Sweaters met een ‘derde’ oog

Op de Paris Fashion Week blijkt hoe nu aangetreden ontwerpers het ‘dna’ van modehuizen niet uit het oog verliezen, met respectvolle eerbetonen aan naamgevers.

Najaarsmode van Kenzo en Haider Ackermann op de catwalk van Paris Fashion Week. Foto Team Peter Stigter

In een van zijn invloedrijkste collecties voor Balenciaga, die voor voorjaar 2002, mixte Nicolas Ghesquière grillige gevormde patchworktops met legerbroeken. John Galliano maakte van haute-coutureshows van Dior theatrale kostuumspektakels en gaf zijn jonge klanten lieslaarzen van denim, bedrukt met het Dior-logo. De tijden zijn veranderd. Ontwerpers die nu aantreden bij grote modehuizen, brengen ‘respectvolle’ eerbetonen aan de naamgevers, waarbij het ‘dna’ van de huizen nooit uit het oog wordt verloren.

Ghesquière werd, tot veler verbazing, onlangs vervangen door Alexander Wang, een jonge Amerikaan die naam heeft gemaakt met streetwise mode. Ghesquière maakte de laatste jaren collecties vol gedurfde vormen, die weliswaar meer richting de stijl van Cristóbal Balenciaga gingen, maar vooral experimenteel waren. Dat kun je van Wangs zwart-witte debuut voor het Parijse huis niet zeggen: de jurken en bolle jassen en tops refereerden allemaal aan de stijl van de Spaanse couturier. Soms waren ze gemaakt van ongewone materialen, zoals met witte verf beschilderde tricot, maar ook dan overschreed het het beleefde niet.

Raf Simons bleef in zijn tweede prêt-à-portercollectie voor Dior, voor najaar 2013, eveneens dicht bij de oprichter: geklede jurken tot over de knie, vaak strapless, een uitvergrote versie van Christian Diors geliefde pied de coq-ruit, robe-manteaus, variaties op Diors beroemde Bar-jasje. Een van de stukken was zelfs een letterlijke reprise van een originele Dior-jurk, maar dan uitgevoerd in zwart leer.

Typisch Simons waren wel de illustraties van Andy Warhol, die op de kleren en accessoires waren aangebracht – hij verwerkte ook in zijn collecties voor Jil Sander, zijn vorige werkgever, veel kunst uit het midden van de vorige eeuw. Op een wit tasje stond een schoen, op jurken waren vrouwenportretten aangebracht.

Onder leiding van de Amerikanen Humberto Leon en Carole Lim is Kenzo funky en jong geworden – net zoals het was in de jaren zeventig, toen Kenzo Takada de collecties ontwierp. Hun vrolijke vrouwencollectie was gebaseerd op oosterse tempels: strakke pakken, wijde en jurken van glanzende stoffen, wijde, korte, oosterse overslagjasjes met uitbundige dessins, jassen en rokken van felgekleurd leer met een reptielenprint. Sweaters met opdruk zijn de grote hit van het huis, op die van volgend jaar staat een ‘derde’ oog.

De show van Viktor & Rolf, die zaterdag werd bijgewoond door Jessica Chastain, Sylvie van der Vaart én André van Duin, was relatief sober, en een van de beste in lange tijd. Studio Job had een decor gemaakt van versleten houten planken en behang met dode bloemen, op jasjes, rokken en broeken kleren waren met borduursels ‘versleten’ plekken aangebracht. Dat was het minst interessante in de in zwart en wit gehouden najaarscollectie. Sterker waren de heel korte jurkjes, vaak met een zeer grote strik, een van de stijlkenmerken van het huis, die werden gedragen met loafers met een frisse lage hak.

Haider Ackermann, beroemd om zijn poëtische draperieën, liet een voor zijn doen praktische, stoere collectie zien, die niets aan kracht verloor. Korte jasjes in legerstijl, comfortabele, vaak wijde pantalons van dikke wol, veel jassen, voor het eerst ook van bont - allemaal even behaaglijk als stijlvol.

Hussein Chalayan, die een klein, onafhankelijk modehuis heeft, liet in 2006 kledingstukken elektronisch transformeren in totaal andere. Nu veranderden twee korte, op zich al interessante jurken met een simpele ruk aan een touwtje in feestelijke lange. Het zijn het soort experimenten dat je ook wel weer eens bij een groot huis zou willen zien.

Zie ook: nrc.nl/mode