Aardbevingen wachten niet

Minister Kamp moet aardgasbaten tegen aardbevingsrisico’s afwegen. Hij moet snel buitenlandse experts aantrekken, volgens Coen van Gulijk.

Illustratie Angel Boligan

Het rapport van het KNMI de NAM en Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) liegt er niet om, het aantal aardbevingen in Groningen neemt toe en de hevigheid van de aardbevingen ook. Karel Knip onderstreept in de wetenschapskatern van NRC Handelsblad dat er onzekerheid en onenigheid is over de frequentie en sterkte van de bevingen. Maar ook hij is ervan overtuigd dat die zwaardere beving er zal komen. Een aardbeving met een kracht van 5 op de schaal van Richter lijkt niet langer onmogelijk op Nederlandse bodem. Dat is een taaie conclusie voor Groningers, die daar letterlijk de consequenties van voelen.

Nederland mist ervaringsdeskundigheid over het leven met aardbevingen. Ons land is een seismische periferie. Ook als een beving ‘slechts’ een sterkte heeft van 3,4 op de schaal van Richter ontstaat onrust.

Die onrust uit zich op verschillende manieren. Het politieke debat verscherpt omdat politieke tegenstanders van Kamp aandringen op het terugschroeven van de gasproductie. Een verminderde gasproductie verlaagt het risico op aardbevingen, maar levert een miljardentegenvaller op in crisistijden.

Lokale bestuurders steggelen over de hoogte van een schadecompensatiefonds. De burgemeester van Groningen, Peter Rehwinkel, liet in deze krant weten dat er meer op spel staat dan geld alleen: „Groningen moet niet te boek willen komen te staan als zielige provincie.” De Nationale ombudsman, Alex Brenninkmeijer, roert zich. Hij dringt bij de Kamer aan op een ombudsman voor gaszaken en het lijkt erop dat dit een van de maatregelen is die gaat worden uitgevoerd. En dan is er nog de roep uit Groningen zelf; een scherpe herinnering aan de ernst van de zaak door mensen die er last van hebben.

Al heeft Nederland weinig ervaringen met aardbevingen, toch is ons land bedreven met het voeren van discussies over grootschalige risico’s, in het bijzonder in verband met zeewering en overstromingen. De discussies hierover worden zowel inhoudelijk als ook politiek-juridisch gevoerd. Kunnen we dat succesverhaal herhalen voor de aardbevingen?

Kamp, de man van twaalf miljard euro aardgasopbrengsten voor de staatskas, is op dit moment in de beste positie om het voorbeeld van het water ter hand te nemen voor adequate besluitvorming over aardbevingen. Een aantal bouwstenen is daarvoor al aanwezig.

Ten eerste laat het rapport van het KNMI, de NAM en het Staatstoezicht op de Mijnen zien dat er inhoudelijke kennis in Nederland is om met dit probleem om te gaan. Voor snelle besluiten zou het verstandig zijn om ervaringsdeskundigen uit het buitenland aan te trekken. Zij kunnen immers de inhoudelijke discussie over de hevigheid van bevingen en de schade daarvan snel op een hoger peil brengen.

Ten tweede zou Kamp zich kunnen laten inspireren door een politieke voorganger die aan een doorbraak in risicobeheersing in Nederland werkte: Jacob Algera was als minister politiek betrokken bij de totstandkoming van de Deltawet (1955).

Ten derde kunnen politieke en juridische structuren van bestaande risico’s gebruikt worden als blauwdruk voor het beheersen van dit relatief nieuwe en grootschalige risico. Eenvoudig is dit niet, omdat deze structuren vaak nauw verbonden zijn met het risico dat zij beheersen: voedselveiligheid werkt nu eenmaal anders dan de beheersing van overstromingen of aardbevingen.

Ook met voorkennis van vergelijkbare werkgebieden blijven de dilemma’s voor minister Kamp groot. Ingeklemd tussen een regeerakkoord dat een gezonde overheidsboekhouding belooft, ongeruste Groningers en een liberale moraliteit is er geen gemakkelijke oplossing.

Uitstel van een besluit over het verminderen van de gasproductie en het in gang zetten van technische en juridische maatregelen die daarvoor nodig zijn, was wellicht de enige politieke uitweg. Maar daar kan het niet bij blijven. Aardbevingen wachten niet. Dit is meer dan een politiek relletje. Dit vergt het inzetten van ervaring en expertise uit binnen- en buitenland. En het vergt snelle beslissingen die lang houdbaar zijn.

Een juiste aanpak van aardbevingen zal aantonen of Nederland het nog steeds in zich heeft om verstandig om te gaan met grootschalige risico’s, met de vraag hoe het die risico’s over zijn bevolking verdeelt en hoe het met zijn geld omgaat. Dat is de uitdaging voor de man van twaalf miljard.

Dr. ir. Coen van Gulijk is universitair docent Safety Science, TU Delft