bij de dood van Chávez

Met de dood van Hugo Chávez komt een einde aan het bedrog waarmee de autoriteiten in Venezuela de mythe in stand hielden dat de president nog altijd het land aan het regeren was.

Zijn overlijden, gisteravond na een langdurige ziekte, dompelt het land in rouw en schept een toestand die onzeker is. De vraag is of zijn partijgenoot en interim-president Nicolás Maduro de rust zal weten te bewaren in het Latijns-Amerikaanse land dat ondanks zijn rijke bezit aan olie een wankele economie heeft. Maduro’s verklaring dat het leger en de politie zullen worden ingezet om het volk te beschermen en de vrede te bewaken, stemt niet optimistisch.

Chávez is het typische voorbeeld van de idealist die, eenmaal op overigens democratische wijze aan de macht gekomen, daar vervolgens aan verslaafd raakte. Hij creëerde zijn eigen heldendom en een deel van de bevolking geloofde er onvoorwaardelijk in. Chávez, de held van de armen. Een statuur die hij zelf ijverig in stand hield door de media naar zijn hand te zetten en door de grondwet zo te wijzigen dat hij telkens kon worden herkozen. Zo voorkwam hij zijn aftreden in 2012 en kon hij zijn positie veertien jaar handhaven.

Maar het tijdperk van de zowel clowneske als autoritaire Chávez is nu ten einde. Van zijn inauguratie na zijn herverkiezing vorig jaar is het niet meer gekomen en aan de schimmige constitutionele situatie die door zijn ziekte ontstond, komt straks door nieuwe verkiezingen een einde.

Grote vraag is uiteraard wat die verkiezingen zullen opleveren. Als de Venezolaanse bevolking de aanbeveling van haar overleden president volgt, is vicepresident Maduro straks de nieuwe machthebber. Maar ook parlementsvoorzitter Diosdado Cabello, die volgens de grondwet nu eigenlijk de functie van de president had moeten waarnemen, is wellicht kandidaat. Zijn achterban is te vinden in het leger en bij de rijkere klasse.

Veel Venezolaanse kiezers zullen niet terugverlangen naar het tijdperk waarin een corrupte elite de welvaart oneerlijk verdeelde. Chávez, destijds luitenant, pleegde in 1992 een mislukte coup die daartegen was gericht. Maar de ‘Bolivariaanse revolutie’ die hij ontketende na zijn verkiezing in 1998, heeft evenmin een einde gemaakt aan de armoede in Venezuela, hoe zeer Chávez ook met subsidies strooide. Ook de gewelddadigheid in het land is alleen maar toegenomen.

Chávez zocht het gezelschap van linkse of pseudolinkse bondgenoten in Latijns-Amerika, en provoceerde de Verenigde Staten, die desondanks de grootste afnemer van de Venezolaanse olie zijn.

Het beste wat zijn opvolger kan doen is dan ook ervoor te zorgen dat de betrekkingen met de grootmacht in het noorden worden genormaliseerd.