Heb je geen brood, eet dan mijadarra

Als de gasfles leeg is, kun je je thuis redden met elektriciteit. Maar als de elektriciteit wordt afgesloten, heb je geen alternatief. De elektriciteit wordt vijf tot zes uur per dag afgesloten in de verwende wijken waar het regime de harten wil behouden. In de middenklasse wijken is die de helft van de dag afgesloten en in wijken die tegen het regime zijn, is er helemaal geen elektriciteit. Wie er net als ik van afhankelijk is voor wat warmte tijdens de vijf maanden durende Syrische winter, moet zich opwarmen met een deken en de laptop op schoot, en kaarsen aansteken voor wat licht.

Onlangs kocht ik een lamp die op zonne-energie werkt en die ik van de ene naar de andere donkere kamer meeneem. Als de batterij van de computer leeg is, en dat is al na krap twee uur, compenseer ik dat door in huis rond te lopen, want dat kan ik niet op straat doen.

Na een paar dagen zonder gasfles, is het mogelijk een nieuwe gasfles te vinden. De prijs ervan ligt nu tussen de 2500 en 4000 Syrische pond, ofwel tussen de 27 en 45 Amerikaanse dollar. Voor de opstand was de prijs ongeveer 5 dollar.

Maar wat moet je doen als het brood op is? Dat gebeurt regelmatig, zelfs in het centrum van Syrië. Laatst was er geen brood meer en toen heb ik mijadarra (een gerecht van linzen met rijst) gemaakt. Ik had geen uien of tafelzuur en ik kwam er pas de volgende dag achter dat ik nog wat olijfolie had. Maar ik moet eerlijk zeggen dat ik geen honger had. Dit geldt overigens niet voor de meeste Syriërs: vooral in de opstandige gebieden is er helemaal geen electriciteit en zelden gas om te koken of manieren om het warm te krijgen. Mensen branden hout om zich op te warmen. In Aleppo breken ze de enkele houten openbare bankjes af of ze hakken bomen om voor wat warmte voor hun kinderen. In Syrië is het doorgaans 40 dagen extreem koud: die periode begint kort voor Kerstmis en duurt tot begin februari. Daarna volgen nog eens twee zeer koude weken. Er is niemand die geen openbaar bankje of boom heeft afgehakt om zijn kinderen warmte te bieden.

In sommige wijken van Damascus warmen mensen zich op met een open haard. Dat zou geen probleem zijn als er genoeg bomen waren in Syrië of als de huizen ontworpen waren voor deze situatie waarvan we dachten dat we die vijftig jaar geleden achter ons hadden gelaten. In die tijd waren er vijf miljoen Syriërs en pleegden Baath-soldaten een militaire coup. De Syrische bevolking telt nu bijna vijf keer zoveel inwoners. In 1970 pleegde Hafez al Assad nog een coup; Syrie telde op dat moment zes miljoen inwoners.

In Damascus gaat het gerucht dat de Assad aanhangers de bevolking terug willen brengen naar het aantal van 43 jaar geleden. Dat betekent dat ze nog ongeveer 17 miljoen Syriërs moeten doden. Op dit moment zijn er ongeveer 70.000 doden gevallen. Ze hebben dus nog een lange weg te gaan. Maar dankzij hen is Syrië de afgelopen twee jaar achteruit gegaan. Ze willen terug naar de tijd dat ze het land nog onder controle hadden. In zijn toespraken heeft Assad het steeds over wat hij bereikt heeft en over zijn giften en onderscheidingen. Alles is altijd dankzij de leider en zijn genialiteit en gulheid.

We zullen niet weten hoe ver we achteruit zijn gegaan tot we wakker worden uit deze nachtmerrie. Pas als de fase van aanvallen met scudrakketen voorbij is, zullen we vast kunnen stellen of we de verwarming voortaan aandoen met hout, benzine of elektriciteit.

Wie net als ik leeft van buitenlandse inkomsten, wordt niet financiëel geraakt door deze omstandigheden. Ik kan niet schrijven voor de staatsmedia of erin genoemd worden, dat klopt, desondanks verdien ik door mijn schrijfwerk net zo goed als een expat in Libanon of de Golfstaten. Ik verdien drie, vier keer zoveel als het minimumloon in Syrie. Ik heb geen financiële problemen. Er zijn Syriërs die verstoken zijn van vrijheid, anderen van levensmiddelen en weer anderen van vrijheid en het leven.

Ik behoor tot de elite. Ik ben alleen van vrijheid verstoken.