Ik heb nooit gedacht dat ik te ver ging

Onvermoeibaar blijft schrijver Joke Kaviaar strijden tegen onrecht. Ook nu ze tot vier maanden cel is veroordeeld. Een interview met een die-hard activist

Vier maanden onvoorwaardelijk kreeg Joke Kaviaar (49) voor vier blogs die ze publiceerde op haar website. Opruiing, volgens de rechter. Met haar teksten zou ze hebben opgeroepen tot geweld. Joke Kaviaar, activist en schrijver, zegt dat ze „provocerend” schrijft om mensen „wakker te schudden”. „Ik heb er altijd op gelet dat ik op het randje bleef”, vertelt ze. „Ik heb nooit gedacht dat ik erover ging.” Tegen het vonnis is ze in hoger beroep.

Kaviaar (haar schrijverspseudoniem) is fel gekant tegen wat ze noemt „racistische vreemdelingenwetten”. Al jaren voert ze actie tegen het asielbeleid. Regelmatig blokkeert ze samen met anderen een detentiecentrum in aanbouw, of bezet ze een gebouw van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Het is noodzakelijk, vindt ze. „De staat werft actief mensen in het buitenland om een bijdrage te leveren aan de Nederlandse economie. Vluchten ze voor oorlog of hongersnood, dan heten die mensen ‘kansloos’, dan ‘leveren ze geen bijdrage’. En dan moeten ze weg.”

„Kapitalistisch geredeneerd is het logisch, maar ik ben dan ook tegen het kapitalisme. Ik vind het walgelijk, het is uitbuiting van mensen. Iedereen heeft het volste recht om hier te komen, ook als het ons even niet uitkomt. Als je kijkt naar mijn strafblad van achttien bladzijden, heb je meer reden om mij het land uit te gooien dan een vluchteling die niets heeft gedaan. Waarom mag ik hier dan wel zijn? Omdat ik hier geboren ben? Dat is toch geen reden?”

De activist heeft al eerder achter tralies gezeten, voor blokkade-acties of vernieling van hekwerken van detentiecentra. Maar nog nooit langer dan twee maanden. Voor het eerst is ze nu veroordeeld voor haar teksten. Het heeft haar er niet minder fel om gemaakt.

Ondanks haar veroordeling vindt Kaviaar dat ze ruimschoots binnen de grenzen van de vrijheid van meningsuiting is gebleven met haar teksten. Ze schreef onder meer dat het „tijd wordt” om bij (toenmalig) minister Gerd Leers van Asielzaken „op visite” te gaan, „maar niet om te praten. Er valt namelijk niet te praten over de manier waarop mensen moeten worden gechanteerd, gecontroleerd, geïntimideerd, opgesloten en gedeporteerd. (...) Wie gaat er mee op visite bij Leers?” Drie jaar eerder vroeg ze aan haar lezers: „Wie gaat er mee om de kantoren van de IND te bestormen en leeg te trekken, de archieven en computers te overgieten met benzine en door vuur te vernietigen?”

Dat gaat nogal ver.

„De vraag om archieven te overgieten met benzine, is een retorische vraag. Ik houd ervan om heel harde teksten te gebruiken, om mensen wakker te schudden. Ik heb nooit gedacht dat ik te ver ging. Al jaren lezen justitie en de AIVD mee, dat kon ik aan de statistieken van mijn website zien. Er kwam nooit een reactie, dus ik dacht: dit mag blijkbaar. In 2011 werd ik ineens gearresteerd voor vier teksten, waarvan er een al drie jaar oud was.”

Heeft u zichzelf weleens gecensureerd na uw arrestatie?

„Het schrijven is er niet makkelijker op geworden. Ik voel me steeds gecontroleerd. Bij alles wat ik schrijf, denk ik: ga ik nu niet weer te ver? Staan ze morgen weer voor de deur? Ik heb heel erg gevoeld dat ze mij de mond wilden snoeren. Maar als ik nu inbind, dan hebben zij gewonnen. Het is zaak om door te gaan, misschien wel tegen beter weten in.”

Hoezo? Heeft u uw punt niet gemaakt?

„Omdat er niks veranderd is, het is alleen maar erger geworden. Mensen plegen nog steeds zelfmoord in detentiecentra. Mensen worden nog steeds opgesloten omdat ze geen papieren hebben. Ze worden nog steeds opgejaagd omdat ze er niet mogen zijn. Wij als geprivilegieerde blanken zijn op zijn minst verplicht om daar iets van te zeggen.”

Waarom gaat u niet de politiek in om het beleid te veranderen?

„Dat heeft geen zin. Politici lopen aan de leiband van het kapitalisme. En zelfs als ik al genoeg stemmen zou krijgen, dan zou ik een roepende in de woestijn zijn. Ik sta in de samenleving, samen met andere mensen die ook actief zijn. We organiseren ons steeds beter, vluchtelingen komen zelf in actie. Steeds meer mensen en groeperingen raken betrokken bij die strijd. Die massa als geheel heeft meer invloed dan één iemand die in de Tweede Kamer wat staat te brullen.”

Ze kijkt op de klok en schrikt. „Even snel de blauwe parkeerkaart verzetten, hoor”, zegt ze terwijl ze opstaat. „Anders krijg ik een bekeuring.” Als ze weer terug is: „Burgerlijke ongehoorzaamheid. Iedereen doet wel iets kleins wat niet mag. Smokkelen met de belasting, iets verzwijgen voor de verzekering. Kleine dingen die mensen voor zichzelf geoorloofd vinden.”

En dat doet u in het groot.

„Ja. Er zijn gradaties van verzet en protest. Als vijftienjarige kalkte ik al hakenkruizen over in het fietsenhok. Er hing een nare sfeer. De Turken in de flat werden ‘vies’ genoemd. Ik moest daar iets tegen doen.”

Wordt u niet moe van het actievoeren? Het beleid is alleen maar strenger geworden.

„Des te meer reden om ermee door te gaan. De resultaten van je verzet zijn niet altijd zichtbaar. Ieder individu dat ik bereik met wat ik doe, is er weer een. Het is noodzakelijk dat het verzet doorgaat. Als ik mijn mond niet opentrek, dan heb ik het gevoel dat ik verzaak. Ik kan goed schrijven, dat moet ik gebruiken. Ik zie zoveel schrijvers en dichters die dingen schrijven die nergens over gaan. Het moet toch verdorie ergens over gaan? Je staat in de wereld, je leeft in de maatschappij. Je ziet toch wat er om je heen gebeurt? Zeg er iets van, schrijf erover! Als je dat niet doet, kun je net zo goed dagboeken gaan schrijven.”

Heeft dat wel zin?

„Ik heb blijkbaar invloed. Als de staat me niet serieus nam, had ik geen vier maanden gekregen.” Lachend: „Het voelt bijna als een soort erkenning. Het motiveert me alleen maar. Kennelijk bereik ik mensen, ik zit op het goede spoor.”