Een gevaarlijk, ongrijpbaar ventje

Jean-Paul Boëtius is goed op dreef bij Feyenoord Met twee goals had de tiener een belangrijk aandeel in de zege op NEC Anders dan veel jonge spelers kent het talent geen terugval in zijn eerste seizoen

Redacteur Voetbal

Hij was niet eens de meest besproken speler van zijn lichting. In het seizoen 2008/2009 speelde vleugelspits Jean-Paul Boëtius in de C1 van Feyenoord samen met grote talenten als Nathan Aké, Kyle Ebecilio en Karim Rekik. Dat hadden ook de Engelse topclubs door. Aké vertrok naar Chelsea, Ebecilio naar Arsenal en Rekik naar Manchester City.

Waar zijn drie generatiegenoten nog niet zijn doorgebroken bij hun club, staat de achttienjarige Boëtius nu wekelijks in de basis bij Feyenoord. Bij zijn debuut, krap een half jaar geleden als basisspeler tegen Ajax, scoorde hij meteen. Veel jonge spelers kennen in hun eerste seizoen een terugval, maar Boëtius blijft goed presteren. Gisteren, in het uitduel tegen NEC (0-3), maakte hij twee van de drie doelpunten voor Feyenoord.

Boëtius staat als rechtsbenige speler op de linkerflank. Dat is in strijd met de visie dat linksbenige buitenspelers op links en rechtsbenige op rechts moeten spelen. Zo heeft bondscoach Louis van Gaal de bij Bayern München op rechts spelende linkspoot Arjen Robben in het Nederlands elftal weer op links gezet. Voordeel is dat Robben dan met zijn goede linkerbeen de actie buitenom kan maken en een voorzet kan geven vanaf de achterlijn.

Maar de rechtsbenige Boëtius gedijt uitstekend op links. Voor zijn directe tegenstander – gisteren rechtsback Daan Bovenberg van NEC – is hij bijzonder lastig te bespelen. Boëtius snijdt naar binnen, passeert buitenom of is ineens te vinden aan de rechterkant van het veld. Het gevaarlijkst is hij in de tegenaanval; vaak staat hij op scherp om door een teamgenoot de diepte in te worden gestuurd.

Zo kwam tegen NEC ook het eerste doelpunt van Boëtius tot stand. Middenvelder Tonny Trindade de Vilhena, ook achttien, zag hoe Boëtius weg begon te lopen achter de rug van Bovenberg. Met een steekbal op maat bediende Vilhena zijn leeftijdgenoot, die de bal onder keeper Babos doorschoof. Het tweede doelpunt van Boëtius was een schot vanaf een meter of twintig – met rechts, uiteraard.

Veel kwaliteit

NEC-trainer Alex Pastoor had zijn spelers vooraf gewaarschuwd voor de diepgang van de jonge Feyenoorder. „Maar Feyenoord heeft zo veel kwaliteiten dat het lastig is om alle gevaren tegelijk te bestrijden. Is het niet de diepgang van Boëtius, dan is het wel de balvastheid van Graziano Pellè of de handelingssnelheid van Tonny Vilhena op het middenveld.”

NEC had net als Feyenoord negen punten gehaald uit de laatste vier duels, maar speelde zwak. Feyenoord zette goed druk. NEC raakte hierdoor zo in verlegenheid dat in sommige fases van de wedstrijd zo’n beetje elke bal werd ingeleverd bij een Feyenoorder. Tussen de goals van Boëtius door scoorde Pellè met een kopbal, op aangeven van Ruben Schaken.

Niet alleen statistisch – de ploeg staat derde, drie punten achter koploper PSV – is Feyenoord een serieuze titelkandidaat. Het veldspel van de ploeg van trainer Ronald Koeman overtuigt, met in elke linie een topspeler. Verdediger Stefan de Vrij, die het in grote wedstrijden nog weleens moeilijk heeft, blijft eenvoudig overeind tegen de spitsen in de eredivisie. Zijn collega-international Jordy Clasie is een balvaste middenvelder. De Italiaanse spits Graziano Pellè maakte al zijn negentiende treffer van het seizoen. En dan was verdediger Bruno Martins Indi, basisspeler in Oranje, er wegens een blessure nog niet eens bij.

De tieners Boëtius en Vilhena voegen aan dit fundament veel spelplezier toe. Je bent voetballer omdat je het leuk vindt, zei Koeman over Boëtius. „Prachtig dat zo’n achttienjarige zijn klasse laat zien. Ik geniet ervan om hem te zien voetballen.”

Verdedigend moet Boëtius nog wel wat bijleren, gaf hij zelf na de wedstrijd toe. Zo verzuimde hij tot twee keer toe om met ‘zijn’ man Bovenberg mee te lopen toen die mee naar voren kwam. En na een schitterende actie, waarbij hij zijn tegenstander dol draaide, verzuimde hij een goede vervolgpass te geven. Dit hoeft een mooie carrière niet in de weg te staan. NEC-trainer Pastoor: „Als je op je achttiende al zo goed bent, dan haal je zeker een keer het Nederlands elftal. Dat lijkt me een open deur.”