Snookersport hoopt vurig op een Van Barneveld-effect

In Warmond worden deze week de NK snooker gespeeld. Zonder subsidie probeert de kleinste biljartsport nieuwe leden te winnen in Nederland.

Aan de rand van een industrieterrein in Warmond, onder de rook van Leiden, ligt verscholen tussen bomen en loodsen het snookercentrum waar dit jaar de Nederlandse kampioenschappen snooker worden gehouden. Aan tien tafels wordt geconcentreerd gespeeld. Een handjevol toeschouwers kijkt zwijgend toe. Ook de spelers praten nauwelijks met elkaar. Het spel vergt alle aandacht. „Dat het zo stil is komt ook een beetje door het soort mensen dat snooker speelt”, zegt René Dikstra (50), in 1987 de eerste Nederlands kampioen en met tien nationale titels ook recordwinnaar. „Snookeraars zijn vaak rustige, intelligente mensen. Je hebt veel geduld en doorzettingsvermogen nodig om snooker te spelen.”

Maar, steeds minder mensen kunnen dat opbrengen. Snooker vergrijst, want zeker jongeren kiezen vaker voor pool dan voor snooker, als ze überhaupt al in de buurt van een keu komen. Dikstra: „Tegenwoordig heeft de jeugd zo veel keuzes, dan ligt snooker niet echt voor de hand. In een café vind je bijna geen snookertafels meer, dan moet je echt apart naar een snookercentrum. En als je daar bent moet je het nog leuk vinden en er een beetje aanleg voor hebben, want snooker is best moeilijk om te leren.”

En dan schrapte sportkoepel NOC*NSF ook nog eens de topsportsubsidie, waardoor de talentontwikkeling op de tocht komt te staan. De WK in Sheffield moet de bond al laten schieten, dit jaar is alleen de reis naar de EK in Polen te betalen.

Met hulp van sponsors en wat eigen geld is de bond vorige maand wel een jeugdplan gestart. Onderdeel hiervan zijn masterclasses voor jongeren. „Daar waren vijftien jongeren van tien tot achttien jaar op afgekomen”, zegt Dikstra, een van de spelers die de masterclass gaf. „Het was leuk, maar ook erg vrijblijvend. Het is maar een paar keer per jaar en je moet je aandacht over iedereen verdelen, dus je kunt niet echt aandacht besteden aan die paar jongeren die echt talent hebben.”

Weinig Nederlanders halen de top. „Nederland heeft internationaal wel eens wat leuke spelers gehad, maar het was nooit echt top”, zegt Dikstra. In 2010 haalde Roy Stolk de finale van het EK voor amateurs. In 2006 en 2007 deed hij kort mee aan de professionele main tour. „Maar het is lastig om daar een startbewijs te verdienen en stand te houden”, zegt Annet van Riel, voorzitter van de sectie snooker van de biljartbond (KNBB). „Het niveau ligt veel hoger dan in Nederland.” Vanwege het vele reizen is meedoen aan internationale wedstrijden ook kostbaar, zeker als je als speler weinig prijzengeld opstrijkt.

Willem La Riviere, directeur van de KNBB, ziet het aantal leden van de bond de laatste jaren langzaam dalen. „We zitten nu op ongeveer 30.000 leden in totaal, maar de meesten van hen (25.000) doen carambole. Dat is in Nederland veruit het populairst, want naast de leden zijn er nog ongeveer een miljoen recreanten. Verder zijn er nog zo’n 2.000 leden voor driebanden en 2.000 voor poolbiljart, dat wel groeit. Snooker is met 830 leden het kleinst.”

Terwijl snooker voor de echte liefhebber juist de meest complete biljartdiscipline is. „Snooker is een spel dat alles heeft”, zegt René Dikstra. „Het gaat om tactiek en techniek en het is leuk om naar te kijken. De techniek is verzorgder dan bij andere biljartsporten en je moet snel kunnen schakelen van verdediging naar aanval. Het is snoeihard, want je moet het helemaal alleen doen. Je kunt zo een half uur aan de kant zitten als je tegenstander geen fouten maakt. Als je dan weer aan de beurt bent, moet je er wel staan.”

Probleem van het snooker in Nederland is vooral de accommodatie. „Mede door de crisis zijn er steeds minder snookercentra, en bij de centra die blijven bestaan komen steeds minder snookertafels”, zegt Annet van Riel. „Op de plek van twee snookertafels passen drie pooltafels, dus dat levert meer inkomsten op.”

Waar carambole en driebanden vooral populair zijn onder ouderen, is pool juist populair onder jongeren. Van Riel: „Snooker moet het hebben van poolers die overstappen op snooker of die het spel kennen van de televisie.”

Maar de Nederlandse kampioenschappen in Warmond zijn daar niet te zien. Alleen de spelers en een paar toeschouwers zijn getuige van het eerste finaleweekeinde. Komend weekeinde volgt de ontknoping. Van Riel: „We wachten op iemand die voor het Raymond van Barneveld-effect kan zorgen en de sport populairder kan maken bij een groot publiek.”