Vis zwemt niet zomaar de massa achterna

Ieder mens die op straat een menigte ziet wegrennen, weet onmiddellijk: ik ga meerennen. Dat is geen dom kuddegedrag, maar een kwestie van onzekerheidsbeperking. De kans dat die meute meer weet dan jij, is vrij groot.

Maar hoe zit dat bij dieren? Het is evident dat het voor de meeste dieren een groot voordeel is om op te gaan in een grote groep. Ze zijn veiliger tegen aanvallen van roofdieren. Maar vele ogen zien ook eerder waar het gras groener is.

In een experiment met 256 getrainde en hongerige karperachtigen is nu bepaald dat in ieder geval voor hen de ‘kenniskant’ van het kuddegedrag heel belangrijk is. De helft van de vissen, Noord-Amerikaanse Golden Shiners (Notemigonus crysoleucas), werd getraind om voedsel te vinden in een omgeving met een bepaalde kleur (bijvoorbeeld blauw). En de andere helft wist juist: voedsel ligt op plekken met verticale strepen. Uit deze vissen werden schooltjes van zestien samengesteld: soms met allemaal dezelfde voorkeur, soms half om half. Vervolgens werden de schooltjes in een ‘beslisboom’ met drie armen losgelaten waarvan er altijd twee aan de een of de andere voorkeur voldeden.

Eigen training bleek het belangrijkst. Want zelfs als er (in een gemengde school) een paar andere vissen al duidelijk zichtbaar een andere arm in waren gezwommen, trok een Golden Shiner zich daar niks van aan: hij zwom gewoon in een lege (en dus potentieel gevaarlijke) arm van de voor hem juiste kleur – of strepen. Maar hij was niet gek. Als er al vissen in een voor hem toch al aantrekkelijke arm waren gezwommen, koos hij voor die. De groep is óók belangrijk.

Interessant van deze opzet was ook dat een gemengde school als geheel een beslissing kon nemen die een goed compromis was van de voorkeuren van de afzonderlijke vissen. De gemengde scholen kwamen het vaakst terecht in de gemengde armen: vissendemocratie in de praktijk.