Eindelijk gaat de FNV aan tafel. Is alles bespreekbaar?

Het is officieel: FNV-voorzitter Heerts mag van zijn achterban onderhandelen over een sociaal akkoord. Waar hangt het overleg op?

„We zijn zo’n beetje ‘uitgeflext’ in Nederland. Uitbuiting en wantoestanden in de flexmarkt moeten weg.”

FNV-voorzitter Ton Heerts maakte gisteravond zijn belangrijkste punt bekend voor het sociaal overleg met werkgevers en kabinet. Vlak daarvoor had hij van de voorzitters van de achttien bij de FNV aangesloten bonden definitief toestemming gekregen om te onderhandelen. Maar de aandacht ging vooral uit naar thema’s waar Heerts van zijn achterban juist níét over mag onderhandelen: het versoberen van de WW en het ontslagrecht.

Zijn eigen leden hadden hem dat vorige week vrijdag al verboden. Dat was voor Heerts onaanvaardbaar, hij liet zich niet met een spreekverbod naar Den Haag sturen. Gisteren gaven de achttien bondsvoorzitters hem wat spreekruimte. WW en ontslagrecht waren onderhandelbaar, maar alleen als dat tot verbeteringen van de huidige praktijk zou leiden. Heerts noemde gisteren zelf de WW-plannen van het kabinet „volksverlakkerij. Twee jaar WW? Het is één jaar WW en daarna de bijstand”.

Hoe klein zijn onderhandelingsruimte ook is, Heerts wist in korte tijd de FNV achter deelname aan het ‘polderoverleg’ te krijgen. Het kabinet heeft aan die eensgezindheid bijgedragen door vrijdag een nieuw bezuinigingspakket van 4,3 miljard euro voor 2014 te presenteren. Dat heeft de gelederen in vakbondsland gesloten. Vooral de grote bonden willen nu, met afspraken over banenplannen en het tegengaan van de nullijn voor overheidspersoneel, successen binnenhalen.

Heerts wil eerst één front vormen met de overige bonden, CNV en MHP. Daarna volgen onderhandelingen met de werkgevers. Pas daarna wil hij aan tafel met het kabinet. Aan deadlines, het kabinet wil uiterlijk eind april resultaten zien, acht hij zich niet gebonden. „Zekerheid over werk en inkomen”, zo vat Heerts zijn missie samen. „Herstel van vertrouwen in de overlegeconomie is daarvoor een voorwaarde.”