We zijn misschien een beetje naïef geweest

De Rabobank stapte uit het wielrennen, raakte verzeild in een renteschandaal, verkocht Robeco en kondigde een grote sanering aan. Allemaal in een paar maanden. Topman Piet Moerland heeft ervan geleerd dat hij argwanend moet zijn. „Dat past niet bij me.”

Rabobank-topman Piet Moerland had deze week Yoshihiko Miyauchi op bezoek, oprichter van de Japanse financiële dienstverlener Orix. Een echte, ouderwetse baas, zegt Moerland. „Hij heeft het bedrijf in vijftig jaar opgebouwd. Van niks naar een bedrijf met een beurswaarde van ik geloof bijna 12 miljard dollar.” Vorige week verkocht Rabobank dochterbedrijf Robeco aan de Japanners. Het is er in goede handen, zegt Moerland.

Moerland sprak met de Japanners uitgebreid over de landbouwsector en de rol van de Rabobank daarin. „Daar beginnen buitenlanders altijd over. En over de universiteit in Wageningen.” De belangrijkste vraag waar ze in Japan mee worstelen is de opvolging van boeren, heeft Moerland geleerd. „De gemiddelde leeftijd van een boer in Japan is 65.”

Aan het einde van het bezoek kreeg Moerland een petje van de Buffalo’s, een Japanse honkbalclub. „Daar is Miyauchi een groot fan van.” Heeft hij zijn Japanse bezoek toen een tenue van de Rabobank-wielerploeg gegeven? Hij is even stil. „We hebben er daar nu toch genoeg van, bedoel je?” Hij kucht. Nee, dat heeft hij niet gedaan.

Een echte wielerfan noemt hij zichzelf niet. Maar hij is er trots op dat zijn bank ruim 17 jaar lang het wielrennen sponsorde. Miljoenen stak de bank die jaren in de Rabobank Wielerploeg. „Ongelofelijk veel mensen hebben ervan genoten.” Maar in oktober vorig jaar maakte de bank bekend dat ze stopte met de wielerploeg. Volgens Moerland werd toen duidelijk dat de sport „overduidelijk door en door verrot is”.

Terwijl de bank juist begonnen was met het idee om het helemaal anders te doen, zegt Moerland. „We haalden artsen bij de ploeg. Een renner die zich niet aan de regels zou houden, zou op staande voet ontslagen worden.” Kortom, de Rabo-ploeg zou een schone ploeg zijn. De affaire met de renner Michael Rasmussen in 2007 zag Moerland nog als een incident. Rasmussen werd ontslagen omdat hij zich niet aan de regels had gehouden en gaf later toe doping te hebben gebruikt.

Vorig jaar werd voor de Rabobank duidelijk dat de hele sport verziekt is en dat ook binnen de Rabo-ploeg sprake was van dopinggebruik. „Ik heb er een nare smaak van overgehouden. We voelen ons bekocht.” Of het niet een beetje naïef was om te denken dat de Rabobank het anders kon doen en dopinggebruik kon uitsluiten? Ja, zegt Moerland nu. „We zijn te goed van vertrouwen geweest.”

Er was vorig jaar nóg een affaire waardoor de Rabobank in opspraak raakte. Bankiers van de Rabobank bleken betrokken te zijn bij het Libor-schandaal. Ze bleken de rente die banken elkaar onderling berekenen, gemanipuleerd te hebben. Daarmee konden handelaren winst maken.

Een pijnlijke zaak voor de bank die zo graag anders wil zijn. Die graag benadrukt dat zij geen staatssteun nodig had om de kredietcrisis door te komen. Dat zij geen onnodige risico’s had genomen om meer winst te maken. Moerland wil niet op deze zaak reageren omdat het onderzoek nog loopt.

Hij wilde dit interview graag geven om te praten over de bank van de toekomst. Over eerlijk en prudent bankieren en de rol van de Rabobank bij het herstellen van het imago van de financiële sector.

Nee, dan helpt een Libor-affaire niet. En de nationalisatie van SNS Reaal ook niet. „Het brengt de sector weer terug bij af”, zegt Moerland. Maar toch wil hij laten zien dat banken ook heel veel goede dingen doen. „Er werken hier duizenden mensen die echt het beste voor hebben met de klant. Elke dag.”

Moerland heeft de afgelopen jaren wel iets geleerd. Dat hij dus argwanender moet zijn. Dat vindt hij jammer. „Dat past niet bij me.” Het is niet anders. Zomaar ergens op vertrouwen, dat kan niet meer. Hij ziet de samenleving veranderen. „Meer procedures, regels, controles. Die kant gaat het op.”

Toont zo’n Libor-affaire niet aan dat de Rabobank misschien ook naïef is geweest over de eigen organisatie? Om te denken dat de coöperatieve Rabobank echt anders is? Dat dit soort dingen daar niet voorkomt? Moerland: „Achteraf denk ik dat je dat zo wel mag beschouwen. We zijn misschien een beetje naïef geweest. Het had anders gemoeten.”

Piet Willem Moerland (1949) is een bankier van de oude stempel. Groter, sneller, meer; daar heeft hij weinig mee. Op zijn bureau in zijn werkkamer op het hoofdkantoor in Utrecht staat geen computer en er hangen ook geen schermen waarop de laatste koersen heen en weer dansen. Als hij iets wil weten, belt hij een afdeling. Brieven of mailtjes typen doet zijn secretaresse voor hem. In de hoek staat nog een televisie met een beeldbuis en een heuse videorecorder. Er ligt een VHS-band op.

Moerland is een voormalig hoogleraar bedrijfseconomie, die in 2003 toetrad tot de raad van bestuur van de Rabobank. Sinds 2009 is hij bestuursvoorzitter, maar zijn achtergrond is niet verdwenen. Als hij gaat praten, wordt het al snel een college. Bijvoorbeeld als hij het heeft over zijn „visie op het bankwezen”. Maar de essentie ervan kan een eenvoudige boer begrijpen. Het bankieren moet weer terug naar zoals het was, vindt Moerland. Wat dat volgens hem betekent? Sober, simpel, veilig en eerlijk . En vooral: niet te hebzuchtig. Greed is zeker niet goed, vindt hij.

Vroeger, zegt Moerland, gingen banken langdurige relaties aan met hun klanten en waren ze alleen bezig hen te helpen geld te verdienen. Verder niets. Geen rare foefjes, zoals beleggen en speculeren voor eigen rekening, om geld te verdienen. „Ik was laatst in Nieuw-Zeeland bij een boer en die vertelde me dat onze bankiers daar gewoon bij hem langskomen op de boerderij. Dat waardeerde hij aan ons, die persoonlijke benadering. In voor- en tegenspoed. Zo hoort het.”

Relatiebankieren, noemt Moerland dat. Het is zijn toverwoord, dat telkens terugkomt. Degene die een krediet neemt moet verbonden blijven met degene die het heeft verstrekt. Toen bankiers begonnen met het fabriceren van ingewikkelde pakketjes van kredieten (securitisaties) en die vervolgens over de wereld begonnen uit te strooien, begon de ellende, zegt Moerland. „Dat is de kern van de kredietcrisis. Hier werd de relatie tussen de klant en de bank verbroken. Hier ging het financiële bestel met de reële economie aan de haal.”

Pardon? Daar deed de Rabobank toch ook aan mee, dat bundelen en doorverkopen van hypotheken?

„Klopt. Maar wij deden het op een bescheidenere schaal.”

Maar de Rabobank had het toch ook helemaal niet kunnen doen?

„Zo werkt dat nou eenmaal. Wij deden het omdat andere banken het ook deden. Als grote internationale speler kun je je niet onttrekken aan dit soort ontwikkelingen.”

Principieel tegen zijn was geen optie?

„Achteraf is het altijd makkelijk praten. Niemand kon op dat moment voorzien dat er uiteindelijk een crisis uit voort zou komen. Bovendien, het was een goedkope bron van geld voor ons. Als je het niet deed, was je duurder dan de anderen. Dus als je principieel dingen afwees, prees je jezelf uit de markt. Dat leek me niet verstandig. We werden meegesleept. Achteraf gezien waren we allemaal onderdeel van een systeem dat op hol is geslagen.”

Maar kunt u dan nog wel zeggen dat de Rabobank anders is? Moet u niet zeggen dat u graag anders wilt zijn?

„We hebben het onderschat. Maar ik denk dat Rabobank in die zin anders is dat we altijd dicht op de klant en de maatschappij opereren.”

Overigens verwacht Moerland dat alle banken de komende jaren duurder gaan worden voor klanten. Dat hoort volgens hem bij de cruciale opgave van de financiële sector: de balansen weer op orde krijgen. Afschrijven wat rot is. Voorzieningen treffen voor wat rot dreigt te worden. En zorgen dat er voldoende buffers zijn om nieuwe klappen beter op te vangen. „In het algemeen wat minder risico nemen, zou ook niet onverstandig zijn.” Dat gaat de klant merken, zegt Moerland. Het is niet anders.

Het liefst zou Moerland willen dat banken nog verder gaan dan de nieuwe internationale bankenregels eisen – dat doet zijn eigen bank ook. Toen Rabobank deze week haar jaarcijfers presenteerde, was de boodschap een sombere. De winst daalde fors, met 20 procent. Duizenden werknemers verliezen de komende jaren hun baan bij de bank. Maar de kapitaalbuffers werden wél verhoogd.

Eigenlijk moet het bankwezen minder gericht zijn op geld verdienen; 6 tot 8 procent rendement in plaats van 10 procent of meer is ook wel genoeg, zegt Moerland. „Banken die hun aandeelhouders 20 procent of meer beloven, zoals nog niet zo lang geleden gebeurde, nemen onverantwoorde risico’s. Je moet dat dan ook waarmaken. Dan ga je gekke dingen doen.” Ook de bankierssalarissen zelf mogen minder. „Maximaal de nullijn”, de komende jaren. Maar misschien nog minder. „Schrappen in de primaire voorwaarden, secundaire voorwaarden; alles is mogelijk.”

Minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem heeft ook plannen om de financiële sector te hervormen. Zo laat hij onderzoeken hoe banken bij een eventuele nieuwe crisis gemakkelijker uit elkaar getrokken kunnen worden in een nutsbank (sparen en hypotheken) en een zakenbank (aandelenhandel, fusies).

Wat vindt u daar van?

„Daar wil ik voor waarschuwen. We moeten niet te stoer doen. Als je het mij vraagt zijn bijna alle activiteiten van banken uiteindelijk nutsactiviteiten. Ook het beleggen voor klanten (private banking), ja. Alleen het handelen voor eigen gewin voor eigen rekening door banken, hoort er wat mij betreft niet bij. Maar de rest wel. Dus wat moet je dan uit elkaar trekken? Daarbij, als je zoiets toch zou doen, is wat er overblijft van de banken in Nederland denk ik niet levensvatbaar. In ieder geval Rabobank niet.”

Terug naar zijn relatiebankieren. Wanneer denkt hij dat het zover is? Dat de consument de bankier weer vertrouwt?

Moerland dacht dat de banken de afgelopen tijd een aardig eind op weg waren met het herstellen van vertrouwen in de sector. En toen werd SNS Reaal, de overbuurman in Utrecht, genationaliseerd. Dé bankier was weer aangeschoten wild. Riante salarissen, mooie bonussen en als het mis gaat krijgt de belastingbetaler de rekening. Moerland begrijpt dat gevoel, zegt hij. „Daar wordt natuurlijk niemand blij van.”

Daarna barstte de discussie los over het salaris van de nieuwe SNS-topman Gerard van Olphen. Hij ontvangt een half miljoen euro per jaar. Veel geld, geeft Moerland toe. Maar hij wil het er verder niet over hebben. „Er is al genoeg over gezegd.”

U vindt daar toch wel iets van?

„De klus die daar geklaard moet worden, die moet je niet onderschatten. Daar heb je écht een vakman voor nodig, daar kun je niet zomaar iedereen voor vragen. Ik denk dat mensen die hiervoor beschikbaar zijn op de vingers van één hand te tellen zijn. Het is in het belang van Nederland, niet alleen van het financiële bestel, dat het nu verder goed wordt uitgezocht en opgelost.”

Hij is het waard dus?

„U zegt het.”

Dat was een vraag.

„Het is een topper. En hij moet moeilijk en belangrijk werk doen.”

Dat zal best, maar hoe legt u dat uit aan die boer waar u op bezoek gaat? Die het financieel moeilijk heeft en die ook toch ook belangrijk werk doet?

„Dat is ook lastig uit te leggen. Dat breng je niet zo makkelijk bij elkaar.”

Misschien valt het gewoon niet uit te leggen? Zo’n boer zegt dat hij ook hard moet werken.

„Het is ook niet uit te leggen dat een voetballer 2 miljoen euro mee naar huis neemt. Toch vinden mensen dat normaal. Niet iedereen kan zo goed voetballen dat hij al die doelpunten maakt. Dit is uitzonderlijk gecompliceerd werk. Als je daar genoegen moet nemen met iemand die minder goed is, minder ervaren, dan ben je verder van huis. Ik vind het reëel om het ook zo te zien.”