Journalist zijn in het land van dertig Berlusconi’s

De persvrijheid in Brazilië ligt onder vuur ligt, zo blijkt uit een rapport. ‘De kolonels’ bezitten de media, rechters en moordenaars houden de journalisten kort.

Braziliaanse journalist Decio Sa werd op 23 april 2012 vermoord in restaurant Internacional in Sao Luis. Hij schreef over politiek. Foto AP

Stel je voor dat Diederik Samsom de eigenaar is van SBS 6. De familie Brenninkmeijer bezit RTL 4 en kardinaal Ad Simonis is de baas van de NOS. Zo ziet het Braziliaanse medialandschap er ongeveer uit.

In januari presenteerde Reporters without Borders, een internationale ngo die zich inzet voor de vrijheid van meningsuiting, een kritisch rapport over de Braziliaanse media. De titel is veelzeggend: Het land van dertig Berlusconi’s. Het rapport schetst een paradoxaal beeld van Brazilië dat op papier een prachtige democratie is – met 220 miljoen mensen een van de grootste democratieën ter wereld – maar in de praktijk persvrijheid niet altijd respecteert.

Zo is het Braziliaanse medialandschap nog altijd verankerd in de militaire dictatuur die het land in 1985 van zich afschudde, luidt een belangrijke conclusie van het rapport. Persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting zijn wel vastgelegd in de grondwet van 1988, en in 2012 gaf een nieuwe wet Brazilianen het recht op informatie van publieke instanties. Maar door een ingewikkelde constructie gelden er nog steeds regels die het militaire regime in 1968 opstelde. Brazilië heeft bijvoorbeeld geen eigen onafhankelijke mediawaakhond.

De diverse media, waar dagelijks 220 miljoen mensen naar kijken, lezen en luisteren, zijn daarnaast grotendeels in handen van ‘kolonels’, zoals het rapport ze noemt: grote industriëlen, grootgrondbezitters of politici die niet alleen macht verwerven met hun professie, maar ook via de mediabedrijven die ze bezitten of met wie ze nauwe banden hebben. Zo zijn deze kolonels, of Berlusconi’s, vaak zowel verdeler als ontvanger van felbegeerde frequenties waarop media uitzenden.

Bovendien is journalist zijn in Brazilië een gevaarlijk beroep: in 2012 werden er elf journalisten vermoord, waarvan vier in directe relatie tot hun journalistieke werk. Het aantal vermoorde journalisten in 2013 staat al op twee.

Het toenemende geweld tegen journalisten vindt vooral plaats buiten de grote steden. Het betreft vaak journalisten die schrijven over drugshandel of de corruptie van lokale politici. Maar ook in de steden is geweld: iedere Braziliaan staat de magnetronmoord in 2002 nog helder voor de geest. Onderzoeksjournalist Tim Lopes rapporteerde undercover in de sloppenwijken van Rio de Janeiro over drugshandel. Lopes werd vastgebonden aan een boom en terwijl hij nog leefde werden zijn armen en benen afgehakt. Zijn romp stopten ze in autobanden en die staken ze in brand, een methode die sindsdien bekend staat als ‘magnetron’.

Niet alleen criminelen bedreigen de persvrijheid, rechters doen dat ook. Dat stelt Marcelo Monteiro, voorzitter van de landelijke vereniging van onderzoeksjournalisten Abraji, opgericht naar aanleiding van de magnetronmoord. Monteiro: „Het grootste probleem is dat rechters steeds vaker het werk van journalisten censureren, nog voor dit is gepubliceerd.”

Een recent voorbeeld is het censureren van een van de grootse kranten van het land, Estado de São Paulo. Een gerechtelijke uitspraak verbiedt de krant meer nieuws te publiceren over een onderzoek naar Fernando Sarney, een mediamagnaat in de noordelijke deelstaat Maranhão. Sarney werd in 2009 in staat van beschuldiging gesteld wegens fraude, witwassen en belastingontduiking. Toch klaagde hij de krant aan wegens laster en stelde de rechter hem in het gelijk. Sindsdien mag de krant niet meer over het strafrechtelijke onderzoek schrijven.

Ook internet leidt onder censuur en tijdens de lokale verkiezingen in 2012 zagen veel kritische bloggers hun websites op zwart gaan. Er is zelfs sprake van dat journalisten in de toekomst strafrechtelijk kunnen worden vervolgd. Volgens Monteiro staat censuur niet in de wet, maar snoeren rechters journalisten wel steeds vaker de mond. „Of rechters in deze zaken worden omgekocht, is niet bewezen. We hebben er zelf een onderzoek naar ingesteld.”

Hoewel Monteiro de kritiek van het rapport niet weerspreekt, is hij optimistisch over de persvrijheid. „We hebben een lange traditie van gedegen onderzoeksjournalistiek.” Ook Eugênio Bacci, die jarenlang als journalist werkte en nu als hoogleraar communicatie is verbonden aan de Universiteit van São Paulo, vindt dat het rapport de negatieve aspecten wel erg benadrukt. „We hebben nieuwe wetgeving nodig, en dat rechters censureren is zorgelijk”, zegt hij. „Maar we zijn een groot land waar ook veel goeds gebeurt. Journalisten schrijven dagelijks over corruptie en machtsmisbruik. Ondanks veel conflicterende belangen moeten we dat niet uit het oog verliezen.”

Met dit optimisme en het rapport onder de arm hopen journalisten hun positie te verstevigen. Maar er is nog een lange weg te gaan.