Interview Zíj waren aan de winnende hand

„Vindt u het erg als ik rook?” Burgemeester Van der Laan gaat in de hoek van zijn kamer staan en steekt een sigaret op. „Dat komt door u.”

Hij is geïrriteerd.

Gisteren presenteerden gemeente, politie en Openbaar Ministerie „spectaculaire resultaten” van de eerste twee jaar Top-600. Meer dan dertig organisaties zitten 600 criminelen op de huid, in een poging hen te weerhouden van het plegen van meer criminaliteit. Het aantal straatroven, diefstallen en gevallen van openlijke geweldpleging is afgenomen.

Maar de krant wil graag een reactie op één van de ‘zwarte muizen’ onder de jongens: Mohamed el H.

De burgemeester noemt hem „een gaaf voorbeeld”, „een van de moeilijkste jongens in de Top-600”. Het is een jongen die „niets wil”, zegt hij. Mohamed el H. werkt „nergens aan mee, en slaat ieder hulpaanbod af”. Hij verschaft ook geen informatie voor de screening die de gemeente maakt van jongens in de Top-600. Daar kom je in terecht als je je veelvuldig schuldig maakt aan high impact crimes, zoals de politie ze noemt. Straatroven, diefstal en geweld, gepleegd door jonge daders.

Mohamed el H. wordt in zijn buurt voortdurend aangesproken door agenten. Nu is hij opgepakt voor diefstal in Hilversum.

„Als je ergens ingrijpt, ontstaat altijd een waterbedeffect. Maar dat mag nooit een reden zijn om dan maar niets te doen. Om achterover te leunen. Nooit.”

Maar nu zit Hilversum ermee.

„Dan moeten we daar ook ingrijpen. En dat gebeurt. Burgemeester Pieter Broertjes heeft nu ook zo’n aanpak: een top-60.”

Daar staan niet de Amsterdammers op die er komen inbreken.

„Dat is nou precies waarom wij de jongens proberen aan te pakken. Met spectaculaire resultaten. Maar we kunnen niet alle zwarte muizen wit verven. En dat is wel wat u van mij verlangt.”

Deze casus maakt bepaalde processen zichtbaar.

„Ik zal u zeggen: er zitten jongens bij die hun levenlang onze aandacht nodig hebben. Zwarte muizen die nooit wit zullen worden.”

Wat moet er met hen gebeuren?

„Dat is een principiële discussie. Je kunt jonge mensen niet voor de rest van hun leven opsluiten. Wel bekijken we of we deze jongens ook kunnen aanpakken met de ISD-maatregel voor stelselmatige daders. Mensen denken dat die maatregel alleen bedoeld is voor kruimeldieven, maar wij denken dat die ook gebruikt kan worden voor deze jongens.” (Met de ISD-maatregel kunnen verdachten voor een reeks vergrijpen twee jaar worden opgesloten.)

„Maar deze jongen, waar u zóóó’n stuk over schrijft” – Van der Laan spreidt zijn armen – „doet niet af aan de geweldige resultaten die zijn geboekt en dat irriteert mij. Wij gelóófden de recidivecijfers niet toen we ze zagen.”

Organisaties moeten samenwerken. Maar in dit geval lijkt er niets extra’s gebeurd te zijn om deze jongen aan te pakken. Het OM verwijst desgevraagd door naar de GGD.

„De Top-600 is een zoektocht naar iets wat wij zijn kwijtgeraakt. In de jaren hiervoor zijn deze jongens steeds verder uit beeld geraakt. Wij waren níét aan de winnende hand. Zij wel. Het project is bedoeld om van te leren. Problemen worden zichtbaar, die pakken we aan. Nu worden jongens na detentie met een blauwe vuilniszak met spullen op straat gezet. Binnen 48 uur pleegt het grootste deel wéér een strafbaar feit.

„Dat gaan we veranderen. Voortaan staat er een busje van ons bij de gevangenispoort dat hen naar huis brengt. We gaan zorgen dat ze in de schuldhulpverlening zitten als ze vrijkomen, een dak boven hun hoofd hebben en dagbesteding. Daar moeten we naartoe.”

Hoe gaat het nu verder met Mohamed el H?

„Ik kan er niet te veel over zeggen, maar deze jongen is nog niet van ons af.”