Vrolijke Frans heeft weer een ideetje voor Syrië

Minister Timmermans voert volgens Leo Kwarten met verve een toneelstukje op: dat Nederland enige invloed heeft op de besluitvorming over Syrië.

Een duivels dilemma. Zo noemt minister van Buitenlandse Zaken Frans Timmermans de keuze waarvoor de wereld staat: wel of geen wapens leveren aan de opstandelingen die in Syrië het regime van Bashar al-Assad ten val willen brengen. Onlangs stelde Groot-Brittannië voor dat de Europese Unie haar wapenembargo tegen de Syrische oppositie opheft, maar dat ging Nederland en andere lidstaten te ver. Timmermans voerde aan verspreiding van wapentuig en escalatie van geweld in de regio te vrezen. Een scherpe observatie: er is inderdaad een schrijnend tekort aan wapens in het Midden-Oosten. En die 70.000 Syrische doden vallen misschien best mee.

Gelukkig, zo verklapte Timmermans, probeerde hij zijn EU-collega’s te overtuigen van een baanbrekend compromis. Levering van niet-dodelijk materieel als nachtkijkers en kogelvrije vesten zou wel mogelijk moeten worden. Hij verkocht het als „een duidelijk signaal dat wij de Syrische oppositie ondersteunen”. Aanpassing van de sancties zou de partijen een meer gelijkwaardige rol geven, meende hij. Ik ben geen militair expert, maar iets zegt me dat scherfvesten weinig effect sorteren wanneer woonwijken worden bestookt met Scudraketten en vliegtuigbommen. Wie Assads moordmachine wil stoppen, moet beschikken over luchtdoelraketten en zware wapens.

Het was weer zo’n Timmermansactie: suggereren dat Nederland ook maar enige invloed heeft op de besluitvorming omtrent Syrië door een idee dat al lange tijd circuleert te presenteren als dat van hemzelf. Het past bij de minister van een land dat zijn politiek ten aanzien van het Midden-Oosten altijd heeft afgestemd op de VS. Nederland profileert zich alleen als er sprake is van operaties die worden geleid door de VS. Aldus waren we van de partij in de Golf, Irak en Uruzgan. Niet omdat we militair of humanitair zo veel bijdroegen, maar omdat zulke bijdragen nu eenmaal pasmunt zijn voor onze cordiale verstandhouding met de VS.

Dat standpunt valt goed te verdedigen. Een klein land als Nederland moet niet de ambitie koesteren de wereld te willen veranderen. Maar in het geval van Syrië is het inmiddels te pijnlijk geworden. Twee jaar van onbeschrijfelijk menselijk lijden heeft de VS niet kunnen bewegen tot het bedenken van een coherente strategie waar het Syrische volk iets aan heeft. Obama zwalkt tussen tandeloze diplomatie en minimale steun aan de rebellen. Deze passiviteit wekt zo veel irritatie bij de Syrische oppositie dat men aanvankelijk weigerde naar de ‘Vrienden van Syrië’-conferentie te komen die afgelopen week in Rome werd gehouden.

Deze zwarte realiteit lijkt aan de minister voorbij te gaan. Als een vrolijke frans twittert hij door de Syrische crisis heen, ideetjes en reflecties ventilerend alsof het een academisch debat betreft. In februari schreef Timmermans in een brief aan de Tweede Kamer dat de strijd in Syrië „in toenemende mate een sektarisch karakter krijgt”. Dat is een gotspe. In november 2011 berichtte The New York Times al over sektarische moorden in Homs. De slachtpartijen in al-Qubair en Houla medio 2012 waren illustratief, evenals filmpjes op YouTube waarop Alawieten als ‘Assadhonden’ worden onthoofd en soennieten ‘Er is geen God dan Bashar’ moeten zeggen voor ze worden neergeknald.

We horen hoe Timmermans nadenkt over Nederlandse hulp bij het bij het opzetten van een gemeentehuis in Noord-Syrië. Dan weer wil hij Syriërs voor het Internationale Strafhof slepen. Leuke toekomstmuziek, maar op dit moment totaal irrelevant. Het dieptepunt was Timmermans optreden in Pauw & Witteman op 12 december, nadat hij in Marokko de zoveelste ‘Vrienden van Syrië’-conferentie had bijgewoond. De topontmoeting was er vooral een van photo opportunities geweest, maar bood de Syrische oppositie verder bitter weinig. In een rammelend betoog legde Timmermans desondanks een optimisme over Syrië aan de dag dat gezien de situatie even naïef als misplaatst was.

Onze minister houdt de illusie van Nederlandse betrokkenheid met verve in stand. Het zou allemaal nog amusementswaarde kunnen hebben, ware het niet dat de strijd in Syrië iedere dag 150 dodelijke slachtoffers vergt.