Zeker 40 militairen Syrië gedood in Irak

Ruim veertig Syrische militairen zijn gisteren vermoord in Irak. Daar waren ze vorige week vrijdag naar uitgeweken op de vlucht voor rebellen in Syrië. Dat heeft de Iraakse regering bekendgemaakt. Het incident illustreert hoe makkelijk de oorlog in Syrië kan overslaan naar de buurlanden.

Zo’n 65 Syrische militairen hadden zich vrijdag overgegeven aan de Iraakse autoriteiten, na een offensief van Syrische rebellen die de grensovergang bij de Syrische plaats Yaarabiya wisten te veroveren. Het Iraakse leger bracht de militairen gisteren in een bus terug naar Syrië, toen gewapende mannen het konvooi aanvielen in de Iraakse provincie Al-Anbar. De aanval, waarbij ten minste zeven Iraakse militairen omkwamen, is niet opgeëist.

Volgens een lid van de provinciale raad van Anbar zijn bij de hinderlaag behoren ook 14 Irakezen die het konvooi beschermden.

De sunnitische provincie Anbar is al langere tijd onrustig, mede als gevolg van de burgeroorlog in Syrië. Sunnieten demonstreren tegen de regering van de shi’itische premier Al-Maliki. Ze voelen zich als minderheid gemarginaliseerd in Irak en vinden dat de anti-terreurwetten misbruikt worden tegen hen.

Al-Maliki is een bondgenoot van de wankelende regering van president Assad in Damascus. Hij vreest dat na de val van Assad de opstand van de sunnieten in de regio zijn kant op zal komen.

Syrische rebellen hebben gisteren de noordoostelijke stad Raqqa veroverd op het Syrische leger en een standbeeld van Assads vader omver getrokken. Dat hebben inwoners van de stad en bronnen bij de oppositie gezegd. De val van Raqqa is een belangrijke zege voor de rebellen. Ze hebben nog niet eerder een provinciehoofdstad in handen gekregen.

Syrische militairen hebben nog wel de provinciale luchthaven in handen. Volgens de rebellen blijven de militairen een bedreiging, ook omdat ze nog een gebouw van de militaire inlichtingendienst in de stad controleren. (AP, Reuters, BBC)