Transocean kan weer optimistisch zijn

Transocean wil de ramp in de Golf van Mexico afsluiten. De exploitant van boorplatforms gaat aandeelhouders betalen.

Ondanks de zware imagoschade die Transocean heeft geleden bij de olieramp in de Golf van Mexico in 2010, ziet ’s werelds grootste aannemer van olieboringen op zee de toekomst met groeiend vertrouwen tegemoet. Met juridische schikkingen over de milieuschade op zak, probeert de exploitant van booreilanden over te gaan tot de orde van de dag.

Een teken van het optimisme is dat Transocean met ingang van dit jaar de uitkering van dividend aan zijn aandeelhouders wil hervatten – een stap waarop is aangedrongen door grootaandeelhouder en superbelegger Carl Icahn. Transocean stelt aandeelhouders 2,24 dollar per aandeel in het vooruitzicht, zo heeft het laten weten.

Hoewel dat minder is dan de 4 dollar die Icahn had voorgesteld, vormt het aanbod een signaal dat de zorgen van Transocean over de nasleep van de ramp met het Macondo-olieveld beginnen weg te ebben. Het bedrijf, dat beschikt over een kasreserve van ruim 5 miljard dollar, zet 800 miljoen opzij voor uitkering aan de aandeelhouders.

De stap geeft volgens Brian Uhlmer, een analist bij Global Hunter Securities in Houston, aan dat men op het hoofdkantoor van Transocean in Zwitserland tevreden is over „de recente vooruitgang die is geboekt met betrekking tot de schikkingsakkoorden over Macondo”, schreef hij in een notitie aan beleggers die werd gelezen door het persbureau Bloomberg.

Transocean werd in 2010 wereldberucht als de eigenaar van het boorplatform Deepwater Horizon, dat verging in de Golf van Mexico. Een explosie op het booreiland, dat op grote diepte olie aanboorde voor de Britse oliemaatschappij BP, leidde tot het olielek bij de Macondo-bron. Elf mensen kwamen om het leven. Naar schatting vier miljoen vaten olie stroomden de Golf van Mexico in voordat de boorput na bijna drie maanden kon worden afgesloten. Het was de grootste olieramp uit de Amerikaanse geschiedenis.

Transocean bereikte begin dit jaar een akkoord met de Amerikaanse overheid over een schikking van 1,4 miljard dollar. In New Orleans loopt nog een proces om te bepalen wie aansprakelijk is voor de ramp. Behalve BP en Transocean is ook het Amerikaanse Halliburton, dat het betonnen omhulsel van de oliebron bouwde, nalatigheid verweten.

Met het oog op „overgebleven onzekerheden met betrekking tot het incident met de Macondo-bron” houdt Transocean dan ook een slag om de arm. Het bedrijf, dat kampt met oplopende kosten wegens nieuwe voorschriften voor boorplatforms, boekte in het vierde kwartaal een nettowinst van 456 miljoen dollar. Volgens financieel directeur Esa Ikaheimonen is een kasreserve van 3,5 à 4,5 miljard nu voldoende.

Wat Icahn betreft gaat het aanbod van Transocean overigens niet ver genoeg. De miljardair, die een belang van 5,6 procent heeft in het bedrijf, wil zijn eigen plan ter stemming brengen bij de algemene aandeelhoudersvergadering in mei.