Vrijheidsstrijder leidt ‘herstart’ Hongaarse centrale bank

Met György Matolcsy als hoofd van de centrale bank gaat in Hongarije een andere wind waaien. De onafhankelijkheid van de bank lijkt in gevaar.

György Matolcsy.

Kredietbeoordelaars moeten „zichzelf maar afwaarderen”. Beleggers die in Hongaarse forinten handelen heten „speculanten”. En volgens de nieuwe gouverneur van de Hongaarse centrale bank György Matolcsy spannen grote Europese banken en multinationals met de Europese Commissie en journalisten samen tegen de Hongaarse regering.

Matolcsy (57), die door een vaak scheef hangende bril overkomt als een verstrooide professor, was vanaf juni 2010 minister van Nationale Economie van Hongarije. Vrijdag werd hij het nieuwe hoofd van de centrale bank. De ten tijde van het communisme gepromoveerde econoom liet er op zijn eerste werkdag geen twijfel over bestaan dat met zijn aantreden een nieuwe wind waait bij de bank. Die moet vanaf nu worden gezien als een „strategisch partner” van de regering, bij het helpen van de Hongaarse economie.

Zijn opponenten vrezen dat dit andere taal is voor geld bijdrukken of het gebruiken van de reserves van de bank in het komende verkiezingsjaar. Onder leiding van de vorige bankgouverneur, András Simor, was de relatie met de regering slecht. Simor verzette zich fel tegen pogingen de onafhankelijkheid van de bank aan te tasten.

Hij werd door premier Viktor Orbán uitgemaakt voor „off shore ridder”. Simor wordt nu mogelijk juridisch vervolgd, omdat hij vertrouwelijke informatie met het IMF zou hebben gedeeld.

Matolcsy geldt daarentegen als een vertrouweling van de premier en als de architect van het onorthodoxe economisch beleid van de regering. Die nationaliseerde onder meer de private pensioenfondsen en voerde een uniform tarief voor de inkomstenbelasting in. Om dat te financieren zijn met terugwerkende kracht nieuwe belastingen geheven, die met name multinationals en banken troffen. Hongarije heeft buitenlandse investeerders zo in hoog tempo van zich vervreemd.

De regering is er met alle kunstgrepen tot nu toe wel in geslaagd het begrotingstekort onder de 3 procent te houden, als een van de weinige EU-landen. In de nieuwe grondwet is een maximale staatsschuld van 60 procent opgenomen en de verplichting voor regeringen om naar vermindering van de schuld te streven zolang die daar boven zit.

De radicale maatregelen worden genomen onder de vlag van een vrijheidsstrijd. Nadat het land jarenlang gebukt ging onder een te snel opgelopen buitenlandse schuld, moet Hongarije weer onafhankelijk worden van schuldeisers en energieleveranciers.

Matolcsy spreekt graag van een speciaal „Hongaars model” voor de economie en van een „herstart”. Hij is ervan overtuigd dat correctie nodig is op de ontwikkelingen sinds 1989. Tijdens de privatiseringen en liberaliseringen is een groot deel van de economie in buitenlandse handen gekomen, maar zijn weinig Hongaarse bedrijven opgebloeid.

De bank zal zich onder hem binnen de door de ECB gestelde grenzen blijven bewegen, benadrukt Matolcsy in interviews. „De bank is weer Hongaars”, is niettemin de juichende kop op de voorpagina van Magyar Nemzet, een krant op de hand van de regering. In het kritische economische weekblad HVG wordt gesproken van Matolczy en „zijn dromen over (geld)printers”. De benoeming wordt gezien als het definitieve einde van de onafhankelijkheid van de bank. Vanaf nu zit Matolcsy weliswaar niet meer in de regering, maar wel met zijn hand op de geldkraan.