Compliment

Afgelopen vrijdag, 1 maart, was het Complimentendag. Nou is elke dag wel een dag van iets. Sinds ‘het jaar van de aardappel’ kijk ik nergens meer van op. Maar goed, de dag van de complimenten. Die bestaat sinds 2003, geldt wereldwijd, maar is begonnen in Nederland. We hadden het nodig, denk ik. Nederlanders zijn van nature niet snel geneigd elkaar te complimenteren. „Lekker bezig!” is zo’n beetje het positiefste dat ervan af kan. En dat wordt eigenlijk ook al vaker ironisch dan niet-ironisch gebruikt.

In andere landen kunnen ze het beter. In Amerika natuurlijk, waar het redelijk normaal is om elkaar op dagelijkse basis toe te voegen: „You are absolutely amazing!” Maar vlak ook de Japanners niet uit. Die verheffen zo af en toe een (nog levende) persoon tot cultureel erfgoed. Dat zie ik in Nederland nog in geen duizend jaar gebeuren. (En wie moet je dan kiezen? Rem Koolhaas? Freek de Jonge?)

Complimenten geven kan ook best moeilijk zijn. Iedereen heeft natuurlijk ervaring met het ontvangen van een ‘beledigend compliment’: „Leuk dat je zo lekker zelfverzekerd in leven staat ondanks je overgewicht!” Beledigende complimenten worden meestal gegeven door feeks-achtige vrouwen. Maar stel je voor dat je per ongeluk een beledigd compliment maakt! (Uit mijn beginperiode als cabaretier, een enthousiaste vrouw komt op mij af en zegt: „Leuk! Je moet aan cabaret gaan doen.” Ik: „Maar dit was al cabaret.”)

Misschien is het geven van complimenten voor Nederlanders wel extra moeilijk, omdat er haast altijd een hiërarchie mee wordt gesuggereerd. Een beetje landheer-tegen-butler-achtig: „Zo James, de rozen staan er weer keurig bij.” Degene die het compliment geeft, beweert impliciet dat hij er iets over te zeggen heeft.

Aan de andere kant kan een compliment ook juist iets ondergeschikts, iets kruiperigs, hebben: „Zó gaaf dat je meedoet aan de talentenjacht! Dat zou ik echt never durven. Never.” Nederlanders zijn natuurlijk ook maar mensen, en daarom zijn ze soms bazig en soms kruiperig. Maar toegeven dat dit soort hiërarchieën er zijn – dat is niet Nederlands.

Paulien Cornelisse schrijft op deze plek elke week een column over taal.