Wel een dwingeland, geen gekke henkie

De tv-serie over Vincent van Gogh maakt dankbaar gebruik van nieuwe inzichten. Zo tragisch was de schilder niet. En zo arm ook niet.

Okee, Barry Atsma met je baard; daar staat de berg waar je overheen moet. Een berg van zo’n zeshonderd romans en zo’n negentig films over Vincent van Gogh. En achter die berg ligt nog een veel hogere berg van studies over Van Gogh. En daarachter ligt weer een berg die niet zo hoog is, maar toch het moeilijkst is te bedwingen: de 819 brieven die Van Gogh zelf schreef. Maar je kunt er ook omheen lopen.

Barry Atsma speelt de 19de-eeuwse Nederlandse schilder Vincent van Gogh (1853-1890) in de nieuwe tv-serie Van Gogh; Een huis voor Vincent die vanaf 11 maart wordt uitgezonden door de Evangelische Omroep.

De serie onderscheidt zich door het tonen van een belangrijke episode van Van Goghs after life. De raamvertelling gaat over zijn neefje, Vincent Willem (1890-1978), gespeeld door Jeroen Krabbé. Hij is een nerd – in de jaren vijftig al bezig met de hogesnelheidslijn – die de tientallen schilderijen in zijn huis heeft staan. Hij wil ze verpatsen (dit is verzonnen) want hij haat zijn dode oom en geeft niet om kunst. Tijdens een reis door Zuid-Frankrijk komt hij nader tot Vincent. Uiteindelijk besluit hij de schilderijen aan de staat te schenken en er een Van Gogh-museum omheen te laten bouwen: een thuis voor Vincent. Zo zien we wat er met Van Goghs erfenis gebeurt, en krijgt het verhaal toch nog een happy end.

Geestig is de scène waarin neef Vincent Willem een van de schilderijen meegeeft aan zijn kleindochter op de fiets, omdat ze op school een spreekbeurt over Van Gogh gaat houden. De scène past in de traditie van de Van Gogh-verfilming: het ironische contrast tussen de vroegere, gemeenzame omgang met de schilderijen, en de behandeling die de dure, heilige werken nu krijgen. Een ander vast element in de verfilmingen: het beeld in brengen van het schilderachtige Zuid-Franse platteland, zoals van Gogh het heeft geschilderd.

Toen de ploeg in Amsterdam filmde en Barry Atsma eventjes in Van-Gogh-kostuum de straat op ging – „met een donkere Van-Gogh-blik want ik had net een scène verknald” – werd hij aangesproken door twee Britse toeristen. „Ze zeiden: Vreemd, maar u lijkt werkelijk sterk op Vincent van Gogh.”

Hoe speel je een overbekend verhaal na? De Van-Gogh-mythe is het lijdensverhaal van het gekwelde, geniale doodarme schildersbeest dat als een bezetene zijn visioenen en zieleroerselen op het doek smijt; visoenen die niemand begrijpt. Schildersbeest offert zich op voor zijn kunst; snijdt zijn oor af, wordt krankzinnig en pleegt zelfmoord. Better to burn out, than to fade away. Dan komt de herrijzenis: schildersbeest wordt na zijn dood aanbeden door de miljoenen, die nu wel inzien hoe geweldig hij was. Het is een messiaanse mythe in romantische 19de-eeuwse vorm, die al bestond voor van Gogh erin stapte, en die nog steeds invloed heeft op hoe wij graag een kunstenaar zien: een onaangepaste rebel, die zwelgt en verdrinkt in het leven.

Heerlijk om een roman of film van te maken, en die romans en films versterken weer de mythe. Sterker nog, stelt Pim van Hoeve, regisseur van de nieuwe tv-serie, zonder het succes van de Hollywoodfilm Lust for Life uit 1956, zou Van Gogh nooit zo wereldberoemd zijn geworden. Niet toevallig is eind jaren vijftig ook de periode waarin de raamvertelling van de tv-serie zich afspeelt. In Lust for Life leeft Kirk Douglas zich helemaal uit als Van Gogh: gedreven, achtervolgd door demonen. Maar ook een gespierde, opvliegende actieheld. Sleutelscène is als hij met rollende ogen vol waanzin voor de spiegel staat, zich afwendt en buiten beeld zijn oor afsnijdt. Regisseur Pim van Hoeve: „Met twee oren was van Gogh nooit zo groot geworden.”

Eigenlijk ontkomt geen enkele filmer of schrijver aan de mythe. Je kunt je er hoogstens tegen af zetten. Zoals regisseur Maurice Pialat deed in Van Gogh (1991). Hij schildert in die film vooral het dorpsleven van Auverse. Van Gogh, opvallend ingetogen gespeeld door Jacques Dutronc, is slechts een van de bewoners. Je ziet hem vooral als levensgenieter: feesten, meisjes, drank. Als hij alleen is, op zijn kamer, speelt hij met zijn pistool.

De hoekstenen van de mythe behandelt Pialat bewust terloops: Van Gogh mag beide oren houden, het afsnijden is hier niet veel meer dan een scheerwond. Zelfs de zelfmoord gaat bijna onopgemerkt voorbij. Goed bedacht, mooie film, maar hij werkt alleen als je weet waartegen hij zich afzet.

Barry Atsma houdt in de nieuwe tv-serie het midden. Van Goghs geestesziekte en gedrevenheid zitten er ruimschoots in. Maar je ziet hem ook gewoon genieten. Spelen met zijn neefje; best een lieve oom. Atsma: „Hij was geen briesend beest, geen gekke henkie, zoals Kirk Douglas hem speelt. Hij wilde een familieman zijn. Hij zocht rust, maar wel op een manische manier. En ik denk dat hij ook wel momenten van geluk heeft gekend als hij schilderde. Hij was een man die mensen samen wilde brengen, die heel erg contact zocht. Hij werd ook gedragen door veel mensen, maar altijd tijdelijk. Omdat ze gek van hem werden.”

De serie maakt dankbaar gebruik van de nieuwe inzichten van de Amerikaanse biografen Steven Naifeh en Gregory White Smith in Van Gogh; The Life (2011). Ze nuanceren daarin vooral de tragiek van Van Gogh. Eenzaam, zeker, maar ook een manische dwingeland die van anderen eiste om mee te gaan in zijn overgave. Vooral zijn trouwe broer Theo leed daaronder, Vincent troggelde de helft van zijn inkomen af. Pim van Hoeve: „Drie arbeiderssalarissen per maand! Hij was helemaal niet arm.”

Aanvechtbaar maar ook verfrissend is de alternatieve visie op Van Goghs tragische einde; volgens van Hoeve al jaren „verkoopargument nummer 1”. Volgens de biografen was het geen zelfmoord in het korenveld, maar een ongeluk in het dorp, na pesterijen van een scholier en zijn vrienden. Vandaar ook een schot in de buik, in plaats van in het hoofd.

De tv-serie neemt die visie grotendeels over, maar laat de uiteindelijke toedracht in het midden. Barry Atsma: „Van Gogh zat eigenlijk net in een gelukkige periode. Hij had rust en veiligheid gevonden in Auverse. Het werk ging goed, hij begon zichzelf iets te gunnen .Er was op dat moment geen reden voor zelfmoord. Maar hij liet zich ook niet opereren aan de schotwond. Hij vond het wel goed zo.”

Zo eindigt de tv-serie met een dubbele verzoening – van Vincent en van zijn neef – met het leven van Van Gogh.

Van Gogh; Een huis voor Vincent (EO, vier delen) Vanaf 11 maart, Ned 1, 22.05 uur.