Waar eindigt adoptie en begint kinderhandel?

Betty (15) uit Ethiopië werd geadopteerd als wees, maar haar ouders blijken te leven. Haar verhaal maakt opnieuw discussie los over misstanden met adoptie. Volgens adoptie-experts is Betty geen uitzondering.

Om in Nederland een gezin te creëren, wordt in Ethiopië vaak een gezin uit elkaar gerukt.

De Ethiopische broertjes Geti en Abel kwamen in januari 2007 in het gezin van Marjan Buring in Drenthe terecht. Volgens de adoptiepapieren waren ze vijf jaar oud en wees. „Ik kwam er al snel achter dat dat niet waar was”, zegt Buring. „De oudste accepteerde mij niet als moeder. Hoewel ze bijna geen Nederlands spraken, wist hij duidelijk te maken dat hij nog een moeder had.”

Ze legde contact met een Nederlands gezin in Addis Abeba, dat de moeder wist op te sporen. Haar man was vermoord bij een overval, waarna ze geen inkomen meer had en haar drie kinderen op straat belandden. Of ze hen vrijwillig heeft afgestaan voor adoptie, weet Buring niet. Wel bleek hun leeftijd vervalst omdat ze te oud waren voor adoptie.

Buring mailde Stichting Afrika, die had bemiddeld bij de adoptie, maar kreeg geen reactie. Na de berichtgeving over het Ethiopische meisje Betty afgelopen week, heeft ze opnieuw contact gelegd. Volgende week krijgt ze uitleg van de directrice.

„Het zou verschrikkelijk zijn als ze bewust informatie hebben achtergehouden”, zegt Buring. „Mijn oudste is behoorlijk getraumatiseerd doordat hij bij zijn moeder is weggerukt. Gelukkig ziet hij me nu wel als zijn moeder. Hij zegt: mama door jou heb ik mijn mama terug.”

In de Tweede Kamer ontstond deze week discussie over adopties uit Ethiopië, naar aanleiding van uitzendingen van het radioprogramma Argos en het tv-programma Brandpunt over Betty. Ze is geadopteerd door een Nederlands stel. Haar biologische ouders waren dood verklaard in Ethiopië, maar blijken nog in leven.

Naar aanleiding van de uitzendingen zei de PvdA adopties uit Ethiopië te willen opschorten. Minister Lilianne Ploumen (Ontwikkelingssamenwerking, PvdA) heeft de kwestie ter sprake gebracht tijdens haar bezoek aan Ethiopië, eerder deze week. Een woordvoerder van Ploumen zei naderhand dat de adoptieregels in 2010 zijn aangescherpt en de risico’s nu minimaal zijn.

Maar is dat wel zo?

Nee, zeggen experts. De zaak van Betty staat niet op zichzelf, zeggen ze. Er worden nog steeds ‘wezen’ uit Ethiopië gehaald wier ouders nog leven. Vaak hebben de ouders het kind afgestaan zonder te weten wat adoptie inhoudt. Of ze zijn onder druk gezet. „Ethiopië is qua adopties nog steeds het Wilde Westen”, zegt Hilbrand Westra van United Adoptees International, een belangenorganisatie van geadopteerden.

Ethiopië is in tien jaar tijd uitgegroeid tot de belangrijkste leverancier van adoptiekinderen ter wereld, na China. Tussen 2003 en 2010 werden 22.221 Ethiopische kinderen onder gezag van buitenlandse adoptieouders geplaatst. Maar er wordt regelmatig gesjoemeld met papieren, en ouders worden voorgelogen. Adoptiebureaus staan dit oogluikend toe of merken het niet op door hun amateurisme en naïviteit.

Onderzoeken naar adoptie in Ethiopië, gesprekken met Nederlandse adoptie-experts, Unicef en mensen in Ethiopië leveren het volgende beeld op. Veel Ethiopiërs hebben fundamentele misvattingen over adoptie. Ze denken dat het een vorm van welzijnswerk is: ik stuur mijn kind voor een aantal jaren naar een tehuis of naar het buitenland, waar het wordt gevoed, goed wordt verzorgd en een opleiding krijgt. En op zijn achttiende keert het terug om mij te onderhouden.

Deze misvatting in ontstaan doordat het westerse concept van adoptie niet bestaat in Ethiopië. Volgens de Ethiopische wet kan een kind wel onder toezicht van anderen worden geplaatst, maar de band met de ouders blijft dan intact, inclusief erfrecht.

Er wordt op grote schaal misbruik gemaakt van die onwetendheid. Want er wordt veel geld verdiend aan kinderen. De adoptie van een Ethiopisch kind kost in de VS tussen de 25.000 en 40.000 dollar, in Nederland tussen de 10.000 en 16.000 euro, naar gelang het inkomen van de adoptieouders. Veel westerse adoptiebureaus huren tussenpersonen in om kinderen te zoeken. Zij gaan naar het platteland of naar arme wijken in Addis Abeba om kinderen te ronselen. Het is makkelijk om mensen onder druk te zetten. Ze vertellen families: je bent arm en hebt al vijf kinderen. De zesde kun je beter afstaan. Er zal goed voor gezorgd worden en je zult op de hoogte worden gehouden hoe het met hem of haar gaat – wat niet waar is.

Ethiopische ouders gaan ook zelf naar weeshuizen. Een moeder doet zich voor als een tante of zegt dat ze het kind gevonden heeft. De omgeving speelt het spel mee, want iedereen weet dat wezen meer kans maken op adoptie. Dit alles maakt het moeilijk om te controleren of de dossiers kloppen. En het gebeurt zelfs dat adoptiebureaus gewoon verzwijgen dat de ouders nog leven, zoals bij Betty lijkt te zijn gebeurd.

„Ambtenaren van het ministerie van Jeugdzaken in Ethiopië worden omgekocht om een vergunning voor adoptie te verlenen of om dossiers voorrang te geven. Ze worden gefêteerd met reisjes naar het buitenland”, zegt een ontwikkelingswerker die al jaren in Ethiopië woont, maar anoniem wil blijven. Ethiopische rechters keuren de adoptie meestal goed omdat ze denken dat het kind in het buitenland beter af is.

In 2009 deed de organisatie Against Child Trafficking onderzoek in opdracht van Wereldkinderen, na aanwijzingen van fraude bij de adoptieprocedure. Bij elk van de negentien onderzochte adopties was wel wat mis, concludeerde, de organisatie in het rapport Fruits of Ethiopia. „Het adoptieproces is getekend door fraude en criminele activiteiten.” Stichting Afrika en Wereldkinderen schortten naar aanleiding het rapport zijn activiteiten in Ethiopië op.

Stichting Afrika heeft in 2010 als enige de adopties uit Ethiopië hervat nadat de procedures waren aangepast. „En in nauw overleg met het ministerie”, zegt directrice Elise Niels. „Tegenwoordig moeten de biologische ouders voor de rechter onder ede verklaren dat ze weten dat ze afstand doen van het kind.”

Niels snapt niet waar de verhalen over tussenpersonen vandaan komen. „Wij werken niet met tussenpersonen. We hebben zes mensen in Ethiopië van wie er twee op zoek gaan naar de biologische ouders. Als we vermoeden dat ze nog leven, stoppen we de procedure. Daarom doen we zo weinig adopties, 16 in 2012.”

Wereldkinderen onderzoekt of ze weer in Ethiopië actief kan worden, zegt directeur Marc Tijhuis. „De situatie is op dit moment veel beter dan een paar jaar geleden. Het ministerie van Veiligheid en Justitie heeft in 2012 nog een werkbezoek afgelegd aan Ethiopië en concludeerde dat adopties op dit moment verantwoord zijn. De media concentreren zich op de 0,1 procent van de adopties die niet helemaal goed gaan. Maar je kunt nooit garanderen dat er geen fouten worden gemaakt.”

René Hoksbergen, emeritus hoogleraar adoptie, noemt de meeste adoptiebureaus „amateuristisch en naïef”. Er zijn zeven adoptiebureaus in Nederland die bemiddelen tussen adoptieouders en kinderen uit het buitenland. Ze draaien helemaal of voor een groot deel op vrijwilligers. Via de twee grootste bureaus, Wereldkinderen en Stichting Kind en Toekomst, werden in 2012 respectievelijk 123 en 198 kinderen toegewezen. De andere bureaus bemiddelen nog geen 30 kinderen per jaar.

Wereldkinderen zegt dat al haar bemiddelaars „professioneel en hoogopgeleid zijn, alleen de nazorg wordt door vrijwilligers gedaan”. „We verzorgen al veertig jaar buitenlandse adopties. Als we denken dat procedures verbeterd kunnen worden, dan doen we dat. Daarom zijn we ook gestopt in Ethiopië.”

Niet alleen in Ethiopië is van alles mis met het adoptieproces. Vietnam en Guatemala waren populair bij Amerikaanse adoptieouders, maar in 2008 hebben de VS alle adopties uit deze landen opgeschort. In Guatemala werden vrouwen op grote schaal gedwongen om kinderen te baren en af te staan. En in Vietnam verdienden autoriteiten – weeshuisdirecteuren, lokale bestuurders, politieagenten en regeringsfunctionarissen – grof geld aan kinderhandel.

Ook in Nederland waren er al eerder schandalen rond adopties uit China (2006) en India (2007). Een paar maanden geleden werden adopties uit Oeganda stopgezet omdat de procedures onzorgvuldig waren. Adopties uit Roemenië, Nepal en Cambodja waren al eerder stopgezet. „In Bulgarije gaat dat ook gebeuren, net als in Malawi”, zegt Westra. „Nederlandse bureaus zijn daar nog niet zo lang actief. Dat betekent dat de adoptiekinderen die naar Nederland kwamen nog jong zijn. De ouders zijn niet snel geneigd aan de bel te trekken als ze vermoeden dat de procedure niet zorgvuldig was.”

Internationale adoptie uit Afrika was tot voor kort beperkt. Maar door de daling van het aanbod uit andere adoptielanden hebben veel bureaus hun activiteiten naar Afrika verlegd. Veel Afrikaanse landen hadden geen adoptiewetgeving en waren ook niet bekend met het fenomeen.

De kwartiermakers van adoptiebureaus in Afrika doen zich voor als hulporganisatie. Ze zetten projecten op voor kinderen en maken contact met lokale overheden in gebieden zonder voorzieningen. Die zien hen maar al te graag scholen bouwen en geven toestemming voor het zoeken van adoptiekinderen.

Eind 2007 zorgde de Franse organisatie L’Arche de Zoé voor internationale beroering. Medewerkers werden in Tsjaad opgepakt toen zij op het punt stonden om met 103 kinderen naar Frankrijk te vliegen, voor wie zich betalende adoptiegezinnen hadden aangemeld. De kinderen waren van nepbloed en verband voorzien om te doen alsof zij gewond waren.

De leiders Éric Breteau en Emilie Lelouch presenteerden hun operatie als een hulpactie aan weeskinderen uit de Soedanese regio Darfur. Maar de meeste kinderen kwamen uit Tsjaad, wezen waren er niet bij, en de ouders was niet verteld dat de kinderen voor adoptie naar Frankrijk zouden gaan. Ze zijn twee weken geleden tot twee jaar cel veroordeeld.

De misstanden over de adoptie uit Ethiopië zijn al langer bekend in Nederland. Toch leidde het rapport Fruits of Ethiopia niet tot een verbod op adopties uit Ethiopië. Daarvoor is de adoptielobby te sterk. „Het is een onderwerp dat enorm veel emoties losmaakt”, zegt Westra. „Veel Tweede Kamerleden durven wanhopige ouders geen kind te ontzeggen. Ze denken: er zijn wel problemen, maar het valt wel mee en uiteindelijk is het goed dat die kinderen hier zijn. Alleen de SP is kritisch en daar maakt die partij zich niet populair mee.”

Staatssecretaris Fred Teeven (Veiligheid en Justitie, VVD) heeft nog niet gezegd of hij adopties uit Ethiopië gaat opschorten, zoals de PvdA wil. Wel evalueert het ministerie de kwaliteit van de adoptiebureaus. Een woordvoerder: „Er wordt met hen gesproken om de lat hoger te leggen”.

Maar volgens Westra en Hoksbergen zijn de problemen met internationale adoptie alleen op te lossen als er niet meer zoveel geld wordt betaald voor een kind. Westra: „Ik ben niet tegen adoptie als zodanig, maar wel als het op een pro-actieve manier gebeurt. Internationale adoptie was ooit bedoeld om kinderen zonder ouders een kans te geven als ze in eigen land niet opgevangen konden worden. Maar nu is het ook een voorziening voor mensen die geen kinderen kunnen krijgen. Bureaus gaan op zoek naar kinderen omdat ouders hier een kinderwens hebben. Dat werkt kinderhandel in de hand.”