De tank tegen het antitankwapen: 1-1

Tank en antitankwapen zijn in een wedloop verwikkeld Het nieuwste tanksnufje: een raketschild // Het antwoord komt eraan

Een sissend rookspoor vanuit een steeg, een ontploffing en een rookwolk die de Syrische tank aan het zicht onttrekt. Het stof trekt op, het stalen beest lijkt ongeschonden. Dan, een steekvlam uit de koepel: de munitievoorraad van de tank zelf ontbrandt. Wéér een T-72, ooit de sovjetschrik van de NAVO, aan gort, inwendig verkoold.

Tanks en antitankwapens bevinden zich, net als gevechtsvliegtuigen en luchtafweer, in een wedloop, waarbij de één de ander voortdurend probeert te overtroeven. In de Syrische straten lijkt de tank de decennialange wedloop met het antitankwapen definitief te hebben verloren.

Maar de tank is al vaker dood verklaard. En altijd kwam hij terug.

Zo wordt nu gewerkt aan een actief verdedigingssysteem* : tanks krijgen hun eigen raketschildje. Een beschermende koepel die antitankraketten en zelfs granaten kan onderscheppen nog voordat ze het tankpantser raken. Tegelijkertijd zijn er ook al weer raketgranaten in ontwikkeling die deze actieve tankbescherming kunnen omzeilen.

Al in de jaren zestig leek de wedloop tussen tank en antitankwapen beslecht in het voordeel van de laatste, toen bijna iedere infanterist – van NAVO en Warschau Pact – ging beschikken over raketgranaten, zoals de RPG-7: een draagbare antitankraket met een holle lading.

Dat is een lensvormig explosief waarop een laag metaal zit. Bij de ontploffing van de springstof vormt het metaal zich tot een jet die zich in het stalen tankpantser penetreert – als een heet mes door de boter. Aan de buitenkant verraadt alleen een klein gaatje de bloedige verwoesting aan de binnenkant.

Begin oktober 1973, bij aanvang van de Yom Kippoer-oorlog, kwam er een nieuw antitankwapen bij. Egyptische troepen die het Suezkanaal overstaken hadden toen duizenden lichtgewicht Maljoetka-antitankraketten bij zich. Die dirigeerden ze met behulp van een joystick en een flinterdunne geleidingdraad naar de Israëlische tanks en pantservoertuigen. De Maljoetka’s maakten honderden slachtoffers.

Israëliërs wierpen daarop een technische list in de strijd, die de tank in de wedstrijd weer een voordeel leek te geven. Bij de invasie van Libanon in 1982 verbaasden alle militair geïnteresseerden zich over de Israëlische tanks en pantservoertuigen die geheel waren bedekt met doosjes, luisterend naar de naam Blazer. Het ging om explosive reactive armour (ERA), springstof met een metalen omhulsel. Wanneer de doosjes worden getroffen door een antitankraket volgt een ontploffing waardoor de jet van zijn koers knalt.

De gelijkmaker liet opnieuw niet lang op zich wachten. Bijvoorbeeld in de vorm van de raketten met twee holle ladingen, zoals de Russische RPG-29, die in snelle opeenvolging ploffen. De ene lading blaast de ERA weg, de ander baant zich een weg door de onderliggende bepantsering.

En dan heb je tegenwoordig ook raketten als de Amerikaanse Javelin en de Israëlische Gill. Die heten fire-and-forget: de militair hoeft hem alleen maar te richten en dan vindt die zelf zijn weg naar de tank. Vlak voor ze het doel bereiken, schieten ze omhoog en storten zich door het licht beschermde koepeldak. Cavaleriekolonel Peter van den Aker: „Het bemannen van een tank blijft een gevaarlijk beroep.”