Wij dubbele petten op? Dat was juist de bedoeling

De komende weken zal er vaak naar de senaat worden gekeken, omdat VVD en PvdA daar geen meerderheid hebben, zoals bij een debat over het woonakkoord dat het kabinet sloot met een deel van de oppositie. Senatoren twijfelen nu: welke banen kunnen ze combineren?

Het begon eigenlijk meteen te schuren toen ze anderhalf jaar geleden fractievoorzitter werd. Op 29 september 2011 stond Marleen Barth twee keer in dezelfde krant. Eén keer als PvdA-fractieleider in de Eerste Kamer. En één keer als voorzitter van GGZ Nederland, de brancheorganisatie van de geestelijke gezondheidszorg. „Toen besloot ik: dit moet ik niet willen, ik kan niet twee boegbeelden tegelijk zijn”, zegt Barth. Ze vertelde GGZ dat ze zou stoppen, al vertrekt ze pas komende september – twee jaar later. „Vroeger kraaide er geen haan naar de banen van Eerste Kamerleden, maar de politieke lading van wat wij doen is veranderd.”

Er is plotseling veel belangstelling voor de Eerste Kamer, de 75 mensen die erin zitten en wat zij allemaal doen naast hun senatorschap. Het kabinet-Rutte II heeft geen meerderheid in de Eerste Kamer, en is daarom permanent op zoek naar steun van de senatoren van de oppositie. Hoewel ‘het politieke primaat’ in de Tweede Kamer ligt, bepalen zij of de kabinetsplannen doorgaan of niet. Of het nu gaat om een woonakkoord of de vorige week aangekondigde 4,5 miljard aan extra bezuinigingen – de senatoren doen ertoe.

De leden van de Eerste Kamer zijn geen fulltime politici, zoals die van de Tweede Kamer. Op maandagavond en dinsdag vergaderen ze over nieuwe wetgeving, de rest van de week hebben ze een echte baan, buiten de politiek. Velen hebben daarnaast nog allerhande functies in raden van commissarissen, toezicht of advies. Stuk voor stuk betrekkingen die een senator helpen verder te kijken dan het Binnenhof, maar die ook weleens botsen. Zo onderhandelde Elco Brinkman als fractieleider van het CDA met Rutte II over de woningmarkt, terwijl hij als voorzitter van Bouwend Nederland – de lobbyclub van bouwbedrijven – direct belanghebbende is. Loek Hermans, VVD-fractievoorzitter, ligt voor de tweede keer in korte tijd onder vuur om een nevenfunctie. Hij was als toezichthouder in 2009 betrokken bij het faillissement van de thuiszorgmoloch Meavita. In 2011 kwam hij in opspraak als voorzitter van de raad van toezicht van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (CAO).

Officiële regels om belangen gescheiden te houden zijn er niet. De meeste fracties hebben een informele afspraak: je voert niet het woord over zaken waar je door je werk persoonlijk bij betrokken bent. Zo spreekt Guusje ter Horst (PvdA) niet meer over de woningmarkt sinds ze begin dit jaar aantrad als commissaris bij de Amsterdamse woningcorporatie De Key. Senator Anne Flierman (CDA) zal zich niet meer bemoeien met onderwijs als hij in mei voorzitter wordt van NVAO, een organisatie voor het hoger onderwijs. „Ik wil niet in twee hoedanigheden met de minister aan tafel zitten”, zegt Flierman.

Flierman volgt met zijn besluit het voorbeeld van D66’er Thom de Graaf. Sinds hij vorig jaar voorzitter werd van de HBO-raad, spreekt de oud-minister niet meer namens zijn partij over onderwijs. In zijn geval zou dat ook extra gecompliceerd zijn geweest. Vanuit de lobby van het hbo is hij namelijk kritisch over de plannen voor een sociaal leenstelsel, terwijl D66 vóór is. „Als voorzitter van de HBO-raad heb ik zorgen over de toegankelijkheid van het onderwijs, maar als senator stem ik mee met mijn fractie”, zegt De Graaf. Wat hem betreft, zijn de belangen zo voldoende gescheiden.

Veel senatoren maken zich boos over de suggestie dat ze diverse belangen zouden dienen. Het is toch juist de bedoeling, zeggen ze, dat senatoren door hun gewone werk met twee benen in de samenleving staan? Heleen Dupuis (VVD), emeritus hoogleraar medische ethiek, voert voor haar partij het woord over zorg, terwijl ze ook adviseur is van het College van Zorgverzekeraars. „Ik zit daar echt alleen vanwege mijn expertise. Het heeft niets te maken met iets dat van mijzelf is.” De commotie over dubbele petten is „een schijndiscussie”, zegt Dupuis. Al vindt Dupuis wel dat de zaken anders liggen voor fractievoorzitters, die het woord voeren over alle onderwerpen. „Dat Brinkman echt aan tafel is gaan zitten voor die onderhandelingen over de woningmarkt, verbaast mij.”

Dat probleem lost zich voor Brinkman vanzelf op. Hij vertrekt later dit jaar als voorzitter van Bouwend Nederland. Niet omdat hij geen lobbyist en senator tegelijk wil zijn, maar omdat hij met pensioen gaat. Alleen PvdA’er Marleen Barth trok de radicale conclusie dat ze haar baan bij GGZ moest opzeggen. Binnen haar fractie wordt nu ook gesproken over meer formele regels om te schijn van belangenverstrengeling te voorkomen. „We kijken nu ook of kleinere bijbanen wel met een woordvoerderschap te combineren zijn.”

Niet alle collega’s zijn daar gelukkig mee. Roger van Boxtel, D66-fractieleider en bestuursvoorzitter van verzekeraar Menzis, denkt dat elke senator zelf kan afwegen welke belangen onverenigbaar zijn. „Een reglement van een partij moet geen morele standaard voor anderen worden.”

Tof Thissen (GroenLinks) is nog ongelukkiger met de opstelling van Barth. „Als we haar redenering volgen, kan een fractieleider in de senaat helemaal nergens boegbeeld van zijn”, zegt Thissen, directeur van het Kwaliteitsinstituut Nederlandse Gemeenten (KING). „Ze voedt hiermee het vooroordeel dat we hier allemaal zitten voor ons eigen gewin. In feite zegt ze: fractievoorzitters in de Eerste Kamer kunnen alleen in loondienst bij een kleurloze organisatie.”