Achtergrond Nederlanders werken vaker thuis. Is dat een succes?

Communiceren met collega’s gaat via een chatbox, van files heeft hij nooit meer last, en zijn koffie zet hij zelf. Jan Krans (46), werkzaam bij IT-bedrijf Atos, komt nauwelijks meer op kantoor. Hij werkt thuis. „Zodra ik mijn laptop openklap, kan ik aan de slag. Mijn collega’s werken net zo. We zien elkaar alleen op vrijdag, bij de borrel.”

Thuiswerken is normaal geworden. Maar is het ook een succes? Vorige week ontstond ophef over een uitgelekte memo van Marissa Mayer, ceo van Yahoo. Het techbedrijf, beschouwd als vooruitstrevend op het gebied van arbeidsverhoudingen, wil dat thuiswerkers weer naar kantoor komen. De „snelheid en kwaliteit gaan vaak verloren wanneer we vanuit huis werken”, volgens de topvrouw. Het personeel moet „zij-aan-zij” werken.

Nederlanders werken juist steeds vaker thuis. Volgens onderzoek in 2011 van TNO werkt 28 procent van de werknemers minimaal één uur per week thuis. Een thuiswerker doet dat gemiddeld 6,2 uur per week. De sectoren ICT, onderwijs en financiën scoren hoog.

CDA en GroenLinks opperden anderhalf jaar geleden een initiatiefwet om het recht op thuiswerken vast te leggen. De wet moet nog steeds in de Tweede Kamer behandeld worden.

„Nederland loopt met thuiswerken voor op andere landen”, vertelt Ton Wilthagen, hoogleraar arbeidsmarktbeleid aan de Universiteit Tilburg. „We zijn een diensteneconomie, onze banen lenen zich er goed voor. Alles wat je op kantoor achter een bureau doet, kun je nu ook thuis doen.” Ook het vermijden van files is volgens hem een typische Nederlandse motivatie om thuis te werken. Daarnaast is het kostenbesparend voor bedrijven. „Vaak doen bedrijven alsof het aanbieden van thuiswerken een gunst is voor werknemers, maar zij hebben er zelf ook baat bij.” Gebouwen kosten geld.

Maar er zijn ook nadelen. Zonder dagelijks contact met collega’s hebben thuiswerkers grotere kans weg te kwijnen achter hun computer. Of veel te hard te werken, uit angst niet gezien te worden door hun baas. Ze lopen een groter risico op RSI, omdat de werkplek thuis vaak niet ergonomisch is. Mensen zeggen vaak thuis meer te kunnen werken omdat ze minder reistijd hebben en geconcentreerder werken. Maar ben je thuis echt productiever? Volgens TNO-onderzoeker Merle Blok is dat lastig vast te stellen. Want hoe meet je dat? Aan het aantal geniale ideeën? Het aantal afgeleverde rapporten?

Karlien Haak van arbeidsadviesbureau A-advies begeleidt bedrijven bij het nieuwe werken. „Het succes staat of valt met de opstelling van de leidinggevende. Die is opeens geen duidelijke baas meer achter het grootste bureau, maar krijgt een meer ondersteunende en begeleidende rol. Dat geeft statusverlies. Maar het nieuwe werken heeft geen zin als je baas met argusogen volgt hoe laat je online komt en alles wil controleren.”

De oproep van Yahoo lijkt volgens Haak op de „oude, controlerende werkrelatie van vroeger”. Bedrijven als Google en Yahoo doen traditioneel veel om de werkomgeving prettig te maken. „Ze proberen een omgeving te creëren waar je graag wilt zijn. Een sapjesbar, ontspanningsruimtes. Dat is óók het nieuwe werken.”

Een Nederlandse pionier op het gebied van thuiswerken is verzekeraar Interpolis. Het is nu onderdeel van Achmea, dat het thuiswerken ook stimuleert. Van de 17.000 werknemers werken er geregeld 4.000 à 5.000 thuis, zegt P&O-manager Robbert Boulogne. „Het maakt ons niet uit hoe je je dag indeelt, zolang je op de afgesproken tijd het afgesproken werk inlevert.” Hij werkt zelf ook veel thuis. „Ik kan me beter concentreren als ik rapporten moet schrijven. Lekker in stilte aan de keukentafel.” En zonder forenzen heeft hij ook meer tijd voor wielrennen. „Scheelt me toch anderhalf uur per dag.”