Verre echo’s van het origineel

Oude en nieuwe stillevens, t/m 17/3, Buitenplaats Beeckestijn. www.buitenplaatsbeeckestijn.nl

In de zeventiende eeuw waren stillevens een sensatie. Die huid, die vacht, die glans! Zo echt! Dat het schilders lukte om een geschoten fazant zo aaibaar neer te penselen, brood en fruit zo smakelijk te maken, een leeggedronken roemer zo zijn omgeving te laten weerkaatsen... Dat was magie.

Op Buitenplaats Beeckestijn hangt zo’n realistisch jachtstuk met geschoten vogels en konijn, waarvan je de veertjes en vacht zou willen aaien. Jachttrofeeën lijken thuis te horen op dit lommerrijke landgoed, waar je buiten roofvogels kunt spotten. Alleen is de adel van destijds vertrokken, de villa is een museumpje geworden en de kunst is er te leen, voor een expositie van 35 stillevens uit de zeventiende en eenentwintigste eeuw.

Waarom zou je nu nog stillevens willen maken? Die vraag wordt op Beeckestijn enkel beantwoord als een ode aan de schoonheid in het alledaagse. De tentoonstelling heeft een fijngevoeligheid doordat vormovereenkomsten overheersen. Een jachtstuk van toen hangt vlakbij een ontbijtje van nu, de geschoten fazanten vervangen door pindakaas.

Een stilleven met spiegelend glaswerk uit de barok hangt naast plastic frisdrankflessen, gefotografeerd door Elspeth Diederix. Kijk hoe mooi, zegt Diederix in feite, het plastic glanst. Tegelijk zit hem in dat plastic natuurlijk het probleem. Petflessen van de supermarkt, die maken het stilleven vanzelf deflatoir.

Deze nieuwste stillevens in Beeckestijn gaan over deflatie, over het gemak waarmee we afbeeldingen kunnen maken. Michael Raedecker toont een bewerkte computerfoto van een bloemstilleven dat hij eerder maakte.

In de zeventiende eeuw werd Chinees porselein als pronkstuk geëtaleerd. Vier eeuwen later kocht Nienke Sybrandy in Xiamen een zeventiende-eeuws Hollands bloemstilleven – een replica – waarvan ze de bloemen los sneed, zodat die naar voren hangen. Daar maakte ze een foto van, stuurde die naar China, waar weer een schildersfabriek er een kopie van schilderde.

Kunst als massaproductie. De bloemen hangen er barok maar ook slapjes bij, een verre echo van een origineel, eindeloos gereproduceerd. Toch weer een vanitasstilleven: niet de bloemen staan te verwelken, maar het beeld zelf.