Dwaze heldinnen en macho piloten

Tentoonstelling // ****

Bij Roy Lichtenstein wordt kunst cartoon, en cartoon wordt kunst De pop-artkunstenaar maakt meer dan alleen stripschilderijen De Tate Modern in Londen heeft een grote overzichtstentoonstelling

Correspondent Verenigd Koninkrijk

Roy Lichtenstein is stippen en strips. Als je louter afgaat op het winkeltje in de Tate Modern in Londen, waar een grote overzichtstentoonstelling van het werk van de Amerikaanse pop-artkunstenaar is, moeten we dat beeld kennelijk onthouden.

En natuurlijk, dat voelt vertrouwd, heel vertrouwd. Lichtensteins stripschilderijen zijn zo vaak gereproduceerd op ansichtkaarten, posters en T-shirts, dat als je eenmaal voor Drowning Girl (1963) staat, je de tranen herkent waarin de heldin dreigt te verdrinken, en weet dat ze denkt „I don’t care! I’d rather sink.. than call Brad for help!”

Maar wat de Tate Modern juist wil laten zien, is dat die stripschilderijen slechts een klein deel zijn van Lichtensteins werk. Hij maakte ze maar een paar jaar. „Hij was geen fan van cartoons”, zegt weduwe Dorothy, die nauw betrokken was bij deze eerste overzichtstentoonstelling sinds haar man in 1997 op 73-jarige leeftijd overleed.

De stripschilderijen hangen er natuurlijk wel: Masterpiece (1962), Oh, Jeff.. I Love You, Too.. But (1964), Whaam! (1963) en een dozijn andere. Dwaze romantische heldinnen en heldhaftige machopiloten, archetypes die net zo worden verheerlijkt als de Grieken deden met het menselijk lichaam. Schilderijen die net zo de aandacht trekken als de advertenties of cartoons waar Lichtenstein ze op baseerde.

In het echt zijn de stripschilderijen aanzienlijk indrukwekkender dan de talloze reproducties doen vermoeden. Van dichtbij is te zien hoe Lichtenstein speelt met felle kleuren, eenvoudige, harde zwarte lijnen en gelijkmatige stippen, pixels bijna – de zogenoemde Ben-Day dots, vernoemd naar illustrator Benjamin Henry Day. Hij wilde dat zijn schilderijen eruitzagen alsof ze door een machine waren gemaakt – een reactie op het abstracte, expressionistische werk van Jackson Pollock en Mark Rothko, de grote Amerikaanse schilders van de jaren zestig.

Lichtenstein kreeg het idee met Look Mickey (1961). Dat maakte hij nadat een van zijn zoons hem had uitgedaagd net zo’n plaatje te maken als in een boek over Walt Disney. De familie kan zich niet meer herinneren of het echt zo is gegaan, maar in elk geval ging Lichtenstein aan de slag met verf en een hondenborstel om de stippen zo gelijkmatig mogelijk te krijgen, en maakte een schilderij van Mickey Mouse en Donald Duck.

Omdat die stripschilderijen zo vertrouwd voelen, intrigeren de andere zalen in de Tate Modern meer. Veel werk is een knipoog naar iets anders, zoals zijn art-decobeelden en zijn tweedimensionale zwart-witadvertenties. Lichtenstein ging tot aan zijn dood door met experimenteren. Dat is goed te zien bij Seashore (1964), door de Tate wat weggeduwd in een hoek van zaal zes. Hier geen stippen, geen zwarte lijn, maar twee kleuren blauw die golven over lagen plexiglas. Lichtenstein gebruikte rowlux, het plakplastic dat op drumtoestellen wordt gebruikt, om diepte en golven te creëren, waardoor het schilderij bijna mee beweegt met de kijker. Het heeft, net als Sunset (1964), een cartooneske zonsondergang, iets kitscherigs, iets clichématigs. En tegelijk heeft het humor.

Die humor is ook terug te vinden bij Lichtensteins hommage aan de kunstgeschiedenis, onder andere aan Mondriaan en Picasso, wiens werk ook door talloze reproducties onmiddellijk herkenbaar is. Lichtensteins Femme d’Alger (1963) bijvoorbeeld is een tweedimensionale stippenreplica van Picasso’s Les femmes d’Algers (1955), die zich weer liet inspireren door Eugène Delacroix’ Les femmes d’Algers (1834). Zo wordt bij Lichtenstein highbrow lowbrow: kunst wordt cartoons, cartoons worden kunst.

Net als je als bezoeker het gevoel bekruipt dat Lichtenstein wel heel wanhopig probeerde weg te komen van zijn stripschilderijen, zijn daar de schilderijen die hij in de jaren negentig maakte. Cartooneske vrouwen die op een strand ronddartelen, of stralend in hun slaapkamer liggen. Het is een terugkeer naar de pop-art van de jaren zestig. Maar dan uitgekleed. Letterlijk: de vrouwen zijn naakt, de stippen zijn er niet meer om schaduw aan te brengen, en in Lichtensteins laatste schilderij, gemaakt vlak voor zijn dood, ontbreken zelfs de harde zwarte lijnen.

Het retrospectief in de Tate Modern eindigt met Lichtensteins hommage aan de eenvoud van de Chinese schilderkunst. In zacht pastel schilderde hij bergen, meren, een eenzame bonsaiboom, een bootje. De breekbaarheid alleen doorbroken door zijn overbekende stippen.

Lichtenstein: A Retrospective, t/m 27 mei, Tate Modern, Londen, tate.org.uk