Impulsief? Het is niet wat u denkt

Mensen zeggen wel heel makkelijk dat iemand impulsief is, maar het is amper duidelijk wat dat betekent. Er valt van alles onder: roekeloos zijn, niet plannen, niet goed nadenken over de gevolgen van gedrag, geen zelfcontrole hebben en natuurlijk spontaan zijn – het opgewekte zusje van impulsiviteit, vooral bekend uit contactadvertenties. De wetenschappelijke definitie van impulsiviteit heeft in de loop der jaren al deze onderdelen wel aangeraakt: eind jaren 40 zagen psychologen het als een vorm van extraversie, in de jaren 70 verschoof het naar psychoticisme en sinds de jaren 80 valt impulsiviteit onder emotionele instabiliteit. Het is bijna het meestvoorkomende kenmerk bij het vaststellen van psychiatrische ziekten in DSM-IV, het huidige handboek van psychiatrische stoornissen.

Een team Amerikaanse psychologen was de verwarring zat. Ze hebben onderzocht wat de verschillende vragenlijsten voor impulsiviteit nu eigenlijk meten, schrijven ze in het maartnummer van Journal of Personality and Social Psychology. Drie dingen, zo blijkt, die je kunt samenvatten als: snel afgeleid zijn, gebrekkige zelfcontrole en sensatiezoeken. Die derde is eigenlijk een beetje een vreemde eend in de bijt, vinden de onderzoekers, want roekeloos sensatiezoeken valt onder de eerste twee en vrolijk, onschuldig sensatiezoeken is eigenlijk een vorm van extraversie.

Ze pleiten ervoor om de term impulsiviteit niet meer te gebruiken en te vervangen door exacter taalgebruik – ook omdat het in de psychiatrische literatuur zo veel gebruikt wordt.