De moeilijkste dossiers

Arbeidsmarkt:: wat doen we met de WW?

Kabinet, werkgevers én vakbonden willen de binnenlandse bestedingen stimuleren. Dat is goed voor de economische groei. Voorwaarde is vertrouwen van consumenten – en die moeten dan niet massaal vrezen voor hun baan. Werkgevers lijken daarom bereid tegemoet te komen aan de wens van vakbonden het ontslagrecht en de WW-rechten intact te laten. Maar dan moet de vakbeweging wel erkennen dat het voor de langere termijn beter is om de arbeidsmarkt te hervormen. Te denken valt aan geleidelijke ontmanteling van de WW en het ontslagrecht als de recessie voorbij is. De SER kan tussentijds broeden op het beste model voor de arbeidsmarkt. Uitstel levert het kabinet financiële problemen op. Dat wil de werkgeverslasten verhogen met 1 miljard euro. Ter compensatie zou het ontslagrecht versoepeld worden. Het verkorten van de WW-duur naar twee jaar, met het laatste jaar een uitkering op bijstandsniveau, levert het kabinet structureel ruim een miljard euro op.

De pensioenen: wat gebeurt er met de miljarden?

Het kabinet weet flink te besparen op de begroting door de fiscale aftrekbaarheid van de pensioenopbouw te versoberen: dat levert 2,7 miljard euro op in 2017. Sociale partners hebben daar niet een-twee-drie een alternatief voor. Vakbonden lijken minder te gaan hechten aan hun eis de belastingvrije pensioenopbouw in stand te houden. Ook zijn ze minder uitgesproken in hun wens de rekenregels voor pensioenfondsen te veranderen, om zo kortingen op de pensioenen te voorkomen. De werkgevers en vakbonden wachten nu eerst af waar de commissie-Dijkhuizen mee komt. Die commissie bestudeert hoe pensioengeld geïnvesteerd kan worden in de hypotheekportefeuilles van banken. Dat moet een oplossing bieden voor de zogenoemde funding gap waarmee banken kampen: te veel uitstaande leningen ten opzichte van de gestalde spaartegoeden. Maar dan moet de overheid zo’n investering aantrekkelijk maken, bijvoorbeeld via een garantstelling. Idee is dat de banken dan meer ruimte krijgen om kredieten te verstrekken. Dat zou de economische groei bevorderen.

Participatiewet: verdwijnt het gehandicaptenquotum?

Werkgevers en vakbonden willen allebei af van de participatiewet, die structureel 1,8 miljard euro aan sociale uitgaven moet bezuinigingen. Met deze wet wil het kabinet mensen met een bijstandsuitkering in één regeling onderbrengen met mensen die op de wachtlijst staan voor een plek in een sociale werkplaats en met nieuwe arbeidsgehandicapten die in aanmerking komen voor een Wajong-uitkering. De bedoeling is dat bedrijven met minstens 25 man verplicht 5 procent van hun personeelsbestand moeten reserveren voor personeel uit deze groep ‘arbeidsgehandicapten’. Werkgevers willen daar vanaf. Vakbonden vrezen dat er te weinig beschutte werkplekken overblijven, want het quotum kan worden afgekocht met een boete. De sociale partners maken mogelijk liever onderlinge afspraken over een inspanningsverplichting voor werkgevers. Vakbonden en werkgevers beloven dan bijvoorbeeld in cao’s een regeling voor arbeidsgehandicapten te treffen.

Loon en werk: blijft de nullijn voor zorgpersoneel?

Het bevriezen van het loon voor ambtenaren en in de zorg moet een besparing opleveren van 2 miljard euro. Maar daarbij is het kabinet wel afhankelijk van werkgevers en werknemers, die daar in cao’s overeenstemming over moeten bereiken. Cao-onderhandelingen op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau liggen al geruime tijd stil. De FNV vindt zo’n nullijn onaanvaardbaar en stelt bovendien dat het kabinet daar helemaal niet over gaat. Dat is voorbehouden aan de cao-partners. En een aantal overheidssectoren, zoals het onderwijs, zit al een aantal jaren op de nullijn. Volgens het kabinet kan het bevriezen van de lonen voorkomen dat er bij de overheid nog meer banen zullen sneuvelen. De bonden zetten juist in op een investeringsplan voor meer banen in de zorg en in de kinderopvang. Ook de malaise in de bouwsector moet met een deltaplan voor werkgelegenheid en investeringen bestreden worden. De vakbonden willen de circa 0,5 miljard euro uit de sectorfondsen, die sociale partners beheren, daarvoor aanwenden.