Databank natuurinfo dreigt alweer te verdwijnen

Het voortbestaan van de nationale databank voor informatie over natuur staat op het spel. Het ministerie van Economische Zaken weigert nog langer jaarlijks ongeveer anderhalf miljoen euro te betalen als bijdrage aan deze Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Vandaag buigen gebruikers en leveranciers zich over een reddingsplan.

Eerder besloten achtereenvolgende ministers als Veerman en Verburg tot de oprichting van de databank om een einde te maken aan de verwarring en irritatie over beschermde diersoorten in bouwgebieden. Beroemde voorbeelden zijn de korenwolf, de modderkruiper en de zandhagedis, soorten waarvan de aanwezigheid leidde tot vertraging en zelfs het afblazen van bouwprojecten. Met de databank is informatie over waardevolle natuur beschikbaar en toegankelijk gemaakt. „De irritatie over de natuurwetgeving is gedaald”, zegt directeur Jacob Jan Bakker van de Gegevensautoriteit Natuur, die de databank samen met tien andere organisaties zoals de Vlinderstichting en Sovon Vogelonderzoek beheert.

De databank werd in 2006 opgericht en in 2010 verzelfstandigd. De kosten van de databank bedragen, na een eerdere bezuiniging op een begroting van vijf miljoen euro, jaarlijks drie miljoen euro. Daarvan wordt ruim één miljoen gedekt uit eigen inkomsten, dat wil zeggen betalingen door de gebruikers. De rest wordt bijgepast door Economische Zaken.

Het aandeel eigen inkomsten blijft achter bij de verwachtingen, vooral door de economische crisis. Bakker: „De bouw ligt stil. De bouw maakt niet of nauwelijks gebruik van de databank.” Ook adviesbureaus schrikken terug voor de kosten. „Zij kunnen die onvoldoende doorberekenen aan de opdrachtgevers en zij vinden dat de databank ook nog niet altijd aan hun behoefte voldoet.” Bovendien heeft de databank onvoldoende gemeenten als klant. „Veel gemeenten bezuinigen. Gemeenten zijn helaas geen bevoegd gezag als het gaat om de Flora- en faunawet. We hebben ruim vijftig gemeenten als klant. Maar om rond te kunnen komen hadden het er tweehonderd moeten zijn.”

Zonder maatregelen valt de databank „niet in stand te houden”, zegt directeur Bakker. Als mogelijke redding noemt hij fusies en samenwerking met andere databanken, zoals met databanken over de leefomgeving en over water en visserij.