Google Glass is geen bril, maar een claim op je ogen

De spraakgestuurde computerbril Google Glass is al een hype voordat testgebruikers het ding op hun neus hebben gehad. Op zich vreemd, want heads-up displays bestaan al jaren. Het idee al decennia. De opwinding komt mogelijk door het bedrijf erachter. Google heeft de klantenkring, databank en het netwerk om het apparaat voor iedereen functioneel te maken.

Sergey Brin, oprichter van Google, is daar in ieder geval heilig van overtuigd. “We zouden er niet aan werken als we niet dachten dat het de wereld gaat veranderen”, zei hij in een filmpje van The Wall Street Journal. “We willen mensen in staat stellen techniek op een natuurlijke manier te gebruiken”, voegde Glass-ontwikkelaar Tom Chi daar op een TED-conferentie aan toe.

Dat past helemaal bij de filosofie van Google, het bedrijf dat velen afficheren met zoeken, maar daar zelf eigenlijk heel anders over denkt. De informatie dient ongevraagd naar mensen toe te komen op momenten dat ze die nodig hebben, is de gedachte. De gebruiker mag interveniëren (via spraakcommando’s en aanraken van het montuur), maar de computer moet in de eerste plaats interacteren met zijn omgeving.

Een filosofie die met Google Glass wel heel concreet wordt. If I had Glass, zoals de introductiecampagne heet, moet de fantasie van consumenten op hol doen slaan. Google.com/glass helpt geïnteresseerden een beetje op weg, Onder screenshots staan bijschriften als: Say “take a picture” to take a picture, Record what you see. Hands-free, Even share what you see. Live, Directions right in front of you, Speak to send a message, Ask whatever’s on your mind, Translate your voice en Answers without having to ask.

De dagelijkse toepassingen liggen voor het oprapen. Filmpjes kijken ter afleiding van een saai college, e-mails lezen tijdens het autorijden, heimelijk een gesprek met een vriend opnemen, een virtuele sportinstructeur mee naar buiten nemen, beeldbellen terwijl je over straat loopt, navigeren zonder mobiel in je hand, in een winkelstraat linea recta naar de beste aanbieding lopen… Google Glass wordt verkocht als een revolutie, een revolutie in hoe wij de wereld om ons heen beleven. Het succes is zodoende afhankelijk van wat mensen er mee willen doen.

Glass ontlast niet alleen je handen, maar ook je ogen

Glass is eigenlijk geen product, maar een omgeving. Een omgeving waarin geheel nieuwe bedrijfsmodellen ontwikkeld kunnen worden. Denk aan gerichtere marketing of verkooptrucs. Wie de Ikea binnenloopt zou bij aankomst kunnen aangeven dat hij een boekenkast zoekt. Vervolgens krijgt deze klant een persoonlijke virtuele gids toegewezen. Heeft de klant een vraag, dan spreekt hij die gewoon uit tegen niemand in het bijzonder. De Ikea-assistent zal hem via Google Glass antwoorden. Of denk aan toepassingen tijdens congressen. Nooit meer staren naar het naam- en functiekaartje op iemands borst, maar meteen zijn CV en laatste tweets inladen op basis van gezichtsherkenning. Dan kun je meteen ter zake komen.

De kracht zit hem vooral in het ‘natuurlijke’: bij alle handelingen kun je voor je uit blijven kijken. De mensen waarmee je op stap bent zullen niet doorhebben dat je van Wikipedia-lemma naar Wikipedia-lemma surft terwijl je ze door de stad gidst. Of dat je een videoverbinding hebt met iemand van de meldkamer terwijl je eerste hulp verleent. Google Glass voegt real-time kennis en instructies toe aan de fysieke wereld op het moment dat je die nodig hebt. Het legt een digitale laag over het natuurlijke gezichtsveld heen. Glass ontlast niet alleen je handen, maar ook je ogen. Nooit meer onder de tafel je e-mail checken terwijl je vergadert, maar gewoon op het moment dat je ogenschijnlijk geïnteresseerd naar iemand luistert. Van heel dichtbij zullen alleen je pupillen verraden dat je iets anders aan het doen bent.

Upgrade van zintuigen in vernetwerkte samenleving

De grootste zorg van Google is dat het een product voor nerds blijft. Vandaar dat er flink geïnvesteerd is in het design en de nadruk zo ligt op de beleving. In het laatste promotiefilmpje (zie ook de Windows-parodie) komt de bril zelfs helemaal niet in beeld. Typisch is de instructie van een PR-medewerker aan Thad Starner, de technisch manager van Glass die al sinds 1993 zelfgemaakte heads-up display draagt. “Probeer het gesprek weg te sturen van de specifieke kenmerken van Project Glass”, gaf de PR-medewerker aan. De verslaggever die hier kennis van nam, Farhad Manjoo, tekende het op toen hij de bril van Starner mocht uitproberen: het document met PR-instructies stond ‘per ongeluk’ open in Glass. Opzetje of niet, het toont aan dat Google inzet op massale gedragsverandering en niet op het paaien van technofreaks. Glass moet mainstream worden.

Op een TED-conferentie in Californië rekende Sergey Brin deze week af met een techniek waar het nieuwe nog niet vanaf is, namelijk de smartphone, het onmisbare apparaatje dat je al zwiepend en drukkend bedient. “Is het de bedoeling dat we zo communiceren met andere mensen? Moeten we in de toekomst ineengedoken blijven rondlopen, naar beneden kijkend, al wrijvend op dat stukje glas? Het is een soort castratie. Was dit de bedoeling van ons lichaam? Je wilt toch iets dat je ogen bevrijdt?” Glass als opvolger van het touchscreen, dat is Brins ambitie. Hij verkoopt Glass bijna als natuurlijk evolutie. Na al dat gesleep met elektronica zouden we eindelijk met techniek kunnen vergroeien: een upgrade van onze zintuigen in een vernetwerkte samenleving. De smartphone dankt hij af als ding dat voor stress zorgt en contactgestoord gedrag uitlokt.

Multitasken is een illusie, we kunnen slechts taken afwisselen

Bella Mackie, redacteur van The Guardian, geeft al aan de smartphone te zullen gaan missen. Als lunchmaatje of als metgezel aan de bar. Mensen gebruiken het apparaat vaak om zich een houding te geven, wil ze maar zeggen. Continu afgeleid ja, maar ook afgeleid omdat we niet altijd in het moment willen zijn. “Sergey Brin heeft gelijk”, schrijft Mackie daarom over Brins constatering dat het gebruik van de smartphone een nerveuze gewoonte is.

Een kritiek die Larry D. Rosen, hoogleraar psychologie aan de California State University, vorig jaar uitputtend verwoordde in zijn boek iDisorder: Understanding Our Obsession with Technology and Overcoming Its Hold on Us (Palgrave Macmillan, 2012). Vergelijken we ons ‘schermleven’ met het ‘natuurlijke leven’, dan zijn die hard smartphone-gebruikers volgens hem stuk voor stuk ADHD’ers, narcisten, sociale angsthazen en dwangneuroten. De misvatting is volgens hem dat we kunnen multitasken, terwijl dat helemaal niet zo is. “We kunnen slechts taken afwisselen. Met andere woorden: het ontbreekt mensen aan de mogelijkheid om de volle aandacht voor twee taken tegelijkertijd te hebben.”

Ogen worden zowel zoekvensters als recorders

De vraag is: lost zo’n bril, zo’n Google Glass, het gedragsprobleem op dat we met de smartphone ontwikkeld hebben? Waarschijnlijk niet. Het enige verschil is dat we het scherm niet meer uit onze broekzak hoeven te halen. Straks lezen we onze e-mails of kijken we een filmpje terwijl we iemand ‘aankijken’. Waar er vandaag nog een motief (telefoon checken) is om even afwezig te zijn in gezelschap, moet daar morgen naar geraden worden. ‘Ben je in dromenland of verzonken in de toegevoegde realiteit van Google Glass?’ Het risico is dat de toegevoegde realiteit de echte verdringt. Dat we er niet meer vanuit kunnen gaan dat lijfelijk aanwezige mensen ook verstandelijk aanwezig zijn. Simpelweg omdat ze in contact kunnen staan met mensen die niet lijfelijk aanwezig zijn, maar wel verstandelijk.

Net als bij de mobiele telefoon zullen we met Glass nieuwe normen moeten vaststellen. Lastig, want met Glass kun je ongezien ergens anders mee bezig zijn of gesprekken live via internet ontsluiten met niet-aanwezigen. Glass is niet alleen een derde oog voor de eigenaar, maar ook een publiek toegankelijke recorder (de schrik van consumentenorganisatie Creative Good). Werk aan de winkel dus voor privacywaakhonden. Vergeet die camera’s op straat, vergeet die vermaledijde wetten voor opslag van internetverkeer, het echte werk begint nu: in ruil voor wat toegevoegde realiteit krijgt Google misschien wel toegang tot miljoenen paren ogen.

Volg de auteur op Twitter