Opera Prokofjev is absurd en prachtig

Opera

L’amour des trois oranges van Sergej Prokofjev. De Nederlandse Opera/Residentie Orkest o.l.v. Tomás Netopil. Gehoord 1/3 Muziektheater Amsterdam. Aldaar t/m 21/3.Info, reserveren, trailer: www.dno.nl. Radio 4: 23/3, 19 uur.*****

Drie reuzensinaasappels van sleets rubber en wat spaanplaat speelkaarten. Als de invulling van een enscenering fantasievol genoeg is, is meer niet nodig voor magisch theater.

Voor het eerst sinds 2005 herneemt De Nederlandse Opera de messcherpe, geestige en betoverend mooie voorstelling van Prokofjevs L’amour des trois oranges – een opera waarvan de aanstekelijke mars bekend is maar het hele werk zelf (1919) veel minder dan zou moeten.

De liefde voor de drie sinaasappelen is zo’n opera die tijden met elkaar verbindt. De 18de-eeuwse toneeltekst van de Venetiaan Carlo Gozzi (commedia dell’arte), bewerkt door theatervernieuwer Meyerhold, vormt de basis van de opera – met bijbehorende, sjabloonmatige personages.

Zo is er een door ziekte verwekelijkte prins, die door de strapatsen van een nar (Trouffaldino) aan het lachen moet worden gemaakt. Niks lukt, totdat heks Fata Morgana struikelt. Lachen! Zij wordt woedend en vervloekt de prins tot de liefde voor drie sinaasappelen. Volgt nog een doodenge kokkin met reuzenpollepel als wapen (briljante travestierol) totdat de Prins inderdaad geluk vindt bij een Prinses, die slaapt in een van drie sinaasappelen.

Met zo’n surrealistische en groteske handeling is L’amoir des trois oranges net zo’n onding als bij voorbeeld Mozarts Zauberflöte, óók recent te zien bij De Nederlandse Opera: een meesterwerk, dat door een regisseurshand net zo makkelijk kan worden wakker gekust als pips gesmoord.

Maar het mooie is: de regie van Laurent Pelly is net zo’n luchtige en geslaagde synthese van invloeden als het werk zelf. Het lijkt doodsimpel. Het werkt onmiddellijk. Maar je moet het maar kunnen.

De basis van het toneelbeeld vormt een pak speelkaarten; de Prins die in het sprookje moet worden opgevrolijkt, is immers de zoon van de Klaverkoning. Het doosje van die kaarten doet dienst als vegetatiecocon voor de depressieve prins, de kaarten zelf zijn coulissen, jurken van het koor of (met de grafische print van de achterkant van een kaart) kamerscherm. Pelly maakt er niets ingewikkelds van. Verwijzingen naar de Russische Revolutie – de tijd van ontstaan, al verbleef Prokofjev zelf toen in Chicago – ontbreken, de aankleding refereert met zijn hoge hoeden en pandjesjassen aan de 19de, en met zijn malle pruikjes aan de 18de eeuw.

Het resultaat is mede zo charmant doordat regisseur Pelly de muzikale hartenklop van de opera naadloos volgt. Als de reuzenspeelkaarten in het decor worden opgetakeld, gebeurt dat ritmisch. De partituur, met groot aandeel voor slagwerk en koperblazers, is ongelooflijk swingend, filmisch en veeleisend; Prokofjev is voortdurend al weer overgeschakeld naar een nieuw ritme voor je adem zich heeft kunnen aanpassen. Pelly vertaalt dat naar veel rennende personages, met koddige kleine pasjes. Resultaat is een wonderlijk amalgaam, waarin muziek, theater en beeld elkaar overal versterken en nergens belemmeren.

De jonge Tsjechische dirigent Tomas Netopil (35) debuteert bij De Nederlandse Opera. Hij dirigeert ook deze opera voor het eerst. Dat hoor je dubbelzijdig. Hij gidst het Residentie Orkest – hier in de 85-koppige bezetting die in de nieuwe, veel kleinere vaste formatie straks tevens de maximaal haalbare is – scherp en vaardig van fragment naar fragment, laat de filmische aspecten van de partituur glanzen en alle tempi bloeien; zo klinkt de Mars bij herneming net een fractie sneller voor optimaal hoera-effect.

Het Residentie Orkest speelt zo goed en bevlogen dat je met melancholie denkt aan de straks afvloeiende musici en de ‘blijvers’ die doorgaan met een 75%-contract. Wat Netopil nog een beetje mist is rauwe lef; prikkende scherpte die bloeit op grond van ervaring. Maar die Schwungfactor kan komende maand alleen maar groeien.

In de cast keren sterke zangers uit 2005 terug; Martial Defontaine als de Prins, Serghei Khomov als nar Trouffaldino, Anna Shafajinskaja als Fata Morgana. Jonge Nederlanders, met name mezzo Florieke Beelen (25) als een der tragische citrus-prinsessen, doen het goed in kleine rollen.

En dan is de productie ook nog ideaal getimed. Niets zo goed tegen winterse somberte als esthetisch absurdisme van dit niveau.