brieven

Persoonlijke levenssfeer was geen warm nest

Dat er in Nederland gedurende de jaren zestig en zeventig zo veel bejaardentehuizen verrezen, is volgens prof. Westendorp (NRC Handelsblad, 25 februari) een gevolg van de ontdekking van de gasbel. Nederlanders rekenden zich rijk, en legden „...verantwoordelijkheden bij de staat [...] die tevoren onderdeel waren van de persoonlijke levenssfeer.”

Deze voorstelling van zaken klopt niet. Al in het begin van de jaren vijftig voltrok zich een snelle stijging van het percentage ‘opgenomen’ bejaarden. Gedurende deze periode werden zo’n 21.000 nieuwe bedden in verzorgingstehuizen gerealiseerd. Tegelijk werden zelfstandige bejaardenwoningen gebouwd.

De rijksoverheid benadrukte toen al dat die laatste vorm de voorkeur had, en dat bleef ze doen in de jaren zestig en zeventig. De Bejaardennota’s van 1970 en 1975 hameren op het belang van zelfstandig wonen. Waarom werden er dan toch zo veel verzorgingstehuizen gebouwd?

Voor een deel lijkt dat een gevolg van de wedijver tussen verzuilde organisaties. Deze stelden een eer in het realiseren van intramurale voorzieningen voor hun eigen ‘volksdeel’.

Hun bouwlust werd gevoed door rijkssubsidie, maar deze werd al voor 1959 verleend, wegens de wantoestanden in commerciële rusthuizen. Daar bleek dikwijls sprake van een ernstig gebrek aan privacy en hygiëne.

Bejaarden die gewoon thuis woonden, waren vaak niet veel beter af. Velen woonden in bij anderen, of hadden inwoning, terwijl weinigen de medische zorg kregen die ze nodig hadden.

‘De persoonlijke levenssfeer’ die Westendorp voorstelt als de natuurlijke habitat voor ouderen was vroeger dus bepaald geen warm nest – en het valt te betwijfelen of ze dat in de nabije toekomst zal worden.

David Bos, Jan Willem Duyvendak en Fenneke Wekker

Universiteit van Amsterdam

Over de doodswens

Een doodswens is ongezond, stelt Paul Bataille (Brieven, 28 februari) zonder uit te leggen waarom dan wel. Een buitengewone angst voor de dood lijkt me bijzonder onaangenaam en ik begrijp dat dit behandeld kan worden. Ieder mens heeft echter recht op zelfbeschikking. Net zoals u en ik besluiten te leven, kan iemand bij volle verstand besluiten dat het genoeg is geweest. Daar is niets ongezonds aan. Idem bij de keuze om geen kinderen op deze wereld te zetten, of om niet te willen geloven in een oppermachtige god. De gedachte dat een doodswens pathologisch is vind ik ronduit gevaarlijk, dit zou pardoes kunnen leiden tot de overtuiging dat iets als homofilie of atheïsme ongezond is en behandeld of genezen moet worden.

Esther Bruls

Tilburg