In trance naar heftige climax

Nik Bärtsch’s Ronin. Gehoord 1/3, Lantaren Venster, Rotterdam.

Geniet van de rit, zei Nik Bärtsch bij het begin van zijn concert. Bijna klonk dat als een waarschuwing. Maar wie zijn muziek omschrijft als ‘zenfunk’ is meer uit op verlichting. Al schuwt de werkelijk als een zenmaster ogende Zwitserse pianist – zwart gewaad, kaalgeschoren schedel en streepsikje – de verrassing van een blikseminslag zeker niet.

Met platen op het kwaliteitsjazzlabel ECM is Nik Bärtsch’s kwartet Ronin, dat bijzonder weet te spelen met structuur en tegenstellingen, al enige tijd een avontuurlijke aanwinst. De pas verschenen dubbele concertregistratie is daar het dynamische bewijs van. Bärtsch creëerde een eigen modulaire muziekwereld waarin met minimale bouwsteentjes maximaal gebouwd wordt.

De muziek van Ronin, vernoemd naar een samoeraistrijder zonder clan, kan als een toverbal van stijl en sfeer veranderen. In een aaneengesmede collectie nummers, die geen namen dragen maar genummerde modules zijn, gaat het in een intens uitgedachte show van minimal music met herhalend ritmische patronen plots over naar volvette pieken van funk.

Dat gebeurde bij het concert in Lantaren Venster steeds op uiterst effectieve wijze. Na een ‘slotcall’ of knik van de pianist, meestal op een moment dat je net door zijn repeterende motiefje in een bijna-trance was geraakt, knalt het met aanzwellende gitaar en drums, en theatraal flitsende lichten ineens een andere kant op. Een ontlading, van meditatief naar een onstuimige climax.

Op de piano en fender rhodes deed Bärtsch het meest aan melodievorming. Maar dat waren geen grillige klankexperimenten, en echt gesoleerd werd er ook niet. Bärtsch bracht vooral motiefjes, die op het gevaar van monotoon minutieus veranderden. Soms met dempingen in de snarenbak van de vleugel, op een bepaald moment de laatste toets enkel gebruikend als dofhoge puls.

Dat de anderen, op rietblazer Sha met zijn spannende blaasgeluiden op basklarinet na, relatief weinig initiatieven aan de dag legden en vooral de strak-ritmische invulling produceerden, was hier niet erg. Het voelde vrij aan in deze intrigerende trip tussen compositie en improvisatie.