Zwitsers hebben geen honger

Toen er halverwege de dubbelrondige vierkamp die deze week in Zürich door Anand, Kramnik, Caruana en Gelfand werd gespeeld nog steeds geen beslissing was gevallen, opperde de Zwitserse commentator Yannick Pelletier voorzichtig dat veel mensen graag een winstpartij zouden zien.

Dat was een kolfje naar de hand van Boris Gelfand. „Waarom, waarom?”, vroeg hij pathetisch. „De partij is interessant. Het resultaat is alleen voor de statistiek. Ik heb gemerkt dat voor mensen die geïnteresseerd zijn en naar de partijen kijken, het resultaat niet veel uitmaakt. Maar veel mensen in de schaakwereld kijken alleen naar het resultaat en denken dat schaken vervelend is.’’

Gelfand had gelijk, maar Pelletier ook wel een beetje. Er is niets mis met remises, maar het moeten er niet te veel zijn.

Genna Sosonko was ook in Zürich. Wat zijn functie daar was weet ik niet precies, maar ik zag hem op een foto keuvelend met Gari Kasparov, die daar af en toe commentaar gaf. Je ziet Sosonko trouwens vaak op een foto als er ergens een belangrijk toernooi is waarbij een Rus is betrokken, en daarin lijkt hij op de figuur Zelig uit de gelijknamige film van Woody Allen, die ook overal opdook bij belangrijke historische gebeurtenissen, met het verschil dat Zelig steeds een andere gedaante aannam en Sosonko altijd zichzelf blijft, erudiet en geestig.

In een interview op de Russische site chess-news.ru sprak Sosonko over de rijke Zwitserse schaaktraditie en gaf hij antwoord op de vraag waarom er toch geen grote Zwitserse schakers zijn geweest. Hij citeerde de Rus Alexander Toloesj, een leermeester van Boris Spassky, die had gezegd dat iemand om goed te schaken arm, hongerig en boos moest zijn. Dat waren de Zwitsers niet.

Het deed denken aan de scène in de klassieke film The Third Man uit 1949 waarin Orson Welles, die de gewetenloze Harry Lime speelt, zegt: „In Italië hadden ze dertig jaar onder de Borgia’s oorlog, verschrikking, moord, bloedvergieten, maar ze brachten Michelangelo, Leonardo da Vinci en de Renaissance voort. In Zwitserland hadden ze broederliefde en vijfhonderd jaar democratie en vrede. En wat bracht dat voort? „De koekoeksklok.’’

Er valt wel wat tegenin te brengen, want onze grote Nederlandse schakers Euwe en Timman waren niet arm, hongerig of boos, maar wie weet, misschien hadden ze nog sterker gespeeld als ze dat wel waren geweest.

De topspelers in Zürich leden geen honger, en ook in de iets lagere regionen valt het wel mee. Afgelopen woensdag stonden de Oekraïner Pavel Eljanov en de Filippijn Wesley So aan het begin van de laatste ronde van een sterk open toernooi in Reykjavik samen bovenaan. Ze speelden in drie zetten remise tegen elkaar, waardoor de Egyptenaar Bassim Amin samen met hen op de eerste plaats kon komen. Voor de echte liefhebbers: de zetten waren 1. d4 Pf6 2. c4 g6 3. Pc3 d5.

Onze kampioen Anish Giri had met een overwinning in de laatste ronde ook de eerste plaats kunnen delen, maar dat lukte niet; hij werd vierde, samen met de Bulgaar Ivan Tsjeparinov.

Ivan Tsjeparinov - Pavel Eljanov, Reykjavik Open 2013

1. d4 d5 2. c4 c6 3. Pf3 Pf6 4. Pc3 a6 5. a4 e6 6. g3 dxc4 7. Lg2 c5 8. 0-0 cxd4 9. Pxd4 Deze stelling werd ook bereikt in Kramnik - McShane, Londen 2012, waar zwart nu 9...Pbd7 speelde. Kramnik won toen een mooie partij. 9...Le7 10. a5 0-0 11. Pc2 Dc7 12. Le3 Ld7 13. Lb6 Dc8 14. Pe3 Lb5 15. Tc1 Pfd7 Een enigszins onnatuurlijke zet, maar er zit een bijzonder idee achter. 16. Pa4 Lg5 Eerst wordt door de dreiging 17...Lxe3 een verzwakking uitgelokt. 17. f4 Pxb6 En dit is het begin van een gedurfde actie waar zwart een hele toren in steekt. 18. Pxb6 Dc5 19. Tf3 Een moeilijke keus. 19. Kf2 was ook mogelijk en de simpelste manier van spelen was afzien van materieel voordeel met het bescheiden 19. fxg5. Na 19...Dxe3+ 20. Kh1 moet zwart dan kiezen tussen een dubieus kwaliteitsoffer of de akelige zet 20...Ta7. 19...Lf6 20. Pxa8 Td8 21. De1 Een andere onoverzichtelijke mogelijkheid was 21. Db3 met het idee 21...Pc6 22. Da3. 21...Pc6 22. Pb6 Ld4 23. Kf2 Wit klampt zich aan zijn materiaal vast, maar hij had beter alles terug kunnen geven met 23. Pxc4 Lxc4 24. Kf1 Lxe3 25. Txc4 Dxc4 26. Txe3 met een ongeveer gelijke stelling waarin wits pluspion niet belangrijk is.

(Zie diagram linksonder) 23...e5 Met de vreselijke dreiging 24...e4. De situatie is opeens kritiek voor wit geworden. 24. b4 Hij geeft een pion om zwarts paard even af te leiden. 24...Pxb4 25. fxe5 Pc6 26. Dd2 Dit was wits laatste kans om 26. Pxc4 te spelen, hoewel het veel minder goed zou zijn dan drie zetten geleden. Na 26...Lxc4 27. Kf1 Lxe3 28. Txc4 Dxc4 29. Txe3 staat zwart duidelijk beter. 26...c3 27. Dc2 Pxe5 Nu stort wits stelling ineen. 28. Df5 g6 29. Df4 Te8 30. Pbd5 Dxd5 31. Kf1 Pxf3 Wit gaf op. Na 32. Lxf3 kan zwart op allerlei manieren winnen, maar de krachtigste zet is dan 32...Lxe2+.