Banken hebben niet meerregels, maar meer waarden nodig

De banken zitten in het verdomhoekje. Om daar uit te komen, is een moreel reveil nodig van de financiële sector, vindt Cees van Lotringen.

Boele Staal, de scheidend voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Banken had in een kranteninterview verklaard dat er geen reden is voor zijn aangesloten leden om ‘sorry’ te zeggen. Deze moeder aller crises is namelijk veroorzaakt door een overvloed aan krediet en dat hadden de burgers zelf gewild. Oké, de banken hadden dat probleem misschien wel moeten onderkennen, maar oorzaak en gevolg moesten volgens hem toch goed uit elkaar worden gehouden.

In deze terechtwijzing zit een kern van waarheid. In de jaren negentig waren we collectief het Nirvana binnengetreden, zo hield de in die tijd almachtige Amerikaanse centrale bankier Alan Greenspan ons voor. Dankzij technologische innovatie zouden we niet-aflatende productiviteitsstijgingen boeken en zou een hoge welvaart gecombineerd kunnen worden met een lage werkloosheid en een lage inflatie.

Van dat collectieve geloof profiteerden wij burgers mee: als werkende, als aandeelhouder en als belastingbetaler die een koopsompolis of een hoge hypotheek afsloot om in ieder geval het kortstondige voordeel van een optimale aftrek te hebben. Inmiddels weten we: het Nirvana is een fata morgana. Dat we dat ruim tien jaar na dato pas zijn gaan zien, kwam ondermeer door de versluiering door Greenspan c.s. en China: de een had het geld extreem goedkoop gemaakt en de ander had op ongekende schaal extreem goedkope producten aan het Westen geleverd.

Kortom, Boele Staal heeft wel een punt, maar zijn timing was ongelukkig: enkele weken na zijn uitspraken implodeerde SNS Reaal. Ook zijn woordkeuze was niet in het belang van zijn leden: je kunt je niet verzoenen met het volk -–in casu je klanten – als je zegt dat hún hebzucht aan de basis heeft gestaan van het moeras waar we nu met z’n allen in verzeild zijn geraakt. En bovendien: Staal vergat voor het gemak maar even de wettelijke zorgplicht van een bank tegenover zijn klanten.

Zijn uitlatingen voedden de beeldvorming, die van een regenteske, afwerende en niet-lerende bankensector. En dat beeld kan noch de sector, noch de maatschappij zich veroorloven, want daarvoor zijn banken veel te belangrijk. Als ze falen, kunnen ze namelijk niet worden afgezonken. Ze moeten worden gered. Door de belastingbetaler, zo weten we nu.

Die kennis plaatst de rol en de positie van banken in de samenleving in een ander daglicht. Een geluk bij een ongeluk is dat de bulk van de banken genationaliseerd is of aan het staatsinfuus ligt, zodat er een diepgaande analyse en maatschappelijke discussie mogelijk is over de bank van morgen.

Hoe heeft de aloude nutsfunctie van de bank plaatsgemaakt voor de op winstmaximalisatie gerichte turbomotor en welke rol heeft de bonus daarin gespeeld?

Nu wordt over de bank en haar bankiers gesproken en niet met de bankiers. Dat is niet goed voor de burgers die er recht op hebben dat bankiers verantwoording afleggen en het is niet goed voor de bankiers zelf.

Hun zwijgen staat namelijk zelfreiniging en vergeving in de weg, evenals de invulling van een nieuwe rol in economie en maatschappij. Ook is het belangrijk dat bankiers van hun kant duidelijk maken dat je de bankensector niet op één hoop kunt gooien.

Door het zwijgen van de bankiers, wordt de toekomst van de sector nu bepaald door overheid en toezichthouder. Zij proberen deze moeder aller crises te bezweren met het opleggen van meer regels. Maar veelal gaat er dan een paradox op: als er meer regels komen, dan gaan mensen en organisaties zich richten op het naleven van die regels. De keerzijde daarvan is: wat niet uitdrukkelijk verboden is, mag wél. Dat zorgt voor een afvinkmentaliteit, die nu in de bankensector zichtbaar wordt. In een complexe en snel veranderende economie en samenleving is dat onwenselijk en ook onhoudbaar.

De banken hebben niet zozeer meer regels, maar meer waarden nodig. Wij hebben financiële instellingen en ondernemingen nodig die de ‘moral sentiments’ van de grondlegger van het kapitalisme, Adam Smith, weer als uitgangspunt nemen. Deze beginselen stellen dat een bedrijf niet alleen op winstmaximalisatie moet zijn gericht, maar ook maatschappelijke toegevoegde waarde moet hebben. Maar veel topmanagers bij de grootbanken hebben zich daar onder invloed van het aandeelhoudersdenken los van gezongen. Zij hebben zich laten verleiden tot winstmaximalisatie. Daarin hebben ze voor zichzelf maximale persoonlijke vrijheid genomen.

De bankiers moeten niet langer schichtig in de koplampen van de volksopinie blijven staren, maar de dialoog aangaan. Verdedig je, leg uit, reik de hand en laat burgers – dat wil zeggen klanten – meedenken over de bank van morgen.

Cees van Lotringen is hoofdredacteur van Fondsnieuws en schrijver van het boek Een van de jongens, megafraude in de top van het Nederlandse bankwezen. Deze tekst is gebaseerd op een door hem gegeven lezing.