Waarom moet een winnende foto een ‘symbool’ zijn – en waarvan?

Wat bedoelt de krant met een foto op de voorpagina? Je gaat bijna denken aan een zekere mate van oriëntalisme Meestal toch alleen dit: dat een foto nieuwswaarde heeft. Omdat het beeld nieuws van die dag ondersteunt of dat frappant laat zien. Maar het kan gebeuren dat een foto zelf nieuws is. Neem de foto’s

Wat bedoelt de krant met een foto op de voorpagina?

Je gaat bijna denken aan een zekere mate van oriëntalisme

Meestal toch alleen dit: dat een foto nieuwswaarde heeft. Omdat het beeld nieuws van die dag ondersteunt of dat frappant laat zien.

Maar het kan gebeuren dat een foto zelf nieuws is. Neem de foto’s uit Abu Ghraib in Irak, die zelf een onthulling vormden.

Of de winnaar van de World Press Photo, twee weken geleden.

NRC Handelsblad bracht die winnaar toen groot op de voorpagina, een foto van de Zweedse fotojournalist Paul Hansen van de Dagens Nyheter. Een begrafenisstoet in Gaza van mannen die de lijken van twee kinderen naar de moskee dragen. De kinderen kwamen om bij een Israëlisch bombardement.

De kop, over de volle voorpagina: World Press Photo voor leed in Gaza (14 februari). En uiteraard kwamen daar heftige reacties op, want het ging tenslotte om het Midden-Oosten, en dan spreekt niets vanzelf.

Zo is deze foto, zó groot gebracht, volgens een lezer ronduit een „ondersteuning van het antisemitisme van Hamas”. Toe maar, dat is nogal een verwijt. Ja, hij vond het logisch dat de foto de krant plaatste, maar die miste context. En waarom op de voorpagina?

Het simpelste antwoord is: die foto had nu eenmaal gewonnen. De winnaar komt van oudsher voorop, legt chef fotoredactie Evert Hermans uit. Ja, tenzij een Nederlandse fotograaf, of een eigen fotograaf van de krant, in de prijzen is gevallen. Maar als de foto van een Israëlische familie had gewonnen, was die óók op de voorpagina gekomen.

Daar komt bij: NRC Handelsblad kan als enige landelijke middagkrant de primeur van de winnaar hebben. Die wordt ’s ochtends rond een uur of elf bekendgemaakt. Dat is dan nog net op tijd voor een middagkrant. Binnenin kwamen overigens nog twee pagina’s, met foto’s in andere categorieën.

Maar een traditie is geen dogma. Zo haalde de verpletterende winnaar van 2010, een foto van een door de Talibaan mismaakt Afghaans meisje, alleen de balk bovenin de voorpagina; de hoofdfoto was die van een demonstratie tegen Mubarak op het Tahrir-plein, van die ochtend. Het gruwelijke karakter van de foto kan daarbij ook hebben meegespeeld, denkt Hermans.

Terug naar de foto uit Gaza.

De krant bedoelde daar dus niets anders mee, dan: dit is de winnaar. De foto leende zich er voor, zegt Hermans: mooi, krachtig beeld.

Inderdaad. Toch kan ik me de reactie van de lezer (niet zijn verwijt van antisemitisme) wel voorstellen.

Want zó prominent en groot gebracht met een heel kort stukje tekst erbij, wordt zo’n foto een statement, of je het nu wilt of niet.

Zeker omdat vorig jaar óók al een foto uit het Midden-Oosten won, waar toen de Arabische Lente was uitgebroken. Een Jemenitische vrouw in zwarte islamitische kledij met een halfnaakte, gewonde man teder in haar armen. Oók groot op de voorpagina, met over de volle breedte de kop World Press huldigt Arabische burger (10 februari 2012).

Je gaat bijna denken dat in de bekroning van al dat schitterend belichte leed uit exotische streken een mate van oriëntalisme schuilt. De aantrekkingskracht van een schilderachtig gebied waar ’s levens felheid nog heerst, met een „onmiddellijkheid en absoluutheid die de vreugde en het leed nu nog hebben in de kindergeest”, om een historicus uit eigen land aan te halen.

Overigens, de redactie van de krant vatte de prijs dat jaar, blijkens die kop, dus zelf óók op als een politiek beladen statement. Zo gek is het dus niet dat een lezer dan hetzelfde denkt van de krant die zo’n foto, zonder veel commentaar, afdrukt op de voorpagina.

Bij World Press speelden dit jaar andere overwegingen, begrijp ik.

Mediaredacteur Rosan Hollak legde binnenin de krant uit dat de jury graag kiest voor foto’s die ‘symbool staan’ voor een situatie of conflict (De persfoto’s van 2012, 15 februari). Daarom won nu ook niet het beeld van een marteling in Syrië. Te veel een „momentopname”, aldus juryvoorzitter Santiago Lyon, en te weinig een symbool van „het complete Syrische conflict”.

Maar is die foto uit Gaza dan wél een symbool voor het ‘complete’ Israëlisch-Palestijnse conflict? En waarom moet een winnende foto eigenlijk een ‘symbool’ zijn?

Historicus Martijn Kleppe, die op het onderwerp promoveerde, legde deze week in de Volkskrant uit dat je nooit meteen weet of een foto die status zal bereiken. Dat hangt van te veel factoren af. En er moet tijd overheen gaan. Zie het rennende ‘napalmmeisje’ uit de Vietnam-oorlog: niets esthetisch of schilderachtigs aan, maar een momentopname die wél een van de iconen van de persfotografie is geworden.

Maar het bewust zoeken naar zulke symbolische foto’s, of instant iconen, lijkt mij eerder de aandacht af te leiden van de concrete situatie. Zoals de ‘piëta’ van de vrouw met gewonde man uit Jemen. Ja, het is bijna kunst. Maar wat zegt het precies? Zulke fotografie gaat niet voor niets vaak gepaard met een vaag soort Benetton-humanisme.

En dan wordt een ander woord voor icoon: cliché.

Dat is allemaal geen reden voor de krant om de winnaar van de World Press Photo dan maar niet af te drukken. Natuurlijk moet de krant dat doen, het is nieuws. Maar het vraagt ook om uitleg zoals Hollak die nu binnenin gaf. Zeker als je het zo groot brengt.

En misschien wel om méér: een recenserend stuk van de fotoredactie bijvoorbeeld, of een bijdrage van de vakredacteur Midden-Oosten over het gebruik van beeld in dat conflict, en in de propaganda. Hoe gaat het verder met deze foto?

Op de dag van de bekendmaking zelf is daar weinig tijd voor, maar zoiets kan later ook best nog.

Iconische foto’s blijven tenslotte héél lang goed.