Situatie Italië laat angst terugkeren in Brussel

Als Italië afglijdt, kan de ECB dan wel ingrijpen? Deze vraag hangt als een slagschaduw boven de vergadertafel, vanavond in Brussel.

Brussel. - De angst is terug in Brussel. Na zeven maanden van relatieve kalmte laat de verwarrende uitkomst van de Italiaanse verkiezingen iedereen beseffen dat de eurozone nog uitermate kwetsbaar is. Op een vergadering van de zeventien euroministers van Financiën, vanavond, vormt de situatie in Italië geen apart agendapunt. Eén vraag wordt in de wandelgangen druk besproken, en hangt als een slagschaduw boven de vergadertafel: als Italië afglijdt, kan de Europese Centrale Bank (ECB) dan wel ingrijpen?

De vrees in Brussel en andere eurohoofdsteden is niet zozeer dat er straks een ‘verkeerde’ regering zit. De vrees is meer dat er voorlopig géén regering zit. Het hele systeem dat eurolanden de afgelopen jaren hebben opgetuigd om de euro stabieler te maken – noodleningen, hervormingen, bezuinigingen, de ECB die staatsobligaties opkoopt – is geënt op twee partijen die afspraken maken, overeenkomsten tekenen, akkoorden sluiten.

„Als de markten zich rustig houden, heeft Italië maandenlang tijd om een regering te vormen”, zegt een Europees functionaris. België deed er laatst ook een jaar over om een regering te formeren. Niets aan de hand. „Maar als de markten plotseling los gaan en de rentes stijgen de pan uit, is er niemand met wie je zaken kunt doen. Dan werkt het systeem niet.”

Vorige week, meteen na de verkiezingen, was er even turbulentie op de markten. Maar dat stabiliseerde weer. Italië leende woensdag zelfs geld op de markten. Dat was een test: zouden beleggers, vanwege de politieke chaos in de derde grootste economie van de eurozone, exorbitante rentes gaan vragen? De rentes waren stevig, maar het had erger gekund. Iedereen weet echter: dat kan zó veranderen. Volgens Gilles Moec van Deutsche Bank kan „elk gerucht of onverwachte gebeurtenis een ommekeer veroorzaken”.

Velen benadrukken dat Italië geen Griekenland is. Italië zit in een recessie en heeft te veel schuld (127 procent van het bbp), maar tegelijkertijd heeft het een begrotingsoverschot. Dat kan zelfs Nederland niet zeggen. Italië moet hervormen, maar op korte termijn bezuinigingen doorvoeren hoeft het niet. Rationeel gesproken is er dus geen reden voor paniek. Maar beleggers werken niet rationeel. Als enkelen geld uit een land halen, volgt de rest meteen.

Om landen als Italië een buffer te geven tegen deze irrationele marktwerking die de euro kan schaden, kondigde ECB-president Mario Draghi vorige zomer aan dat hij in zo’n geval staatsobligaties wil opkopen. Dat was tijdens het dieptepunt van de eurocrisis. Iedereen sprak over een Grexit. Griekenland had maanden zonder regering gezeten, bezuinigingen en hervormingen waren gestopt. Spaanse banken wankelden. Spaanse en Italiaanse rentes stegen. Velen waren de wanhoop nabij. „Ineens was daar Draghi”, zegt een ambassadeur van een euroland, „en de markten kalmeerden. Draghi deed het stopje in het leeglopende bad. Dat was een keerpunt in de schuldencrisis.”

Het pijnlijke van de Italiaanse situatie is, zegt hij, „dat het misschien toch het verkeerde stopje was”. Waarom? Omdat het programma dat Draghi uitdokterde voor de aankoop van staatsobligaties, ‘OMT’ (Outright Monetary Transactions), een voorwaardelijk programma is. Hij wil alleen obligaties kopen als een land alle hervormingen en bezuinigingen doorvoert die Europese instellingen vereisen, en als het leningen vraagt van het noodfonds ESM. Eerder had de ECB Italiaanse schuld gekocht. Maar toen de rentes daalden, vergat toenmalig premier Berlusconi meteen zijn mondelinge belofte om te hervormen. De ECB stond voor paal. Het was koren op de molen van Duitsers en andere noordelingen die de ECB ervan beschuldigen aan ‘monetaire financiering’ te doen. Om een herhaling van dit debacle te voorkomen en Duitsland aan boord te houden, zit ‘OMT’ vol voorwaarden.

Deze „bazooka” van Draghi is nooit gebruikt. Als de Italiaanse impasse lang duurt, kan het nodig worden. Maar wie kan, aan Italiaanse kant, de ECB verzekeren dat de tegenprestatie straks geleverd wordt? Zonder regering geen hervormingen, geen wetsvoorstellen, geen beleidswijzigingen, niets. Draghi kan in zo’n geval geen obligatie kopen. Het ESM kan niets uitlenen.

Wat dan? „Dan moeten we op zoek naar een andere stop voor het bad”, zegt de functionaris. „Het enige waar ik nog aan kan denken, zijn ‘eurobonds’, waarbij landen garant staan voor elkaars schuld.” Eurobonds zijn hét taboe van de eurozone. Veel economen zeggen dat eurobonds wonderen doen als niets anders meer werkt. Maar politici in noordelijke landen willen er niet aan. Hun kiezers uitleggen dat zij garant staan voor schuld van ‘zuiderlingen’ vinden zij lastig. Bondskanselier Merkel voelt hier niets voor, in een verkiezingsjaar. Velen helpen haar hopen dat zij de luxe heeft niet over eurobonds te beginnen. Maar helemaal zeker zijn ze daar niet meer van.