Woelen is goed voor het bed

ILLUSTRATIE IRENE GOEDE

In de film Finding Nemo gaat het clownvisje Nemo voor de eerste keer naar school. Voordat de les begint, vraagt roggenmeester Ray aan Nemo waar hij woont. In een amenemenoon, antwoordt Nemo dan. Of nee, een mamanemoon! Geeft niets, Nemo. Wat hij bedoelde was: anemoon.

Ook in het echt leven clownvissen en zeeanemonen samen. Anemonen lijken op onderwaterbloemen, zo stil en sierlijk, maar het zijn echte roofdieren. Met hun giftige tentakels vangen ze vissen en garnalen. Alleen de clownvissen laten ze met rust.

De anemoon weet: de clownvis beschermt mij. Als een anemoonvretende vis van zijn tentakels wil snoepen, jaagt de clownvis de indringer weg. En andersom mag de clownvis zich tussen de tentakels voor roofvissen verstoppen.

Overdag zwemt de clownvis boven zijn thuisanemoon heen en weer. ’s Avonds nestelt hij zich tussen de tentakels van de anemoon. Op de grootste anemonen is plek voor wel twee volwassen vissen, plus nog drie jonkies.

Waarom kruipen de clownvissen zo dicht tegen de anemonen aan? Dat wilden biologen wel eens weten. Ze schepten wat anemonen en clownvissen uit de Rode Zee en stopten ze in een aquarium.’s Nachts keken ze wat er gebeurde.

De clownvissen bleken onrustige slapers. Ze woelden en draaiden. Zonder anemoon deden ze dat niet. Door al dat gewoel werd de zuurstof in het aquarium beter verdeeld, ontdekten de biologen. De anemoon kon daardoor beter ademhalen. De clownvis zorgt dus goed voor zijn bed.

Kriebelt dat niet, zo’n tentakelmatras? Waarschijnlijk wel, maar de clownvissen vinden dat juist prettig. Als er geen anemoon in de buurt is, zoeken ze iets anders dat kietelt. Dan nemen ze een luchtbellenbad, of zwemmen ze dwars door algdraden heen. Maar een anemoonbed vinden clownvissen toch het fijnst. Slaap lekker Nemo!

(Journal of Experimental Biology, 27 februari)