Vers krediet voor de bakker

Crisis en nieuwe kapitaalseisen betekenen dat banken minder krediet verstrekken. Kleine bedrijven zijn de dupe. De Kredietunie zoekt de concurrentie met het bankwezen.

Een bakker praat niet vaak met de bank. Eens in de zoveel jaar, als hij eens een filiaal wil overnemen of een oven erbij wil kopen. „Als de bank dan geen geld wil uitlenen, is de bakker daar niet trots op”, zegt Johan Weggeman van brancheorganisatie NBOV. „Hij praat er niet over. Hij slikt even en de volgende ochtend staat hij weer om vier uur op om broodjes te bakken.”

Toch merkt Weggeman dat het voor bakkers steeds moeilijker is om een lening te krijgen bij de bank. „Winkelinterieurbouwers en machineleveranciers bellen ons op om te vragen of we kunnen helpen. Ze vertellen dat een bakker een mooi plan heeft, dat ze hem al jaren kennen en vertrouwen, maar dat hij geen krediet krijgt. Iedereen lijdt eronder.”

De crisis en de nieuwe kapitaalseisen hebben banken voorzichtiger gemaakt. Ze besluiten sneller dat een klant te veel risico op wanbetaling met zich meebrengt. In december vorig jaar publiceerde het ministerie van Economische Zaken cijfers waaruit blijkt dat banken 52 procent van de kredietaanvragen van kleine bedrijven afwijzen. In mei was dat nog 34 procent.

Het wordt tijd dat bakkers elkaar aan geld gaan helpen, vindt Weggeman. Hij werkt aan de oprichting van de Kredietunie voor Bakkerijondernemers, een coöperatieve vereniging waar leden geld in kunnen investeren of er juist van lenen. Het is een van de vier pilots van Kredietunie Nederland, een initiatief van oud-bankiers Roland Lampe en Paul van Oyen. Naast de bakkerscoöperatie zijn er ook kredietunies in oprichting voor mobiliteitsondernemers en voor de regio’s Amersfoort en Zeeland. Ongeveer vijftig andere groepen hebben belangstelling getoond om een kredietunie op te richten.

Onno Ruding, oud-minister van Financiën en voormalig topman van de Amerikaanse Citibank, is adviseur van Kredietunie Nederland. Hij maakte kennis met het principe toen hij in de VS woonde. „Ook in Nederland kunnen de kredietunies een belangrijke rol gaan spelen”, zegt Ruding. „Het midden- en kleinbedrijf kan te weinig lenen bij de traditionele banken; dan is het logisch dat er naar alternatieven wordt gezocht.”

Het gaat niet alleen om de toegang tot krediet, zegt Weggeman. „Wij vinden ook dat we financiering moeten terugbrengen naar de menselijke maat. De Nederlandse bankensector is steeds verder gecentraliseerd. Als er dan iets misgaat bij een bank moeten we die met zijn allen redden omdat hij te groot is om te laten omvallen. Als er bij een kredietunie een probleem ontstaat zijn alleen de leden gedupeerd.”

Het idee is als volgt: een gemiddelde investering van een bakker kost ongeveer 80.000 euro. Leden die geld willen investeren kopen certificaten voor bijvoorbeeld 20.000 euro per stuk. Vier certificaathouders kunnen dan een aanvrager financieren. Vaak zijn zij gepensioneerde bakkers die wat geld te besteden hebben. Zij kunnen hun ervaring inzetten om de betreffende bakker te begeleiden bij zijn investering.

Weggeman hoopt zo in de komende drie tot vier jaar 10 miljoen euro op te halen. „Als je het allerhoogste rendement op je spaargeld wilt halen moet je niet bij ons zijn”, zegt hij erbij. „Ons rendement wordt vergelijkbaar met een gewone spaarrekening. Dit is bedoeld voor mensen die iets willen terugdoen voor de sector.” Aanvankelijk zal de lenende bakker ook een iets hogere rente moeten betalen dan bij de bank, om de opstartkosten te dekken.

Er is voldoende belangstelling van bakkers die hun geld willen investeren, zegt Weggeman. Het belangrijkste struikelblok is nu nog de juridische positie van de kredietunies. Het liefst zouden ze niet werken met ledencertificaten, maar net als een bank spaargeld aantrekken en uitlenen, en onder toezicht vallen van De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Dit ten behoeve van de betrouwbaarheid en transparantie.

Daarvoor is een bankvergunning nodig, en die verleent DNB niet zomaar, zegt Jan Kamminga, voorzitter van Kredietunie Nederland. De oud-VVD-voorzitter en oud-commissaris van de koningin streeft naar een ‘bankvergunning-light’. „Wij willen ons beperken. We willen inlenen en uitlenen, dat is het hele verhaal. En we willen dat er zekerheid is voor de mensen over verantwoordelijkheden en aansprakelijkheden.”

Binnenkort spreekt Kamminga met DNB, AFM en de ministeries van Economische Zaken en Financiën over de rechtsvorm. Ook oud-minister Ruding heeft bij deze instellingen gepleit om de kredietunies aan een soepeler toezichtregime te onderwerpen. „Kredietunies zijn geen gewone banken. De geldverstrekkers geven krediet en advies aan de leden. Daar ligt al een extra toezichtsdrempel. En dus moet je daar niet de standaardregels op toepassen”, legt hij uit.

De traditionele banken zullen niet blij zijn met deze nieuwe concurrenten. Kamminga wil zich hierover slechts „diplomatiek” uitdrukken en zegt dat de grote banken „niet meewerken aan deze ontwikkeling”. Ruding: „Ach, ze kunnen het beschouwen als een wake-up call en zelf de kredietkraan aan het MKB weer opendraaien. Wat dat betreft hebben ze zelf de regie in handen.”