Angst voor vrouwen

Horror is een vrouwengenre, meestal met heldinnen. Waarom?

Het was een op eigen ervaring gebaseerde bewering waarvoor ik nooit bevestiging vond. Horror is een vrouwengenre, vertelde een bioscoopexploitant me ooit. „Vrouwen houden van griezelen, tweederde van de bezoekers van horrorfilms zijn vrouwen. Mannen zie je eerder bij actiefilms.”

Een intrigerende bewering die ik soms voorleg aan makers van horrorfilms. De Zweedse regisseur Tomas Alfredson van de artistieke vampierfilm Let the Right One In speculeerde dat het lag aan de menstruatie die „een heel andere verhouding tot bloed geeft dan ik mij als man kan voorstellen”.

Wie weet. Horrorfilms hebben meestal heldinnen in de hoofdrol. Is dat omdat iedereen het best meevoelt met vrouwelijke slachtoffers? „Torture the women!”, luide het devies dat Alfred Hitchcock leende van toneelschrijver Victorien Sardou. Maar er is nog een andere reden. Vrouwen kunnen beter overweg met hun tegenspelers: monsters en spoken. Actiefilms draaien om ingrijpen, griezelfilms om begrijpen.

Goede horror wekt begrip voor het monster. De Victoriaanse zwarte romantiek en de klassieke filmhorror die zich daarop baseerde, gaan zelden over slachtoffers: die zijn saai en weerloos. De dader, het monster: die is interessant, want eenzaam en onbegrepen. Neem Hollywoods filmmonsters uit de jaren dertig: Dracula is een bleke, smachtende latin lover in zijn graftombe, Frankenstein een mishandeld mankind, Dr. Jekyll en de weerwolf zijn mannen met gebrekkige impulscontrole en daaropvolgend schuldgevoel.

Alleen met gevoel krijg je iets van monsters gedaan. Dat geldt ook voor een modern monster als kannibaal Hannibal Lecter in The Silence of the Lambs (1991): FBI-agente Sterling temt hem als ze zich kwetsbaar opstelt. The beauty and the beast. Een monster heb je lief, troost je, red je, al kan zoiets ook helemaal verkeerd uitpakken: spannend! Het zijn vrouwen die met gedetineerde seriemoordenaars corresponderen, verliefd worden, trouwen.

Identificatie met het monster maakt horror tot een vrouwengenre; slasherfilms met hun onvermurwbare moordenaars zijn met hun nadruk op rennen, gillen en vechten eerder actiefilms. Ook in de spookfilm draait het bijna altijd om begrip. Heeft de geest zich gemanifesteerd met klopsignalen, dansende tafels, spiegeltrucs of andere narigheid, dan is het zaak de bron van zijn pijn te vinden, onrecht recht te zetten, een oud skelet op te graven.

Vaak verhoogt de geest de inzet door een kind te overweldigen: die staan nog meer open voor invloeden van gene zijde. Van Poltergeist (1982) tot Mama voeren heroïsche moeders strijd om de ziel van hun kinderen. Soms blijkt de dood de enige optie, zoals in Dark Water van Hideo Nakate, in 2005 opnieuw verfilmd door Walter Salles. Daarin claimt spookmeisje Natasha de liefde van een gescheiden moeder: alleen door te sterven kan ze moeder van haar eigen dochter Cecilia zijn én van Natasha.

In de nu invloedrijke J- en K-horror uit Japan en Korea laten hongerige geesten zich zelden vermurwen, in de nu eveneens modieuze Spaanstalige, barokke horror zijn ze communicatiever. Neem Mama, dat een geest vergelijkt met een uitgedroogd karkas. „Een verdorde, misvormde emotie, gedoemd zichzelf te herhalen tot iemand het onrecht rechtzet dat ooit werd begaan.” Die emotie is geperverteerde moederliefde van een dood meisje dat een baby verloor: haar schim houdt de verwilderde Victoria en Lilly in leven met kersen, motten en muizen.

Toch volstaat begrip en rechtzetten niet, ontdekt psychiater dr. Dreyfuss. Hij zegt na observatie tegen Mama: „Ik weet waarom je dit doet.” Alsof ze daar boodschap aan heeft: je moet haar pijn voelen. Zoals heldin Annabel (Jessica Chastain), eerst een egoïstische hedonist die niks met kinderen heeft. Haar ontkiemende moederliefde is haar enige hoop. Niet kennen en ingrijpen, maar voelen en begrijpen: daar gaat het om in horror. En dat doet mama nu eenmaal veel beter dan papa.