denken@nrc.nl

Hoe lang blijf je ‘allochtoon’?

vraagt S. Allaie zich af

De laatste tijd valt er veel te lezen over het afschaffen van het woord ‘allochtoon’. Ik ben heel blij dat de discussie over dit woord op gang is gekomen, blijkbaar zijn er veel mensen die zich hieraan ergeren. Eén daarvan ben ik zelf. Ik werd bij mijn aankomst in Nederland snel met dit woord geconfronteerd en het had gelijk al een negatieve bijklank voor mij. De werkelijke betekenis van dit woord en hoe het tegenwoordig gebruikt wordt, zijn niet dezelfde meer. Dat allochtoon veelal voor buitenlanders met donkere uiterlijk en afkomstig uit niet-Europese, Amerikaanse, Australische of bijvoorbeeld zelfs Oost-Aziatische landen gebruikt wordt, zegt al genoeg.

Waarom wordt deze groep mensen als bijzonder gezien? Wat maakt het uit waar iemand vandaan komt? En wat in mijn optiek nog erger is, is dat de inmiddels genaturaliseerde en ingeburgerde immigranten nog steeds ‘allochtoon’ – gepaard met negatieve bijklank – genoemd kunnen worden. Wanneer wordt iemand dan wel als een volwaardige Nederlander gezien en wanneer doet de oorspronkelijke afkomst van iemand er niet meer toe? Voor een land dat zoveel waarde hecht aan de ‘integratie’ is het blijven onderscheid maken tussen oorspronkelijke Nederlanders en immigranten een enorme tekortkoming in accepteren van de nieuwkomers.

Opereren is wat anders dan een spelletje Wii

schrijft Peter Brink, chirurg bij het MUMC in Maastricht en onbekwaam in gamen

Alle chirurgen vallen onder de ‘snijdende’ specialismen. Anders dan de beschouwende vakken wordt het snijden als de gemeenschappelijke factor gezien. Het hanteren van een mes om op plaatsen in het lichaam te komen, of om delen van het menselijk lichaam te verwijderen is de kunst van het opereren. Daarmee stond opereren vroeger gelijk aan snijden en worden deze termen door elkaar gebruikt. De besproken techniek (laparoscopische chirurgie) uit het artikel ‘Chirurg snijdt beter met uurtje tennis op de Wii’ in de krant van afgelopen vrijdag, is welhaast de tegenpool van snijden en heeft inderdaad veel gemeen met gamen. Dat ervaren gamers beter zijn in laparoscopische ingrepen is al langer bekend. Zij zijn echter geen betere ‘snijders’. Het tegendeel is eerder waar. De kunst om met het mes een vergelijkbare operatie uit te voeren heeft deze generatie niet meer aangeleerd.