Een mandaat van de kiezer en toch polderen

Het kabinet wil extra bezuinigen Daarom wordt nu gekeken naar de Eerste Kamer en naar de organisaties van werkgevers en werknemers. Maar wie vertegenwoordigen die eigenlijk?

Het centrum van de macht lag vorige week even niet in Den Haag, maar in Den Bosch, in café ’t Gerucht om precies te zijn. Op donderdag werd premier Mark Rutte daar gesignaleerd in het gezelschap van FNV-leider Ton Heerts. Waar het onderonsje over ging blijft gissen, maar erg gezellig kan het niet zijn geweest.

Het schiet maar niet op met Rutte II. De regering dreigt een speelbal te worden in de Eerste Kamer, waar zij geen meerderheid heeft, en dus van de oppositie. Het ‘woonakkoord’ dat het kabinet vorige maand sloot met een deel van de oppositie (onder meer over ruimere hypotheekmogelijkheden bij de aankoop van een eerste woning) was al een teken aan de wand. En de manoeuvreerruimte is er sindsdien niet groter op geworden. Integendeel.

Vrijdag werd na nieuwe prognoses van het Centraal Planbureau duidelijk dat het kabinet 4,3 miljard euro extra moet bezuinigen wil het blijven voldoen aan Europese begrotingsnormen. Zonder steun van de Eerste Kamer wordt dat heel moeilijk. Rutte zei dan ook dat de oppositie over alles mag meepraten. „We zijn bereid overal over te spreken.”

Om de oppositie alvast mild te stemmen, wil het kabinet een sociaal akkoord sluiten met werkgevers en vakbonden; met name de ChristenUnie en het CDA hechten daar belang aan. Enter Ton Heerts. De FNV kreeg gisteravond het mandaat om te onderhandelen.

Huh? Wacht even: er waren in september Tweede Kamerverkiezingen, VVD en PvdA kwamen als grote winnaars uit de bus, de kiezer heeft kortom gesproken – en vier maanden later lijken Eerste Kamer en vakbonden de sleutel van het landsbestuur in handen te hebben? En moet de baas van Nederland naar ’t Gerucht? Wie betaalde de rekening eigenlijk?

Toegegeven: de ‘wil van het volk’ is vaak lastig te duiden. Kiezers stemden in september massaal PvdA of VVD, maar kregen PvdA én VVD, in één regering. Paarser dan paars. Is het volk daarmee naar wens vertegenwoordigd? Misschien niet. Maar met betrekking tot de legitimiteit van polderpartners (vakbonden en werkgevers) en Eerste Kamer kun je nog veel meer vragen opwerpen.

Zo worden de leden van de Eerste Kamer, anders dan die van de Tweede, niet direct gekozen, maar ‘getrapt’: eerst zijn er verkiezingen voor de Provinciale Staten en vervolgens kiezen de leden daarvan weer die van de Eerste Kamer. De opkomst bij de laatste Statenverkiezingen in 2011 lag rond de 55 procent. Die van de parlementsverkiezingen in 2012 20 procentpunt hoger: rond de 75 procent.

De vakbonden dan: volgens de jongste cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) hebben vakbonden op dit moment 1,85 miljoen leden. Net zoveel als in 1994. Van de beroepsbevolking was in 2011 20 procent vakbondslid. Medio jaren negentig bedroeg deze ‘organisatiegraad’ nog 28 procent. Vakbonden hebben de afgelopen jaren alleen maar aan legitimiteit ingeboet, een trend die waarschijnlijk doorzet, vooral als je bedenkt dat werknemers tussen de 45 en 64 jaar veruit het best georganiseerd zijn (28 procent).En o ja, de verschillende bonden liggen ook nog eens met elkaar overhoop.

En dan de werkgevers: hoe worden die eigenlijk gekozen?

Jongeren hebben niet zoveel met polderoverleg en de kiezer heeft beduidend minder met de Eerste Kamer dan met de Tweede. Weg ermee dan maar? Laat Rutte en Samsom gewoon doen waar we ze voor gekozen hebben! Op sleutelposten zitten energieke mensen als Dijsselbloem en Asscher, zeer capabel toch? Regering, regeer! Het klinkt logisch en verleidelijk.

In het gisteren verschenen boek Nederland en het poldermodel beschrijven historici Maarten Prak en Jan Luiten van Zanden hoe succesvol de Nederlandse overlegcultuur altijd is geweest. Het hardste bewijs hiervan zijn we zelf: dankzij ons model van inspraak, draagvlak en sociale gelijkheid behoort Nederland tot een van de rijkste regio’s ter wereld. En dat is, zeggen Prak en Luiten, al zo sinds de Middeleeuwen.

Zonder poldermodel zou je hier Oost-Europese taferelen kunnen krijgen, met ministers die eerst het beleid van hun voorgangers deconstrueren en vervolgens nieuw beleid schaamteloos doordrukken. Daadkrachtig beleid, zonder meer, maar ook onvoorspelbaar. Daar is het consumentenvertrouwen nog nooit van gegroeid.

Van doordrammen word je kennelijk niet rijk en welvarend. Hopelijk zaten in ’t Gerucht twee redelijke mannen, die dat begrijpen en na afloop van het gesprek ieder de helft van de rekening betaalden.