Column

We worden wilde software

De mens zou een stuk dunner en goedkoper zijn als hij was opgebouwd uit elektromagnetische velden. Als hij iedere avond lekker digitaal zou dineren door een stamppotje voor zichzelf klaar te maken van nullen en enen. Een tartaartje van complexe data op een bedje van logische functies.

Wees gerust. Er wordt aan gewerkt. Technologische vooruitgang maakt het mogelijk buiten de doos te denken en dus wil iedereen ter wereld uitvogelen hoe onze toekomst leger en dunner kan. Architecten onderzoeken hoe je minder zou kunnen wonen. Kunstenaars bestuderen of het mogelijk is je strottenhoofd te hergebruiken als telefoon en je hersens als afstandsbediening voor onbemande vliegtuigen. Zonde om weg te gooien, immers.

Zo zoeken mensen naar wegen om overbevolking en overproductie tegen te gaan. De beroemde twintigste eeuwse architect Mies van der Rohe mag dan hebben gezegd dat minder meer is – ‘less is more’ – de eenentwintigste eeuwse architect Luc Deleu zegt dat minder minder is. ‘Less is less.’ En dat klinkt wel zo logisch en overtuigend.

Laten we op deze plek dus de blik eens op de toekomst richten. Als krantenlezer ben je geneigd met een historische blik naar de wereld te kijken. Hoe heeft het zover kunnen komen? Waar is het mis gegaan? Whodunnit? De nieuwsberichten, beursberichten en vooral de politieke commentaren lezen als een detective. Altijd op zoek naar het schuldige individu.

Maar je kunt ook futurofieler over de wereld denken en je bijvoorbeeld afvragen of we over tien jaar nog wel denken in termen van mislukking en schuld. Misschien staat de mens dan niet langer als individu tegenover de geschiedenis. Het zou zomaar kunnen dat we binnenkort volstaan met één lichaam per zes breinen. Elk deelnemend brein maakt per etmaal vier uur lang gebruik van het gezamenlijke lijf om een hapje te eten en voor de aardigheid door het stadspark te wandelen. De overige twintig uur is zo’n brein ingeplugd in de grote server van een beursgenoteerde onderneming. Best mogelijk.

Vorige week hoorde ik Al Gore op de televisie zeggen dat de toekomst zich tegenwoordig sneller ontwikkelt dan vroeger. Maar ja, dat was vorige week. Deze week kunnen we vaststellen dat de toekomst en vroeger niet meer tot dezelfde tijdslijn horen.

Daarom stuit ik al lezende steeds vaker op toekomstvisioenen. Techniek en natuur zijn in die dromen onveranderlijk versmolten tot iets nieuws. Iets vruchtbaars. Zojuist kwam ik terecht op de website van NextNature, een Nederlands collectief dat is gelieerd aan de afdeling Design van de Technische Universiteit Eindhoven.

Nu de toekomst op ons afvliegt schrijft NextNature dat we ons beeld moeten herzien van de natuur als een harmonieus en statisch verschijnsel. De technologie zal meer en meer de plaats innemen van de natuur, ze vervangt haar of vloeit met haar samen. In ieder geval zullen we als mensheid opnieuw moeten bedenken wat natuur eigenlijk is en hoe we ons daartoe verhouden.

De site is er tamelijk geestdriftig over, over de rol van de mens in de toekomst. „We moeten onszelf niet langer zien als het tegennatuurlijke species dat de natuur louter bedreigt en elimineert, maar juist als katalysator van de evolutie. Met onze aandrang de omgeving vorm te geven – ‘our urge to design our environment’ - scheppen we een nieuwe natuur die net zo onvoorspelbaar is als altijd: wilde software, genetische verrassingen, autonome machinerie en schitterend mooie, zwarte bloemen. De natuur verandert samen met ons!”

Dit nieuwe natuurdenken leidt onder designers en futurologen tot fantasievolle verhalen over ontwikkelingen die de komende jaren mogelijk zullen worden. Van een kunsthart dat door zijderupsen wordt gesponnen tot aan de tederheid die we zullen opbrengen voor plastic en metaal zodra die eenmaal tot onze natuur zijn gaan behoren.

Toch hoor je in de wereld van de denktanks ook geluiden over een bescheidener rol van de mens in de toekomst. En dan gaat het zoals gezegd vooral over het verlangen als mens minder ruimte in te nemen. Niet alleen door onze voetafdruk te verkleinen, maar ook door de natuur handzamer te maken en compacter. De wereld kan een stuk leger en als techniek ons kan helpen te verdunnen en in te dikken, dan moeten we die kans niet laten lopen.

Na enig nadenken kun je wel begrijpen wat het wezenlijke verschil is tussen de geschiedenis en de toekomst. De geschiedenis is onze schuld. De toekomst is onze verantwoordelijkheid. En in de komende jaren kunnen we die het best nemen door te verdwijnen. Architect Luc ‘less is less’ Deleu lijkt daarop aan te sturen in een interview rondom zijn juist verschenen boek Orban Space. „Ik heb altijd gevonden dat stedenbouwers geen steden hoeven te bouwen. Stedenbouw is vooral onderzoeken. Je ontwerpt modellen om te laten zien hoe het kan, en af en toe bouw je misschien iets.” Of niet. Dat maakt de toekomst zoveel schoner dan het verleden.

Het ziet er, kortom, goed voor ons uit. Over een paar jaar worden we wilde software. We lossen op in de getalsmatige codes waaruit we bestaan. Nullen en enen. En daarna doen we nooit meer iets fout.

Maxim Februari is filosoof en schrijver.